Sinds 2004 steeg het aandeel vrouwelijke bedrijfseigenaren met 25%. Drie op de tien eigenaren is nu vrouw. Dat blijkt uit onderzoek van Graydon in opdracht van Het Financieele Dagblad onder ruim 964.000 ondernemingen. Het onderzoek vergelijkt het percentage vrouwelijke directeuren, vennoten en eigenaren in de jaren 1999, 2004 en 2009.
Vrouwen staan vooral aan het roer van kleine bedrijven, laat het onderzoek zien. Na eenmanszaken zijn de meeste eigenaressen, vennoten en directeuren werkzaam bij ondernemingen met twee tot vier werknemers. Ook bij grote bedrijven met meer dan 750 werknemers neemt het aantal vrouwen in die functies toe.
Middelgrote bedrijven daarentegen blijven een moeilijk te nemen bastion. Daar is het percentage vrouwen aan de top het afgelopen decennium nauwelijks veranderd en in sommige omvangsklassen zelfs iets afgenomen.
Gehalveerd
Opvallend is dat het percentage vrouwelijke directeuren de afgelopen vijf
jaar is gehalveerd, terwijl het percentage vennoten en eigenaren juist is
toegenomen. Over het geheel ge nomen kruipt de vertegenwoordiging van
mannen en vrouwen aan de top van ondernemingen steeds meer naar elkaar toe.
Ondernemende vrouwen kiezen vooral voor een bedrijf in de overheidssector, zoals de gezondheidszorg, dagverblijven, sociaal cultureel werk en welzijnswerk. In die bedrijfstakken wordt 56% van de topfuncties bekleedt door een vrouw. Dat is een stijging van 20% ten opzichte van vijf jaar geleden.
'Dit is een heel positieve ontwikkeling. Er is sprake van een cultuurverandering bij overheid, bedrijfsleven en vrouwen zelf', reageert Esther Raats-Coster. Zij is voorzitter van het Platform Zelfstandig Ondernemerschap en directeur van het diversiteitplatform Talent naar de Top.
'Vrouwen kiezen voor zelfstandigheid', concludeert Raats. Die ontwikkeling past in een grotere cultuuromslag: het verdwijnen van de traditionele werknemer. 'Mensen willen steeds voor eigen lusten en lasten ondernemen, ook binnen bedrijven. Dat komt nog niet overal van de grond en dus kiezen mensen voor het zzp-bestaan.'
Ook speelt mee dat werknemerschap tegenwoordig steeds onzekerder is, meent Raats. 'Je baan is niet zo veilig meer. Dat maakt het gemakkelijk om de stap naar het ondernemerschap te nemen.'
Geen rem
De economische crisis, met al haar onzekerheden, is dan ook geen rem op de
aanwas van zzp'ers Bij belangenorganisatie ZZP Nederland stromen de
aanmeldingen van nieuwe ondernemers binnen. 'Het gaat om enorme aantallen',
zegt directeur Johan Marrink, 'zo'n 400 per maand. En een kwart van onze
leden is vrouw.'
De mogelijkheid om zelf je werktijden in te delen en het gevoel van zelfstandigheid, zijn volgens Marrink de belangrijkste redenen waarom vrouwen zzp'er worden. Hij gelooft niet dat het veelgenoemde glazen plafond vrouwen naar het ondernemerschap drijft.
Ook Esther Raats hecht weinig waarde aan de theorie dat het ondernemerschap een vlucht is voor vrouwen die bij hun werkgever de top niet halen. 'Ik erken het glazen plafond & uuml;berhaupt niet. Bovendien denk ik dat de hang naar onafhankelijkheid voor vrouwen de grootste beweegreden is om te gaan ondernemen.'
Marrink voegt daaraan toe dat het vaak gaat om vrouwen die al jaren werkervaring hebben, maar de regeltjes, functioneringsgesprekken en andere overhead beu zijn. 'Ze willen gewoon gaan doen wat ze leuk vinden.'
Glazen plafond
Toch lijkt er bij middelgrote bedrijven wel degelijk een dik glazen plafond
te hangen. Het aandeel vrouwen groeide daar de afgelopen tien jaar niet of
nauwelijks. De grote werkdruk en inflexibele werktijden blijken voor
vrouwen een belemmering om een toppositie te bekleden.
'Het directeurschap van een middelgroot bedrijf valt in de zwaarste categorie', meent Rob Wolthuis van belangenorganisatie MKB-Nederland. 'Je zit tussen servet en tafellaken. Middenbedrijven hebben een enorme regellast, waar kleine bedrijven niets mee te maken hebben. Maar vergeleken met een groot bedrijf hebben zij weinig staf om die regelgeving uit te voeren.'
Esther Raats herkent zich helemaal in de vaststelling van Wolthuis. Zij was in het verleden zelf eigenaar van een bedrijf met 120 medewerkers. 'De complexiteit bij een bedrijf van zo'n omvang is even groot als bij een corporate onderneming. Alleen heb je niet dezelfde hoeveelheid mensen en middelen. Dat maakt het zwaar.'
Door die werkdruk komt diversiteitsbeleid gemakkelijk in het verdomhoekje. Raats begrijpt dat, maar betreurt het ook. Zij hoopt dat in de toekomst ook steeds meer mkb-bedrijven bewust met het diversiteitsvraagstuk aan de slag zullen gaan.
'Veruit de meeste ondertekenaars van ons charter Talent naar de Top zijn
grote corporaties. Wij willen de komende tijd proberen om hun ervaringen en
beste practices te delen met het mkb. Dan hoeven zij niet zelf het wiel uit
te vinden. Dat scheelt ze geld en tijd.'
Spitsuur
Voorlopig blijft de top van de middelgrote bedrijven nog een mannenwereld. Volgens Huibrecht Bos van VNO-NCW's Jong Management, speelt nog iets mee dat specifiek is voor dat soort bedrijven. 'De leeftijd waarop mensen worden gevraagd voor een toppositie valt vaak samen met het spitsuur van hun leven.'
Bos signaleert dat bij grote bedrijven een directiezetel pas in zicht komt wanneer werknemers de veertig ruim zijn gepasseerd. Bij kleine zaken komen mensen volgens hem vaak al als twintiger aan het roer te staan, vaak omdat zij die zaak zelf hebben opgezet. Maar bij een middelgroot bedrijf zijn mensen vaak rond hun 35ste rijp om de leiding te nemen.
'Juist rond die leeftijd is het moeilijk om een drukke baan met je priv& eacute;leven te combineren, zeker wanneer je moeder wordt', zegt Bos. 'Ook kan meespelen dat zij minder worden gevraagd voor die functies omdat het huidige managementteam wat huiverig is om iemand te vragen die mogelijk een tijdje weg is met zwangerschapsverlof. Wel zonde dat ze zo talent onbenut laten.'
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.