Wat veel beleggers zich niet realiseren is dat die vijftien jaar in de meeste ontwikkelde landen de ENIGE periode is geweest waarin inflatie zo& rsquo;n ernstige dreiging vormde. Zo was het de enige periode in de afgelopen tweehonderd (!) jaar waarin de rente op tienjaars staatsobligaties van de Verenigde Staten duidelijk boven de 6% uitsteeg. Een zeldzame uitzondering op dit patroon was Duitsland, dat begin jaren twintig een periode van hyperinflatie meemaakte. Dit heeft zo& rsquo;n groot trauma veroorzaakt dat het zelfs vandaag de dag nog de sterke focus van de Bundesbank en de ECB op inflatie helpt verklaren.
We moeten begrijpen dat de inflatie van de jaren zeventig werd veroorzaakt
door een ongebruikelijke samenloop van omstandigheden, waarvan de kans op
herhaling klein is. Het is vrijwel onmogelijk om consistent hoge inflatie
te krijgen zonder een aanhoudende stijging van de belangrijkste motor van
de kerninflatie: de lonen. De loon-prijsspiraal van de jaren zeventig
ontstond in een tijd van socialistische regeringen, machtige vakbonden en
een arbeidsmarkt waarop de babyboomers hun entree maakten. En die hadden
niet alleen een sterke neiging tot consumeren (zoals jongeren altijd
hebben), maar ook een grote bereidheid tot staken.
Veranderde werkelijkheid
De werkelijkheid van vandaag is totaal anders. De vakbonden hebben veel van hun macht verloren, regeringen zijn minder socialistisch en werknemers zijn veel individualistischer ingesteld. De globalisering heeft een forse impuls gegeven aan het darwinistische denken: & lsquo;survival of the fittest& rsquo;. De macht om de prijs te bepalen is verschoven van de werknemers naar de werkgevers, en die laatsten zijn duidelijk in de kostenbesparingsmodus geschoten. En tot slot: de Westerse economie& euml;n hebben een enorme overcapaciteit en een verouderende bevolking, twee verschijnselen die inherent deflatoir zijn. De vrees voor een scherp oplopende kerninflatie lijkt daarom vooralsnog ongefundeerd.
Maar hoe zit het met de algemene inflatie, de inflatie waarin ook de
voedsel- en energieprijzen zijn meegenomen? Dat is een andere kwestie,
aangezien de sterke groei van de opkomende markten de grondstoffenprijzen
op de lange termijn waarschijnlijk zal opdrijven. Maar hun invloed moet ook
weer niet worden overschat. Om een voorbeeld te geven: zelfs toen de
olieprijzen verdubbelden in 2007/2008 was het effect op de algemene
inflatie beperkt en niet van lange duur. Deze prijssprongen moeten zich
immers elk jaar voordoen, anders neemt hun effect in de jaar op jaar
vergelijking af. Anders dan de loon-prijsspiraal drijven stijgende
grondstoffenprijzen de inflatie gewoonlijk slechts gedurende korte perioden
op.
Staatsschulden
Blijft over de vraag in hoeverre hoge staatsschulden inflatie veroorzaken.
In Japan is dat niet gebeurd. Daar gaat een enorme staatsschuld (200% van
het BBP) gepaard met deflatie, een situatie die kon ontstaan door fouten in
het beleid, een vergrijzende samenleving en een hoge spaarquote. Andere
ontwikkelde landen zullen dit scenario proberen te voorkomen, ook al begint
hun eigen bevolking nu ook te vergrijzen. Ze kunnen proberen om hun
schulden weg te inflateren door & lsquo;geld te drukken& rsquo;, een aanpak
die zelf niet zonder risico& rsquo;s is (hyperinflatie). Centrale banken en
regeringen zijn zich terdege bewust van dit risico, waarschijnlijk meer dan
beleggers beseffen. Daarom denken we dat de inflatie nog lange tijd laag
zal blijven, vooral in Europa. Dus schrijf langer lopende staatsobligaties
nog niet af, ook al lijken hun rendementen laag. Daar zou namelijk wel eens
een goede reden voor kunnen bestaan.
Ad van Tiggelen is senior strategist bij de Multi-Asset Group van ING
Investment Management.
Voor zijn eerdere columns zie het dossier. De informatie in zijn column is niet bedoeld als beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.