De passagier, die suikerpatiënt is en insuline gebruikt, 'overnacht' noodgedwongen in het taxibusje en wordt pas de volgende dag door de taxichauffeur ontdekt. Hij informeert werkgever niet terstond en brengt de passagier niet meteen naar huis! Pas na de gebruikelijke schoolrit brengt hij haar naar huis en geeft daar een summiere verklaring. Hij stelt zijn werkgever nog steeds niet in kennis. Zodra de werkgever ervan hoort, moet de chauffeur zich melden. Hij verweert zich met de stelling dat de passagier tamelijk klein van postuur is en op de achterste bank was gezeten, recht achter de bestuurder, en dat hij haar daarom, mede vanwege zijn kleine postuur, over het hoofd heeft gezien. Hij wordt op staande voet ontslagen. In kort geding vordert hij doorbetaling van loon. Hij blijft beschikbaar voor werkzaamheden. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk onder toekenning van een vergoeding en kent de loonvordering toe, omdat het ontslag niet onverwijld zou zijn verleend. Werkgever gaat in beroep. Het Hof is van mening dat sprake is van een grove fout en verwijtbaar handelen van werknemer. Die stelt dat de fout niet volledig aan hem is toe te rekenen. Zo had het, aldus de werknemer, voor de hand gelegen dat het gezinsvervangend tehuis telefonisch contact met hem zou hebben gezocht om te achterhalen waarom de betreffende passagier niet was afgeleverd. Het Hof gaat niet mee in het verweer en rekent de grove fout volledig toe aan de werknemer. Het Hof concludeert dat de rechter in een bodemprocedure waarschijnlijk van oordeel zal zijn dat sprake was van een dringende ontslagreden. Volgens het Hof is wel degelijk voldaan aan de eis van onverwijldheid. Het vernietigt het vonnis van de kantonrechter. Werknemer moet het uitbetaalde achterstallig loon terugbetalen.& nbsp;
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.