Een grote supermarktketen heeft een 20-jarige winkelmedewerker in dienst genomen voor twaalf uur per week. De werknemer neemt het echter niet zo nauw met de voor hem geldende werktijden, die nota bene uitvoerig met hem zijn besproken voor zijn indiensttreding.
Nadat de werknemer een aantal malen de kantjes ervan af heeft gelopen, wordt hij door de werkgever op zijn gedrag aangesproken. De werknemer toont geen verbetering en blijft te laat op het werk verschijnen. De werkgever laat de werknemer, na meerdere waarschuwingen, nogmaals weten dat ook 'maar een kwartier' te laat zijn niet acceptabel is.
De werknemer heeft hier blijkbaar andere idee& euml;n over en loopt na een gesprek met de werkgever boos weg. Omdat hij het niet eens is met het beleid van de werkgever besluit de werknemer in zijn lunchpauze het behang van de muren van de kantine eraf te trekken. De werkgever is hier uiteraard niet van gediend en schorst de werknemer voor de duur van twee weken.
De werknemer blijkt niet alleen een kort lontje te hebben maar ook hardleers te zijn, want twee weken later ontdekt de werkgever dat de werknemer zich weer schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vernielen van het behang in de bedrijfskantine. Hierop ontslaat de werkgever de werknemer op staande voet.
De werknemer roept de nietigheid van het ontslag in en vordert doorbetaling van loon. Omdat de werkgever euro 200 heeft ingehouden op het laatste loon wegens het vernielde behang, maakt de werknemer ook aanspraak op terugbetaling van dit bedrag.
De kantonrechter maakt korte metten met de werknemer. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer bewust en daarmee opzettelijk behang van de muur van de kantine heeft gescheurd en daarmee dus eigendom van de werkgever heeft vernield. Dit heeft hij gedaan uit frustratie over een conflict dat hij met zijn manager had over het te laat op zijn werk verschijnen. De werknemer heeft mondeling zijn excuses aangeboden maar heeft niet aangeboden de schade te vergoeden.
Mede omdat het werk in de supermarkt een bijbaan is naast de school van de werknemer, gaat de kantonrechter ervan uit dat hij op korte termijn in staat zal zijn een vervangend bijbaantje te vinden. Gezien al deze omstandigheden is het ontslag op staande voet naar het oordeel van de kantonrechter terecht gegeven. De werkgever was ook gerechtigd een bedrag in te houden ter vergoeding van de door hem geleden schade.
De kantonrechter vindt het echter niet realistisch dat voor het herstellen van het behang vier manuren in rekening zijn gebracht, terwijl er bovendien al een andere (niet door deze werknemer veroorzaakte) scheur in het behang zat die direct ook door de werkgever is hersteld. Gelet hierop stelt de rechter de door de werkgever geleden schade vast op euro 90.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.