Misschien lijkt hij nog wel het meest op een ondeugende opa. Sluik wit haar, twinkelende pretoogjes met niet ver daaronder altijd de contouren van een glimlach. Tussen zijn lippen hangt een forse sigaar. Een goede gastheer zijn is het enige dat hij écht kon, zegt Theo Heuft. En dus vraagt hij, gezeten aan zijn eigen keukentafel: 'Je vindt het toch niet erg als ik hier rook?'
Yab Yum is de eenvoudige titel van zijn autobiografie. Zelf spreekt hij echter steevast over 'de Yab'. Een schelmenvertelling als levensverhaal, over zijn gokverslaving en over alle investeringen die volledig verloren gingen, over schietpartijen en schoonmoeders, maar ook over een man die een miljoen uitgaf in 'de club'.
Een van de mooiste anekdotes is wellicht die van zijn restaurant op de Amsterdamse Willemsparkweg. Dat liep slecht. Terwijl Heuft ernstig twijfelde of hij er niet vanaf moest, brandde de eetgelegenheid totaal af. Hij ging kijken met de verzekeringsagent. 'En juist op dat moment kwam er iemand uit de onderwereld langs die mij kende. Hij stak zijn duim op en riep: "Zo Heuft, is het je weer gelukt!" Ik kon wel door de grond zakken.'
Namen noemen doet Heuft niet. Nooit. Ook niet van de mensen die hem hebben afgeperst. 'Iedereen weet wie het zijn, maar ik noem geen namen. Uit piëteit met de nabestaanden. De afpersers leven niet meer en hadden ook een familie.' Maar spreken over andere zaken doet hij wel. Hij is trots op zijn leven, op zijn boek dat hij grotendeels met de hand schreef - 'ik kan niet typen, mijn opleiding bestaat uit acht jaar lagere school en dan ben ik ook nog blijven zitten' - en vraagt zich af wat hij nu moet gaan doen. Want stilzitten is niets voor hem. Theo Heuft vertelt over de weg naar acceptatie, opkomst en ondergang van zijn levenswerk en zakendoen in 'de Yab'. 'We waren het smeermiddel van zakelijk Amsterdam.'
...directiesecretaresse
'Op een gegeven moment was het voor mensen uit Zweden heel voordelig om in Amsterdam vastgoed te kopen. We hebben het meegemaakt dat ze vanuit Schiphol met de taxi naar Amsterdam gingen. Dan wezen ze de panden aan, zonder überhaupt uit de taxi te stappen. Die kochten ze. En dan waren ze op tijd voor de opening van de Yab.'
'Ik heb altijd veel zakelijke klanten gehad. Maandag, dat was de dag van de makelaars. Vrijdag was de dag van de beursjongen, van de optiehandelaren. Al verschoof dat op een gegeven moment naar de donderdag. En verder hebben we de bubbels gezien. De 06-lijnen. In de jaren negentig, toen de IT enorm opkwam, toen zagen we ineens een heleboel mensen van IT-bedrijven langskomen.'
'Wij stuurden ook echt folders naar bedrijven. Naar de directiesecretaresses. Ook in het Engels, naar multinationals. Daarin legden wij uit wat we deden, hoe we werkten. Ongekend. Maar er werd wel over gesproken. Dat kon allemaal, omdat we het bezoek aan de men's club tot in de hoogste kringen bespreekbaar hadden gemaakt. En eenmaal in de club spraken we nooit over betalen. "Mag ik even de consequenties van uw bezoek met u doornemen", zo heette het.'
'Ik heb altijd moeite gehad met een term als bordeel. Zelf noem ik het een club. In feite waren wij de eerste loungeclub van Nederland. Je kwam er niet voor de seks. Het óverkwam je. We waren er niet voor de zakenman, maar voor de relatie van de zakenman. En iedere vrouw die van haar man houdt, denkt dat haar man tot die eerste categorie behoort.'
'Ik heb een groep Amsterdamse ondernemers gehad, die ik in de jaren heb zien groeien. Veel aan hen verdiend, en zij aan mij. In de Yab, daar vierde je een deal. Je kunt een belangrijke relatie uit het buitenland na een goed diner niet zomaar op een hotelkamer zetten. En alternatieven waren er niet in Amsterdam. Dus als je een goede gastheer was, dan kwam je met een buitenlandse zakenpartner bij ons. We hadden geen aparte vergaderruimte. Wel een aantal kamers met ruime bedden en baden. En als je nog een deal moet sluiten, dan praat het toch anders wanneer je daar de avond tevoren nog samen met je zakenpartner en wat dames in hebt gezeten.'
'Wij kregen de schuld van al het slechte. De beursfraude, die zou bij ons in elkaar zijn gezet. Maar ik was als eigenaar van de Yab verantwoordelijk voor de zaak van morgen. De Yab, dat was het smeermiddel van zakelijk Amsterdam.'
...kippenvel
'Aan de rand van het ravijn staan de mooiste bloemen. Dat geldt zeker voor mij. Ik hou van het schemergebied tussen wat wel en niet kan. Toen ik begon met de Yab was het hartstikke illegaal. Ik kon er gevangenisstraf voor krijgen.'
'Het idee voor de club speelde al langer. Ik was jarenlang gokverslaafd, maar had soms toch wel geld. En wat kon je dan doen? Alleen naar het Thorbeckeplein, daar waren wat animeermeisjes. Na één uur 's nachts was er niets van klasse nog open.'
'De Bayadera was de voorloper van de Yab. Die liep goed, en ook bij de Yab had ik snel door dat het groot geld was dat binnenkwam. Het was chic, je werd er behandeld als een prins. En niemand vond mij te duur.'
'In de club kwamen de onderwereld en de bovenwereld bij elkaar. Het heeft me altijd wel een beetje verwonderd hoe de grootste zakenmannen het leuk vonden om met mannen als Klaas Bruinsma te praten. En ook wat een slechte smaak ze hadden wat betreft de meisjes. Maar misschien kwam dat omdat ze totaal iets anders wilden dan thuis. Daar zat toch al namaak- chic.'
'Bruinsma is geliquideerd in 1991. Met zijn gevolg nam hij de zaak zo ongeveer over. Kwamen ze om vier uur binnen, terwijl dat toch sluitingstijd is. Maar wat kun je doen? Eén keer heeft hij met zijn gezelschap de hele zaak gesloopt. Alles verwoest. Maar daarna liet hij wel zijn bodyguards overkomen om zijn excuses te maken. En om de schade te betalen. 'Doe maar drie ton', heb ik gezegd. Ik weet zeker dat Bruinsma dat betaald heeft, al heb ik het niet ontvangen.'
'Ik was aan het lunchen nabij Eindhoven, toen ik hoorde van zijn overlijden. Ik kreeg kippenvel. Want het was toch iemand die ik een paar keer per week zag. Vaak was het prettig, soms vervelend. Er was nog met hem te praten, we konden samen door één deur. Hij had een zeker respect voor mij.'
'Na zijn liquidatie werd de strijd alleen maar harder. Er is geschoten, ik heb detectiepoortjes laten neerzetten, de sfeer werd gespannener. Maar ik geloof niet dat de bezoekers daar iets van hebben gemerkt. Want de omzet is al die jaren gewoon omhooggegaan.'
...kapot
'Ik ben geen held. Ik probeerde overal met praten uit te komen. Ik heb de mazzel gehad dat ik nooit heb gevochten. Op één keer na dan. Dat was met mijn laatste zakenpartner en die was veel zwaarder dan ik. Dus die lag boven op me.'
'Ik heb veel meegemaakt, ben vaak bedreigd en ook wel bang geweest. Zeker in die laatste fase. Je had toen te maken met doeners, geen praters. Keiharde killers. Ze wilden geld van me. Maar ik wilde me niet laten afpersen. Want als je dat eenmaal doet, dan blijf je aan de gang. Maar het gevoel van machteloosheid, dat was het ergste. Ik heb bodyguards de club zien verlaten met vier grote zilveren wijnkoelers. Wat kun je doen?'
'Ik overwoog gewoon te stoppen, maar ik heb de zaak verkocht. Dan hield ik er ook nog wat aan over. Veel mensen willen graag grote verhalen horen, maar de waarheid is dat het een gewone, keurige transactie was. Zoals het hoorde. Al was mijn onderhandelingspositie natuurlijk niet ideaal, en dat had de koper ook wel door. Maar verder was er niets op aan te merken. Dat is gewoon zo.'
'Ik heb er drie jaar over gedaan om het te verwerken. De Yab, dat was mijn leven. Ik werkte er zestien uur per dag, zeven dagen per week. Altijd keurig in het pak, met een stropdas. Ik heb geen andere hobby's. Ik heb veel verdiend, maar ook veel geïnvesteerd. In allerlei projecten waarin ik uiteindelijk mijn verlies moest nemen, en in de club. Ik hield ervan, maar het moest een keer gebeuren. En hoewel ik er doodziek van was, was er tegelijkertijd ook opluchting. Want mijn familie en ik werden niet meer bedreigd.'
'Ondertussen kreeg ik nog een naheffing van de Belastingdienst. Die wilde f 16 mln van me, omdat er geknoeid zou zijn met de verkoop. Dat heb ik aangevochten tot in de rechtszaal. Ik vond het een dwangmiddel, zodat ik namen zou noemen. Dat heb ik niet gedaan. Uiteindelijk kreeg ik gelijk.'
..accepté
'Na mijn afscheid heb ik me ook nog even verdiept in de beurs. Voor de spanning. Ik was wel fanatiek, maar niet goed. Ingestapt op het hoogtepunt, uitgestapt op het dieptepunt, een aantal nullen armer. Echt iets voor Heuft.'
'Uiteindelijk zijn we een chambres d'hôte begonnen in Frankrijk. Mijn vrouw komt uit een familie van hoteliers en ik, ik moet gewoon wat doen. Ik heb nog autoruiten staan wassen van onze gasten. Als gastheer wil ik altijd iets extra's leveren. We doen het ongeveer de helft van het jaar. En niet voor het geld. Ik wil altijd ondernemen. Al heb ik nog nooit een businessplan gemaakt. En als ondernemer kun je alleen maar leren van je mislukkingen.'
'Het geld, dat moet je echt met hard werken verdienen. Geld is een waardering van de prestatie die je levert. Niet het doel op zich. Het succes heeft me altijd het meeste geboeid. Niet het geld. Ik leef nu comfortabel en met wat ik heb kan ik de eindstreep wel halen. Waarom zou ik mijn geld nog willen verdubbelen? Voor een extra euro 10.000 heb ik geen directe bestemming. Maar als je euro 10.000 verliest, dan ga je er achteraan hollen. En dan ga je leeg. Ga je kapot. Dat is mij verschillende malen overkomen toen ik gokte. Uiteindelijk ben ik van die verslaving afgekomen, doordat ik simpelweg de tijd niet meer had om te gokken en omdat ik ook zelf meer ging verdienen.'
'Wat uiteindelijk het mooiste is geweest, is dat ik van een illegale situatie een wereldzaak heb gemaakt. Dat is geweldig. Zelf heb ik het woord nooit in de mond genomen, maar ik werd gezien als pooier. Zeker in het begin wilde niemand met mij te maken hebben. Dat veranderde met de jaren. Die weg, dat gaf me veel voldoening. Ik gaf lezingen, zat nog in het bestuur van de businessclub van Ajax, kwam overal binnen. Ik werd accepté.'
...licht
'De Yab is al anderhalf jaar dicht en nog steeds krijgt de eigenaar er telefoontjes over. Het is een wereldmerk. Voor de stad Amsterdam is het armoe dat het niet meer bestaat. Ik vraag me af of de stad ook niet wegzakt in het lijstje van zakensteden. Deze situatie kent geen winnaars. Ook burgemeester Cohen niet.'
'Toen ik afscheid nam van de club, voelde dat bijna als een overlijden. Laatst ben ik voor een interview nog eens in de club geweest. Voor het eerst in jaren. Het was net een opgebaard lijk. Maar dan wel iemand die er keurig bijligt, na al die tijd. Binnen een week zou die weer open kunnen. Al zou ik dat niet meer doen. Dat is dan weer een kwestie van leeftijd.'
'Maar ik loop er liever niet langs. Ik heb er bijna een kwarteeuw gezeten, mijn opvolger nog bijna tien jaar. Buiten bij de Yab scheen een groene lantaarn. Meer dan dertig jaar. Dat is niet meer zo. Op de Singel is het licht gedoofd.'
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.