Een minister van Projecten moet innovatie gaan realiseren. Geen nieuw beleid, geen nieuwe plannen en (nieuwe) subsidies, maar hameren op uitvoering, projecten en leningen.
Het nieuwe kabinet moet voortvarend aan de slag met onze toekomst. Naast bezuinigen en hervormen zal zwaar worden ingezet op innovatie. Groei en vernieuwing zijn onontbeerlijk voor economie, energie en ecologie.
De informateur heeft een koffer. Elk vakgebied, wetenschaps- of industrieorgaan, cluster, delta of valley stopt er zijn visie, folder of aanvraag in. Vier jaar geleden waren dat er 450. Toch is er weinig nieuws onder de zon. De informateur kan dus een stap voorwaarts maken. Het denkwerk is gedaan, de keuzes zijn gemaakt. Daarom moet het nieuwe kabinet een minister van Projecten hebben.
Een minister van Projecten is geen minister zonder portefeuille, maar een minister zonder partij. Hij of zij wordt gekozen op basis van bewezen competentie. Niet om te folderen of polderen, maar om complexe projecten tot resultaat te brengen. De projecten zijn interdepartementaal, dus de thuisbasis is het ministerie van Financiën. De minister heeft nauwelijks een staf en trekt voor ieder project professioneel management aan dat beschikt over de juiste competenties. Die projectmanagers komen binnen, klaren de klus en gaan weer.
We beginnen met de helft van de innovatiesubsidies (euro 1 à 2 mrd) toe te kennen via de minister van Projecten. Hij verstrekt geen subsidies maar leningen. De eerste jaren is de rente 0%. Als aan het eind van de periode de doelen zijn behaald wordt de lening kwijtgescholden. Zo niet, dan moet de lening geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald.
In plaats van een verlammende bureaucratie met toetsing vooraf krijgen we verantwoording achteraf. De minister toetst marginaal en geeft vertrouwen. Het beleid krijgt zo continuïteit. Voor de komende vier tot acht jaar zijn de kaarten geschud en de regels bekend.
Ieder voorstel wordt op zijn eigen merites beoordeeld. Geen 'wijzen' van buiten, of het Centraal Planbureau, die proberen regeneratieve geneeskunde af te wegen tegen offshorewindparken. Wie het eerst komt, het eerst maalt en op is op. Gelden die worden terugbetaald of vrijvallen uit gestaakte projecten zijn opnieuw voor toekenning beschikbaar. Elk jaar wordt het geld dat overblijft toegevoegd aan de eerste geldstroom voor fundamenteel onderzoek en over de universiteiten verdeeld.
Een voorbeeld is de energietransitie. Dat regieorgaan leverde uitstekend werk. Met het Innovatieplatform, EZ, VNO-NCW en vele anderen lijken de prioriteiten bepaald: wind ver op zee en gebruik van biomassa voor energie, chemie en materialen. De volgende fase loopt via de minister van Projecten: formuleer een paar grote, ambitieuze doelstellingen voor deze en de volgende kabinetsperiode (5 x 1000 MW op meer dan 60 km uit de kust, een geïntegreerde bioraffinaderij op de Tweede Maasvlakte), mobiliseer de partijen en ga. Elk project dat bijdraagt aan het halen van die doelstellingen komt in aanmerking.
Genoeg gedacht, genoeg gepraat. Tijd om te innoveren, tijd voor een minister van Projecten.
Benno van Dongen is partner bij Roland Berger Strategy Consultants, Jeroen Vugts is zelfstandig schrijver en adviseur, Hans Huygens is ondernemer en trekt Yes! Delft.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.