Het sluiten van de onderzoeksafdeling van farmaceut Organon is de zoveelste klap voor de Nederlandse innovatieve sector. De overheid is al jaren bezig de innovatiesector te redden. Geen van de genomen initiatieven of opgestelde rapporten heeft echter tot verbetering geleid. De Nederlandse innovatiesector verliest juist aan concurrentiekracht.
Directeur van Organon Hans Kortlever zei eerder in deze krant dat een andere houding van Den Haag een deel van het onderzoek bij Organon had kunnen redden. Protectionistische maatregelen om bedrijven als Organon te behouden, zijn volgens Sijbolt Noorda, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) echter geen optie. 'Nederland kan zich dat als open economie niet permitteren. Organon is nu eenmaal verloren. Daar is niets meer aan te doen.'
Noorda vindt dat nu alles op alles moet worden gezet om het innovatieklimaat in Nederland te verbeteren. Het vertrekken van onderzoeksafdelingen wordt dan gecompenseerd door de vestiging van buitenlandse innovatieve ondernemingen.
Het stimuleren van innovatieve bedrijvigheid is volgens Noorda een zaak van overheid, bedrijven en kennisinstellingen samen. In de praktijk maken bedrijven volgens hem echter vaak hun eigen afweging. 'Logisch, het staat bedrijven in Nederland vrij om opportunistisch te handelen.' Kennisinstellingen doen al meer dan genoeg om het innovatieklimaat te stimuleren, vindt Noorda. 'Het is de overheid die aarzelt, veel zegt maar weinig doet.'
Ook Jan Mengelers, bestuursvoorzitter van TNO, vindt dat er meer moet worden geïnvesteerd. 'Nederland is er de afgelopen jaren niet toe in staat geweest om hoogwaardige kennis te vertalen naar toepassingen, omdat er te weinig geld voor is.' Volgens hem doet het buitenland dat veel beter. 'In China en de VS, maar ook dichter bij huis in Duitsland en Frankrijk wordt er volop geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling.'
De kreten om meer investeringen klinken al langer. Zo vroeg de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek in mei nog om euro1,5 mrd extra voor de wetenschap.
Toch heeft al het lobbyen weinig effect. Volgens de Lissabonstrategie, die in 2000 werd gelanceerd, zouden Europese landen in 2010 3% van het BBP aan onderzoek en ontwikkeling moeten besteden. Hoewel geen enkel Europees land die doelstelling heeft behaald, is Nederland een van de slechtste jongetjes van de klas. Bovendien zakte Nederland in de afgelopen tien jaar van de derde plek op de concurrentieranglijst van kenniseconomieën naar nummer tien. Het Innovatieplatform, dat in 2003 werd opgericht om de Nederlandse kenniseconomie naar een hoger niveau te brengen, kon dit niet voorkomen.
Verder is het de vraag of het in tijden van crisis wel reëel is om te vragen om grote investeringen in innovatie. Noorda vindt van wel. 'Het buitenland doet dat toch ook. In plaats van praten over koopkracht nu, moeten we het hebben over het plaatje in 2020. We moeten af van het kortetermijndenken.'
Mengelers pleit er vooral voor dat het huidige budget voor toegepaste wetenschap behouden blijft. 'Het is crisis, dus we begrijpen dat er niet direct meer geld kan komen. Maar 20% minder voor toegepast onderzoek, zoals in een van de bezuinigingsplannen wordt geopperd, is echt een slecht idee. Vooral ook omdat toegepast onderzoek een hefboom is voor innovatie.'
Eind vorig jaar was er een lichtpunt in de duisternis. Een brede meerderheid van de Tweede Kamer schaarde zich achter de motie van PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer, waarin de noodzaak werd uitgesproken om weer tot de top vijf van concurrerende kenniseconomieën te behoren.
Maar uit de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma's van het Centraal Planbureau blijkt dat geen enkele partij echt wil inzetten op innovatie. Sterker nog, velen willen erop korten of overstappen van themaspecifiek beleid naar generieke investeringen, wat volgens Mengelers ook een verkapte bezuiniging is. 'De verkiezingsprogramma's zijn niet in lijn met de trend in de sector. Investeren in onderzoek dat gebonden is aan maatschappelijke thema's, zoals duurzaamheid, is volgens de wetenschap juist dé manier om innovatie te stimuleren.'
Als de politiek het innovatieklimaat niet uit het slop haalt, moet iemand anders dat doen. Noorda ziet hierin geen grotere rol voor de universiteiten. 'Kennisinstellingen moeten openstaan voor samenwerking, maar vooral kennis ontwikkelen en overdragen. Het zijn geen ondernemers.' Mengelers denkt hier anders over: 'Hoogleraren zouden meer tijd moeten krijgen voor ondernemerschap. In het buitenland is dat al heel gewoon, maar hier bepaalt toch vooral het aantal wetenschappelijke publicaties en citaties hoe een wetenschapper wordt beoordeeld.'
Mengelers ziet sterkere samenwerking tussen universiteiten en onderzoeksinstituut TNO als laaghangend fruit: 'Sinds een paar jaar moeten universiteiten hun kennis vermarkten, ook al hebben zij daar weinig ervaring mee. Bij de technische universiteiten gaat dat redelijk, maar de algemene universiteiten worstelen ermee. TNO heeft alle expertise voor het toepassen van wetenschap in huis. Daarom moet de brug tussen universiteiten en TNO worden versterkt.'
'Nederland is niet in staat hoogwaardige kennis te vertalen naar toepassingen
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.