Dat geeft een strikte Europese kaderzetting voor de formatie. Om het EMU-saldo, het tekort als percentage van het bruto binnenlands product, binnen de perken te krijgen, rekening houdend met de kosten van de vergrijzing en de nasleep van de crisis, moet in twee kabinetsperioden 30 miljard euro worden omgebogen.
Het Centraal Planbureau heeft die operatie eerder qua omvang vergeleken met die in de jaren tachtig, 'na het akkoord van Wassenaar'. De structurele aanpassingen waren pijnlijk. Ambtenarensalarissen en uitkeringen gingen omlaag, de arbeidsmarkt werd flexibeler en de marktwerking werd vergroot. Het bleek niet vergeefs. Nederland werd in de daaropvolgende twintig jaar het beste jongetje van de klas.
Het akkoord van Wassenaar - de uitruil van loonoffers met winst en werkgelegenheid - tussen werkgevers, werknemers en de politiek, de daaropvolgende kabinetten-Lubbers en de periode-Kok waren bij elkaar vruchtbare polderjaren. Natuurlijk werden er ook problemen door bedekt en keuzes ontweken. Maar over partijen en deelbelangen heen werd een consensus in stand gehouden over wat goed was voor het land die per saldo goed uitpakte voor iedereen.
De vraag wat goed is voor het land was in deze verkiezingen opnieuw indringend aan de orde en is op het eerste gezicht beantwoord met een cryptische opdracht van de kiezer: zoek het zelf maar uit. Het helpt dat bijna dertig jaar na het akkoord van Wassenaar werkgevers en werknemers elkaar opnieuw vinden in een antwoord op een van de grote uitdagingen van deze tijd: de vergrijzing. Dat geeft hun het recht om vooral VVD en PvdA nu op te roepen om ook hun verantwoordelijkheid te nemen. Maar die oproep schept ook een plicht om aan het succes van een nationale consensus te blijven bijdragen.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.