Het debat moet gaan over de vraag hoe we de kwaliteit van de zorg kunnen verbeteren en desondanks de kosten beheersbaar kunnen houden.
Meer mogelijkheden
De marktwerking moet verschillend benaderd worden voor enerzijds de basisgezondheidszorg en anderzijds voor de goed planbare ziekenhuiszorg. Door een schets te geven van de gewenste ontwikkelingen voor onze eigen sector, de eerstelijnsgezondheidszorg, lichten we dit nader toe.
De komende jaren zal de behoefte aan zorg verder toenemen: mensen worden ouder, krijgen op steeds jongere leeftijd chronische ziekten en door de technologische ontwikkelingen komen er steeds meer mogelijkheden om mensen te behandelen.
Goede uitgangspositie
Tegelijkertijd moeten de sterk stijgende kosten van de zorg worden afgeremd, en de arbeidsomstandigheden aantrekkelijk genoeg zijn om mensen er met plezier te laten werken. Tenslotte willen burgers, als ze zorg nodig hebben, bij voorkeur zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving blijven wonen en controle over hun eigen leven houden. Bij elkaar opgeteld lijken dat bijna niet te combineren opgaven.
Maar niets is minder waar. Nederland heeft in vergelijking met ons omringende landen een goede uitgangspositie. We hebben een sterk ontwikkelde huisartsengeneeskunde en op diverse plaatsen in het land slaan zorgverleners de handen ineen omdat ze beseffen dat vooral bij chronische ziekten, maar ook bij zwangerschap en geboorte, meerdere disciplines moeten samenwerken.
Integrale dienstverlening
Er zijn meer dan 170 gezondheidscentra, waar huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen, maatschappelijk werkers en wijkverpleegkundigen samenwerken om integrale zorg aan hun patiënten te bieden. Er zijn rond de honderd zorggroepen, waarin huisartsen samen met andere zorgverleners zorgprogramma's opstellen en uitvoeren om de dienstverlening aan groepen chronisch zieke patiënten te verbeteren.
Zorgverzekeraars hebben berekend dat deze integrale dienstverlening kostenbesparingen oplevert van honderden euro's op jaarbasis per patiënt. Besparingen, doordat er minder wordt doorverwezen naar duurdere specialisten, terwijl door de betere zorg de chronische aandoeningen vaak minder snel verergeren.
Gebiedsgerichte basiszorg
Een nieuw kabinet moet deze ontwikkelingen de komende jaren versterken, daar wordt iedereen beter van. Uitgangspunt dient te zijn een gebiedsgerichte basiszorg voor iedere burger, gericht op zo gezond en lang mogelijk meedoen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Voor iedere regio/wijk moet in kaart gebracht worden hoe de populatie burgers die er woont is samengesteld (jong-oud, laag-hoog opgeleid, migranten-autochtonen), wat de gezondheidsrisico's zijn en welk zorgaanbod er nodig is.
Daarbij gaat het niet alleen om mensen die al ziek zijn, maar ook om wat we kunnen doen om te voorkomen dat mensen ziek worden. Preventieve zorg is nu nog vaak een ondergeschoven kindje, zowel bij gemeenten als zorgverzekeraars. Die moeten samen professionals de mogelijkheden bieden om meer aan preventie te doen.
Solisten redden het niet
Zorgverleners moeten niet alleen onderling samenwerken maar ook met professionals in de thuiszorg, de wijkverpleging, het welzijnswerk en sport- en fitnessclubs. Door deze integrale aanpak zijn minder mensen op dure specialistische zorg aangewezen. Zorgverzekeraars kunnen deze samenwerking faciliteren.
Om de samenwerking in de basiszorg te bevorderen moet het organisatievermogen van de zorgaanbieders versterkt worden, want solisten redden het niet meer. Het woord organisatie roept bij menig arts het schrikbeeld op van werken in loondienst. Ten onrechte, er zijn meer wegen die naar Rome leiden.
Kwaliteit en kosten
Samenwerking in de basiszorg en een populatie- en gebiedsgerichte aanpak staan op gespannen voet met verdere marktwerking door concurrentie tussen meerdere aanbieders in een zelfde gebied. Het aantal patiënten in een dorp of wijk zal niet toereikend zijn om meerdere multidisciplinaire teams met elkaar te laten concurreren.
Als we de basiszorg dicht bij mensen willen brengen , zal er per gebied maar ruimte zijn voor één voorziening. Concurrentie zal moeten plaatsvinden op kwaliteit en kosten tussen de aanbieders in verschillende gebieden.
Leiderschap gevraagd
Om dit alles te realiseren is leiderschap gevraagd. Leiderschap van politici dat uitstijgt boven het maken van rekensommen over bezuinigingen. Leiderschap van zorgverzekeraars en gemeenten door innovatie te stimuleren en kwaliteit te belonen. Leiderschap van professionals door zelf initiatieven te nemen. En van patiëntenorganisaties door zorgaanbieders op de huid te zitten.
Burgers kunnen tenslotte zelf een belangrijke bijdrage leveren door gezond te eten, voldoende te bewegen en oprechte aandacht te hebben voor anderen in de buurt, op school en het werk.
Ella Vogelaar is voorzitter van de Landelijke Vereniging Georganiseerde Eerste Lijn (LVG) en Leo Kliphuis is directeur LVG.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.