De overeenkomst blijft echter vaag over hoeveel geld de Europese Unie richting opkomende economie& euml;n en ontwikkelingslanden gaat sluizen, zodat die zelf maatregelen tegen klimaatverandering kunnen nemen.
Wel stelt de EU de kosten voor klimaatbeleid in de ontwikkelende landen in 2020 op euro 100 mrd per jaar te ramen. Er is volgens de regeringsleiders mondiaal euro 22 mrd tot euro 50 mrd aan overheidssteun voor de Derde Wereld nodig.
Vrijwilligheid
Volgens de Zweedse premier annex EU-voorzitter Fredrik Reinfeldt& nbsp;gaat er& nbsp;voor de periode 2010 tot& nbsp;en met 2012 euro 5 mrd tot euro 7 mrd richting ontwikkelende landen. EU-lidstaten& nbsp;dragen& nbsp;op basis van vrijwilligheid hieraan bij.
Dat laatste was ook de eis van& nbsp;negen& nbsp;oostelijke EU-lidstaten.& nbsp;Zij hadden ge& euml;ist dat de EU duidelijkheid zou scheppen over hoeveel zij precies moeten betalen voor klimaatbeleid elders, en dat de Unie daarbij rekening houdt met hun economische achterstandspositie.
Betalen
Die toezegging kregen ze echter niet. Weliswaar stelt de slotverklaring van de Europese top dat de Unie het Europese geld voor klimaatbeleid in ontwikkelende landen onderling opbrengt op basis van de 'mogelijkheid tot betalen'. Hoe dat concreet uitwerkt, moet een EU-werkgroep besluiten.
Voor het werk van de ambtelijke groep is geen deadline; de besprekingen zullen ook na de Kopenhagen-klimaatconferentie doorgaan.
Eerder had de groep van negen gedreigd geen akkoord te steunen als er niet meer duidelijkheid zou komen. 'Het was voor hen duidelijk dat we hier niet konden weggaan zonder resultaat', aldus een betrokken ambtenaar bij de onderhandelingen.
De& nbsp;groep van negen landen in Midden- en Oost-Europa had eerder het klimaatdossier geblokkeerd. Zij wilden garanties dat de EU rekening houdt met de 'verdeling van de lasten', diplomatieke taal voor dat ze minder klimaatgeld willen betalen dan dat ze zouden moeten op basis van hun CO2-uitstoot.
Overtollige emissierechten
Een ander pijnpunt is dat de oostelijke alliantie van EU-lidstaten overtollige emissierechten wil behouden, die ze niet kunnen gebruiken in de emissiehandelsperiode tot en met 2012. De rechten zijn veel geld waard.
De EU-regeringsleiders hebben nu afgesproken dat de kwestie van& nbsp;overtollige emissierechten - een kwestie die ook speelt voor Rusland en Oekra& iuml;ne - bij de Kopenhagenconferentie aan de orde komt.& nbsp;
Onder druk
Als alle overtollige rechten op de markt zouden komen, zou dat de koolstofmarkt zwaar onder druk zetten. Ook Rusland en Oekra& iuml;ne hebben nog enorme hoeveelheden emissierechten, zo'n 9 mrd. Polen zou er 700 mln hebben, de oostelijke EU-lidstaten in totaal 1,7 mrd.
De prijs van emissierechten schommelt de laatste tijd tussen de euro 14 en euro 15. Met de overtollige rechten zou die prijs dalen, wat de druk om CO2-emissies te reduceren zou doen afnemen. Er zou daarbij ook minder geld richting de ontwikkelende landen vloeien om daar aan emissiereducties te doen.
Goedkoper
De overtollige rechten zijn nu ongeveer eenderde goedkoper, blijkens de prijs die Japan onlangs voor een partij betaalde.& nbsp;
Los van het effect op de CO2-markt, zou de effectieve reductie van de uitstoot van broeikasgas maar op 6% in 2020 neerkomen, terwijl voor de aanpak van klimaatverandering een reductie van tussen de 25% en 40% nodig is.
& nbsp;
& nbsp;
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.