Bij tegenwind gaan we in Nederland harder trappen. Dat zit in ons karakter. Het zal te maken hebben met onze geschiedenis en onze ligging aan zee. In een vlak en open land kun je niet schuilen voor slecht weer, maar moet je tegen de wind in doorfietsen. Zo hebben we land gewonnen op de zee en behouden voor het water. Niet ieder voor zich, maar door georganiseerde samenwerking. Van onze kwetsbaarheid als open en klein land maakten we door de eeuwen heen een voordeel. Nederland is internationaal geori& euml;nteerd, ondernemend en 'polderend'. In dat karakter ligt onze kracht. Het is mijn overtuiging dat Nederland op dat karakter sterker uit de economische recessie kan komen die zich nu aandient. Waar baseer ik dat vertrouwen op?
Allereerst hierop: Nederland is & eacute;& eacute;n van de beste landen ter wereld om in te wonen. Dat willen we nog wel eens vergeten, want van nature zijn we geen rasoptimisten. Het Amerikaanse 'everything's great' vinden we al gauw 'gemaakt'. En trots zijn op de resultaten van Nederland vinden we wat nationalistisch. 'Het goede telt niet en het betere wordt niet meer gezien', schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau enige tijd geleden. En dat klopt. Nederlanders zijn meer van het zoeken en zwoegen. Die sobere instelling is te prijzen, maar we hoeven onszelf ook niet tekort te doen. Nederland is in oppervlakte gemeten slechts het 134e land ter wereld. Toch staat onze economie op een 16e plaats. Van alle 177 landen op de laatst gepubliceerde Human Development Index (een optelsom van economische en maatschappelijke indicatoren) staat Nederland op de 9e plaats. Het zijn zomaar een paar feiten die duidelijk maken dat de Nederlandse samenleving rust op een stevig fundament van dynamiek, welvaart en welzijn.
Vertrouwen om sterker uit deze periode te komen, ontleen ik ook aan ons vermogen om samen te werken aan noodzakelijke hervormingen. De voorbije decennia bewijzen dat juist in moeilijke tijden belangrijke ingrepen mogelijk zijn als overheid, werknemers en werkgevers elkaar weten te vinden. De loonexplosie in de jaren '60 betekende bijvoorbeeld de doodssteek voor veel traditionele industrie& euml;n, maar het was ook een enorme stimulans voor de omslag naar een meer kennisintensieve - en daarmee arbeidsintensieve - diensteneconomie. De oliecrisis en hoge inflatie uit de jaren '70 leidden tot een ongekend hoge (jeugd)werkloosheid, die in de jaren '80 werd gepareerd met een herijking van de welvaartsstaat en de overheidsfinanci& euml;n. Begin jaren '90 wist Nederland in een moeilijke economische tijd een kentering in te zetten in de groei van het aantal WAO'ers. Tot slot memoreer ik hier nog dat onze concurrentiepositie aan het begin van deze eeuw danig verslechterd was door een combinatie van forse loonstijgingen en hoge sociale zekerheids- en ziektekosten. Vandaar de recente hervormingen op de arbeidsmarkt, in de sociale zekerheid en in het zorgstelsel.
Al deze ingrepen werden gedragen door de samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers. In die zin loopt er een rechte lijn tussen de oprichting van de Stichting van de Arbeid in 1945, het akkoord van Wassenaar uit 1982, de tripartiete akkoorden uit 2004 en 2005 en het najaarsoverleg van 2008. Daarin hebben de sociale partners immers opnieuw bewezen over hun eigen schaduw heen te kunnen springen als dat nodig is. Dat verdient waardering in de richting van vakbonden en werkgeversorganisaties.
Een derde en laatste basis voor vertrouwen ligt in het feit dat de politiek lessen heeft geleerd uit eerdere crises. Mede daardoor gaat de veelgemaakte vergelijking met 'the Great Depression' uit de jaren '30 van de vorige eeuw niet zonder meer op. Deze keer hebben overheden de centrale spelers in het financi& euml;le systeem w& eacute;l overeind gehouden en hebben zij w& eacute;l ingegrepen om de kredietverlening op peil te houden. Noch Europa, noch de Verenigde Staten herhalen nu de fout om met bezuinigingen de vraaguitval te verergeren. Dat is winst ten opzichte van het verleden.
Maar de grootste politieke winst ligt in het feit dat er sinds Bretton Woods (1944) een stevige traditie is gegroeid van internationale monetaire en financi& euml;le samenwerking. In Europa is de euro daarvan het belangrijkste resultaat. Die heeft zijn waarde bewezen en is een dam gebleken tegen nog ergere (monetaire) problemen.
Het behoeft nauwelijks betoog dat internationale co& ouml;rdinatie nu harder nodig is dan ooit, ook buiten Europa. De huidige crisis is immers een mondiale crisis, waar individuele landen zich niet kunnen 'uitdevalueren' of 'uitexporteren'. De wereldeconomie heeft vandaag de dag bovendien meer motoren dan alleen de Amerikaanse en Europese. Opkomende landen als China en India zijn terecht volop betrokken bij de mondiale aanpak van de problemen waar we voor staan. Zij zijn een deel van de oplossing.
Lees verder in het Financieele Dagblad
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.