Hetzelfde advies concludeert ook dat lagere rechters er te makkelijk vanuit gaan dat ontstane schade voor een deel ook de eigen schuld is van kopers van aandelenleaseproducten. In het onderhavige geval, dat aan de Hoge Raad is voorgelegd, had een lagere rechter beslist dat een Dexia-klant zelf moest opdraaien voor 20% van de ontstane restschuld. Deze lagere rechter was daarmee nog coulanter dan de zogeheten Duisenberg-schikking, die een derde van de restschuld van een aandelenleasecontract voor rekening van consument laat. In de Duisenberg-schikking is een klant zijn volledige inleg kwijt.
Als Dexia de laatste paar duizend leaseklanten die nog tegen de bank procederen minder restschuld in rekening mag brengen en ook hun inleg of een deel daarvan moet terugbetalen, dan kan dat grote financi& euml;le consequenties hebben.
Dexia was gisteren niet bereikbaar voor een reactie. Ger van Dijk van Leaseproces, waar veel nog procederende aandelenleaseklanten bij zijn aangesloten, wilde gisteren het omvangrijke advies aan de Hoge Raad nog nader bestuderen alvorens te reageren. Van Dijk wijst erop dat het onderhavige geval door Dexia zelf aan de Hoge Raad is voorgelegd omdat het deels een atypisch geschil is waar de klant zelf deels lijkt te hebben erkend dat hij wist dat zijn inleg zou kunnen verdwijnen.
De adviseur van de Hoge Raad concludeert dat zwaarder weegt dat Dexia Bank zijn zorgplicht en waarschuwingsplicht tegenover de klant heeft geschonden. De bank had moeten wijzen op het risico dat met aandelenlease de hele inleg verspeeld kan worden en een restschuld kan overblijven.
Over enkele maanden moet blijken of de Hoge Raad het advies wel of niet overneemt. Als de Hoge Raad dat wel doet, moet de onderhavige zaak terug naar het gerechtshof voor behandeling.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.