*

Grootverdieners in Nederland verkassen niet sneller dan vroeger | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
archief

Grootverdieners in Nederland verkassen niet sneller dan vroeger

Piersma, J.
Friday 12 February 2010, 14:00
update: Saturday 02 July 2011, 04:24
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 
10943817.jpg
De stijging van de topbeloningen bij Nederlandse bedrijven kan niet goed verklaard worden uit een sterk concurrerende internationale markt voor bestuurders. Dat constateert het Centraal Planbureau in een studie naar topbeloningen die gisteren naar buiten is gebracht.

De topbeloningen zijn in Nederland sinds het eind van de jaren '90 volgens het CPB sneller gestegen dan de gemiddelde beloning, maar bleven wel duidelijk achter bij beloningen in Engeland en de Verenigde Staten. Toch is volgens het CPB de mobiliteit van de topbestuurders in die periode nauwelijks toegenomen en is het aandeel van buitenlandse bestuurders in de periode 1999-2005 constant gebleven op 8%. De lengte van het dienstverband van een bestuurder was in 2005 gemiddeld 10 jaar, niet anders dan in 1999.

De bevindingen van het CPB staan haaks op de veelgehoorde verdediging van topbeloningen. Zo heeft voormalig ING-commissaris Wim Kok onlangs zijn goedkeuring van een verhoging van bestuurdersinkomens nog verdedigd met een beroep op de internationale concurrentieverhoudingen. Volgens hem was de beloningspositie van ING lelijk achterop geraakt ten opzichte van de Europese concurrentie. Daarom was destijds in 2003 een inhaaloperatie nodig.

Het CPB baseert zijn conclusies op een onderzoek naar 600 grote niet-financiële ondernemingen in Nederland, waarvan 10% beursgenoteerd. Ook bij de beursgenoteerde ondernemingen is de mobiliteit van de bestuurders niet toegenomen. De topbestuurder was in 1999 ruim acht jaar in dienst van een beursgenoteerde onderneming en dat was in 2005 net zo. Het aantal buitenlanders in het bestuur is in die periode met slechts 0,7 procentpunt afgenomen.

Uit de berekeningen van het CPB blijkt dat de beloning van de 0,1% van de Nederlanders met het hoogste inkomen uit arbeid sinds de jaren '90 sneller is gestegen dan het gemiddelde loon. Tot 1998 bleef het aandeel van de top 0,1% stabiel op 1,3% van het totale looninkomen. In de jaren tot 2006 liep dat op tot 2%. De topbeloningen zijn in de periode 1999-2005 nominaal met bijna 6% gestegen, tegen ruim 3% voor het gemiddelde inkomen.

In die ontwikkeling is Nederland niet uniek en internationaal gezien behoort Nederland nog steeds tot de meer egalitaire landen. In Duitsland haalt de top 0,1% salaristrekkers 4% van het totale looninkomen binnen, in de VS is dat zelfs 8%. Bestuurders van Nederlandse bedrijven verdienen dertig keer het gemiddelde loon, in de VS is dat negentig keer.

De belangrijkste verklaring voor de stijging van de topbeloningen is volgens het CPB de groeiende schaalgrootte van bedrijven. De hoogte van de beloning blijkt nauw samen te hangen met de grootte en de internationale spreiding van een bedrijf. Het CPB ziet dan ook een direct verband tussen de globalisering van de economie, die leidt tot grotere en internationalere bedrijven, en de stijging van de topinkomens.

Opvallend is dat de beloning van bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen veel harder stijgt dan die van ondernemingen die geen beursnotering hebben. Bij de beursgenoteerde bedrijven is de topbeloning in de periode 1999-2005 met 9% gestegen tegen 5,5% bij de niet-beursgenoteerde bedrijven.

Het CPB kan die stijging maar ten dele verklaren uit zaken als schaalgrootte en inflatie. 'De resultaten suggereren dat de markt voor topbestuurders bij beursgenoteerde ondernemingen anders werkt dan bij andere ondernemingen', aldus het CPB. Het planbureau legt nog wel een verband met het zogenoemde principaal-agentprobleem: naarmate de zeggenschap van de eigenaren van een onderneming zwakker is, zal er meer ruimte zijn voor bestuurders om zichzelf een hogere beloning toe te kennen. Bij beursgenoteerde ondernemingen, die vaak veel kleine aandeelhouders hebben, speelt dit probleem sterker.

Wat ten slotte uit de studie naar voren komt is dat de topbeloningen in de publieke sector ver achter blijven bij die van het bedrijfsleven. Het salaris van een Nederlandse minister is de afgelopen twee decennia relatief afgenomen: van vijf keer het gemiddelde loon in de jaren tachtig naar vier keer in 2009.

Snellere stijging topbeloning bij beursgenoteerde

bedrijven niet logisch verklaarbaar

Reacties

Ingelogd als *Naam*
Ik ga akkoord met de spelregels en het privacybeleid van FD.nl
Nog x karakters beschikbaar

Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.

Inloggen
Wachtwoord vergeten?

Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.

Gratis registreren
  • Gratis 1 week het FD in de bus
  • Gratis 1 week het FD digitaal
  • Gratis 1 week onbeperkt FD.nl