Het ministerie van VWS is als een bange ouder die het kind meer verantwoordelijkheden wil geven maar niet durft vrij te laten. Dit gedrag is funest voor de ontwikkeling van de zorgsector. Het is kiezen of delen, een stukje marktwerking bestaat niet.
Meer tijd nodig
Een aantal jaren terug leek het ministerie vastbesloten om binnen enkele jaren marktwerking te introduceren in de zorgsector. Gaandeweg bleek al snel dat bepaalde besluiten meer tijd nodig hadden. Nu constateren we dat de liberalisering stagneert waardoor de gezondheidszorg dreigt dood te bloeden op de operatietafel.
Marktwerking is slechts een mogelijke invulling van het bestel van de gezondheidssector. Het hangt veelal af van politieke voorkeur of een dergelijk bestel wenselijk is.
Funest voor de sector
Halve of gepolderde marktwerking is in elk geval niemands ideaal en is daarbij ook funest voor de sector omdat het innovatie en efficiency ten behoeve van patiënten in de kiem smoort. De politiek creëert een stelsel waarbij de vrijheid gepaard gaat met controle en overregulatie: een 'mission impossible'.
Zo heeft de politiek bedacht dat het goed is wanneer zorginstellingen in een vrije markt concurreren op prijs met de introductie van het B-segment in de gezondheidszorg in 2007. Dit betekent dat zorginstellingen voor bepaalde delen van de zorg mogen onderhandelen met verzekeraars over de prijzen van behandelingen.
Dit klinkt mooi, ware het echter niet dat de prijzen in werkelijkheid alleen vrij naar beneden mogen bewegen: aan de bovenkant gelden straks prijsplafonds of kan zelfs de Nederlandse Zorgautoriteit ingrijpen, zoals bij de 'aanmerkelijke marktmacht' van een apotheek in Breskens.
Zorgaanbod beperken
Een verdere stap richting marktwerking is de stimulans om meer ondernemer te worden, bijvoorbeeld door je als zorginstelling te specialiseren in bepaalde behandelingen. Het is bestaande aanbieders echter vaak niet toegestaan om hun zorgaanbod te beperken - denk bijvoorbeeld aan postcodebeleid en het voorgestelde verbod op sluiting van spoedeisende hulp (SEH).
Zelfs voor wie succesvol is in zijn specialisme, is dat geen garantie voor extra omzet. Extra productie wordt immers niet vanzelfsprekend vergoed door afzetplafonds bij verzekeraars en zorgkantoren.
Een derde stap in de richting is de afschaffing van de kapitaallasten. Vroeger kregen zorginstellingen de kapitaallasten van hun vastgoed vergoed. Momenteel moeten zorginstellingen zelf grotendeels opdraaien voor deze lasten, terwijl zij feitelijk geen eigenaar worden van het pand - het College Sanering ziet hierop toe.
Torenhoge schulden
De instellingen zijn nu verzekerd van in hun voortbestaan bedreigende torenhoge schulden, terwijl de zekere inkomsten zijn weggevallen en zij niet naar de private kapitaalmarkt mogen voor extra financiering. Deze poldermarktwerking heeft ertoe geleid dat de zorg met minder geld meer moet doen, zonder dat zij de vrijheid heeft gekregen om zichzelf efficiënter en marktgerichter in te richten.
We zien dat het huidige bestel onwerkbaar en onhoudbaar is. De politiek moet daarom een keuze maken: of we gaan door met de marktwerking of we draaien alles terug. De stap richting marktwerking is gezet, maar als we de volledige transitie willen maken dan zullen we onze weg moeten vervolgen en niet blijven aarzelen.
Vertrouwen geven
Het ontnemen van ruimte aan zorginstellingen om de vruchten te plukken van de marktwerking hoort daar niet bij. Het geven van verantwoordelijkheid gaat samen met het geven van vertrouwen en niet met meer regulering en controle.
Een stukje marktwerking bestaat niet, vandaar de oproep om vol gas te geven, vooruit dan wel achteruit.
Hugo de Bruin is adviseur gezondheidszorg bij adviesbureau Boer & amp; Croon.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.