Voor de verslechterde concurrentiepositie is maar één oplossing: hard snijden in lonen. Een alternatief is er niet.
Morele plicht
Of toch wel? Er zijn economen die denken dat de zuidelijke landen moeten worden geholpen door de eurolanden in het noorden. Vooral Duitsland zou bij kunnen springen, door de lonen en bestedingen te laten stijgen.
De Duitsers hebben zelfs de morele plicht om dat te doen, want ze dragen schuld aan de problemen in het zuiden, vindt de invloedrijke Harvard-econoom Dani Rodrik. Volgens hem doet Duitsland als rijke economie veel te weinig om de stabiliteit in het eurogebied te vergroten. 'Duitsland lift mee op de economieën van andere eurolanden', klaagde Rodrik onlangs. Hij krijgt bijval van veel andere economen. Loonmatiging heeft Duitsland een oneerlijk concurrentievoordeel gegeven, waardoor de handelsbalans van zuidelijke eurolanden diep in het rood is gedoken.
Botte logica
Het is een redenering met de botte logica van een boekhouder. Dat Portugezen te veel lenen, komt omdat Duitsland te veel spaart. Het Spaanse handelstekort wordt veroorzaakt door het Duitse overschot. En als de Griekse arbeider relatief duur is, dan is de Duitse arbeider te goedkoop.
De cijfers lijken Rodrik gelijk te geven. Tussen 1998 en 2008 daalden de loonkosten per eenheid product in Duitsland met ruim 6%. De Griekse loonkosten gingen in dezelfde periode met bijna 16% omhoog. Dat betekent een verslechtering van de concurrentiepositie van 22 punten. Logisch dat de Grieken nog geen pondje geitenkaas in het buitenland verkocht krijgen.
Europees denken
Maar achter deze schijnbaar simpele vergelijking van loonkosten gaat een ander verhaal schuil. Het verhaal van Duitse ondernemers die kansen grijpen en juist wel Europees denken.
In 1998 ging van de totale verdienste van de Duitse industrie ruim 75% naar de werknemers. Deze industriële 'arbeidsinkomensquote' (aiq) was de hoogste van alle (toekomstige) eurolanden, en betekende dat er voor ondernemers en aandeelhouders relatief weinig overbleef. Dankzij investeringen en loonmatiging daalde de Duitse aiq in tien jaar naar een meer gemiddelde 67%. De Duitse loonmatiging was zo onderdeel van een logische en noodzakelijke inhaalslag.
Slanker en efficiënter
De manier waarop de loonstijging werd getemperd, was bijzonder. Onderzoek van Dalia Marin van de Universiteit van München laat zien dat de lonen in Duitsland relatief laag bleven, omdat Duitse bedrijven investeerden in Oost-Europa. Daar vonden ze de goed opgeleide werknemers die in het thuisland schaars werden.
Zonder deze outsourcing waren de lonen in Duitsland ongetwijfeld sneller gestegen. 'Door het verplaatsen van onderdelen van de productie naar Oost-Europa', schreef Marin afgelopen zondag op de economensite VoxEU.org, 'werden Duitse bedrijven slanker en efficiënter en konden zij marktaandeel winnen op de steeds meer competitieve wereldmarkt.' Duitse ondernemers waren helemaal niet bezig met het bevechten van Spaanse en Griekse concurrenten. Het was de concurrentiestrijd met de VS, Japan en China die hen dreef.
Duitse exportmachine
De zo ontstane gezonde en winstgevende Duitse exportmachine zou de rest van Europa moeten inspireren. Wat deden Griekse industriëlen om hun concurrentiepositie te versterken? Waarom profiteerden Spaanse en Portugese ondernemers niet van kansen die Europa bood?
Terwijl de Grieken hun begrotingscijfers oppoetsten, de Portugezen vergaten te hervormen en de Spanjaarden hun vastgoedmarkt lieten ontsporen, investeerde Duitsland in het nieuwe Europa. Wrang juist nu dat land de schuld van de eurocrisis in de schoenen te schuiven.
Mathijs Bouman is macro-econoom.& nbsp;& nbsp;
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.