In steeds ruwer taalgebruik geeft de Amerikaanse president Barack Obama de afgelopen week uiting aan het ongenoegen dat er bij veel Amerikanen leeft. Toch zijn het juist de Amerikanen geweest die BP ooit, begin jaren vijftig van de ondergang redden. President Eisenhower geeft de CIA dan opdracht om de Iraanse nationalistische president Mohammed Mossadeq via een staatsgreep te verwijderen.
Mossadeq zelf is twee jaar eerder ook via een staatsgreep aan de macht gekomen en nationaliseert alle Iraanse bezittingen van BP. Hoewel BP vanaf 1953 haar macht in Iran met andere oliemaatschappijen moet delen, is de toekomst van het bedrijf door de komst van de door de Amerikanen geparachuteerde sjah gered.
Vergunning Iran
Ruim een halve eeuw eerder, in 1901 om precies te zijn, krijgt BP - of de Anglo-Persian Oil Company, zoals het indertijd heette - een vergunning om in Iran (Perzië) naar olie te zoeken. Daarmee is het bedrijf de eerste oliemaatschappij die het belang van het Midden-Oosten op ware grootte inschat. In 1908 wordt de eerste olie naar boven gepompt.
Na het verliezen van het monopolie in Iran, verlegt BP de grenzen. Eerst richting het Midden-Oosten, maar vanaf de jaren zestig ook naar de Noordzee, waar het in 1965 als eerste maatschappij olie aanboort. Eind jaren zestig krijgt BP ook de rechten om een groot olieveld in Alaska te exploreren.
Invloed politiek
De latere bestuursvoorzitter John Browne beschouwt BP dan als een onderdeel van het ministerie van buitenlandse zaken. Het verkrijgen van gunningen is een wezenlijk onderdeel van de buitenlandse politiek van Groot-Brittannië.
De invloed van de politiek op het beleid is in deze periode pregnanter bij BP dan bij andere westerse oliemaatschappijen omdat de aandelen tot eind jaren zeventig in handen zijn van de Britse overheid. BP is het eerste bedrijf dat tijdens de regering Thatcher wordt geprivatiseerd, in 1987 worden de laatste aandelen aan het publiek verkocht.
Kuwayt Oil
Dat daarmee de bemoeienis van de politiek niet voorbij is, blijkt als Kuwayt Oil, eigendom van oliestaat Koeweit, een poging doet om controle over BP te krijgen. Thatcher zorgt er eigenhandig voor dat een overname niet doorgaat.
Het is vergelijkbaar met het gemor dat nu hoorbaar is. Als gevolg van de drastische koersdaling van BP behoort een overname door Chinese of Russische oliemaatschappijen ineens tot de mogelijkheden, maar dat gaat zowel Britse politici als institutionele beleggers toch te ver.
Meest succesvolle oliebedrijf
Onder leiding van de eerder genoemde Browne verandert BP vanaf medio jaren negentig van een log overheidsbedrijf in het meest succesvolle oliebedrijf ter wereld. BP is in deze periode de gangmaker in een snel consoliderende sector. Met overnames van Arco en vooral Amoco groeit BP in deze jaren razendsnel. Waar aan het begin van de jaren negentig BP nog als een behapbare prooi voor Koninklijke Olie/Shell werd beschouwd, beschrijft Browne in zijn recente memoires dat BP rond 2005 als de dominante partij wordt gezien in gesprekken over een mogelijke fusie tussen de twee maatschappijen. Die gesprekken lopen overigens op niets uit, volgens Browne omdat de commissarissen van BP het niet zien zitten.
Naast de snelle groei, wordt de bestuurstermijn van Browne (1995-2007) mede gekenmerkt door een gedaanteverwisseling van BP. Na de overname van Amoco staan de letters BP niet langer voor British Petroleum. Hoewel het acroniem gehandhaafd blijft, betekenen de letters niets meer, net als DSM niet langer de afkorting is van De Staats Mijnen.
Nieuw logo
BP past ook het logo aan. Het wat oubollige geelgroene schild wordt ingewisseld voor een zonachtige bloem. Het is de verbeelding van een bedrijf dat als eerste grote oliemaatschappij erkent dat er iets gedaan moet worden aan de klimaatverandering. Hoewel de omzet van het bedrijf nog altijd wordt gedomineerd door de verwerking van olie en gas, schreeuwt het bedrijf sinds 2000 van de daken dat het 'Beyond Petroleum' denkt.
De charme van Browne lijkt wonderen te doen. Hij wordt door Britse bestuurders vijf jaar op rij als meest succesvolle bestuursvoorzitter van het land genoemd en de Financial Times doopt hem in deze jaren zelfs tot Zonnekoning. Dankzij goede connecties met de Russische president Vladimir Poetin slaagt Browne er zelfs in om een heuse joint venture in Rusland voor elkaar te krijgen. Het 50%-belang in TNK is op dit moment goed voor een vijfde van de olie- en gasreserves van heel BP, een tiende van de winst is een direct gevolg van de Russische connecties.
Ongeluk na ongeluk
Vanaf 2005 gaat het mis. De problemen van BP concentreren zich in de Verenigde Staten. In maart overlijden vijftien BP-medewerkers als gevolg van een explosie in een raffinaderij in Texas. Als gevolg van een orkaan kapseist enkele maanden later een olieplatform in de Golf van Mexico. Weer enkele maanden later blijkt een roestende pijpleiding van BP in Alaska voor een milieuramp te zorgen. Een kwart miljoen vaten olie sijpelen over het kwetsbare landschap van Alaska.
Het is het begin van het einde voor John Browne. Hoewel de ongelukken vrijwel direct geassocieerd worden met kostenbesparende maatregelen die BP in de voorafgaande jaren heeft doorgevoerd, zijn het uiteindelijk privéproblemen die tot het vertrek van Browne leiden.
Imago herstellen
Browne speelt nog wel een belangrijke rol bij het benoemen van Tony Hayward als opvolger. De minder autocratisch opererende Hayward moet het imago van BP herstellen.
Aanvankelijk gaat dit met succes. Eind 2008 weet hij een slopend conflict met het Russische TNK tot een voor BP acceptabel compromis te brengen. De Russische en Oekraiense bondgenoten willen aanvankelijk volledige controle over de joint venture. Hayward weet een nieuw akkoord te sluiten waar de verhoudingen fifty-fifty blijven, maar waar het bestuursvoorzitterschap niet langer in Britse handen is. Hij noemt het een 'pragmatische' oplossing.
Dividend op peil
Aandeelhouders zijn ook uitermate tevreden met Hayward. Als afgelopen jaar de winst terugloopt als gevolg van een dalende olieprijs, weet BP het dividend op peil te houden. Door kostenbesparingen wordt de winst begin dit jaar weer verhoogd.
Maar daar praat niemand meer over sinds 20 april. Bijna van dag tot dag wordt de wereld sindsdien geconfronteerd met het onvermogen van BP om de lekken in de Golf van Mexico te stoppen. Iedere met olie besmeurde pelikaan is een bevestiging van het onvermogen van BP.
Cruciale maand
De aandelenkoers van BP halveert, de betaling van dividend wordt uitgesteld. Maar de olie spuit vooralsnog in de Golf van Mexico. De hoop om het lek echt te dichten lijkt opgegeven. Het enige goede nieuws is dat het boren van alternatieve leidingen, die de druk richting het lek moeten verlichten, sneller gaat dan aanvankelijk gedacht. In plaats van medio augustus, zouden ze begin juli al voor een oplossing kunnen zorgen.
In het licht van de meer dan een eeuw lange geschiedenis van BP gaat het echter om een verwaarloosbaar tijdsverschil. Maar voor de toekomst van BP kan het een cruciale maand zijn.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.