Het incident is exemplarisch voor de positie van de bedrijfsarts die in steeds meer bedrijven op grotere afstand van de werknemers is geplaatst. Artsenorganisaties hekelen die ontwikkeling al langer.
Het is een trend die in het licht van de vergrijzing onwenselijk is. Nu werknemers immers langer moeten doorwerken is het des te belangrijker dat zij daartoe ook in staat worden gesteld. Daarbij past een inbreng van de bedrijfsarts om organisaties daarbij te helpen. Hoewel er de afgelopen jaren ook veel ten goede is veranderd rond de arbozorg, heeft de veranderende wetgeving de positie van de bedrijfsarts ten onrechte verzwakt.
Het is een goede zaak dat werkgevers verantwoordelijk zijn gemaakt voor de ziekteverzuimbegeleiding en re-integratie van zieke werknemers. Zo heeft de verplichte loondoorbetaling van werknemers in de ziektewet de hoge instroom van het aantal werknemers in de WIA, voorheen WAO, fors verlaagd. Maar met de liberalisering van de arbomarkt in 2005, waardoor de verplichting tot het contracteren van een erkende arbodienst voor werkgevers verviel, lijkt de korte termijn het van de langere termijn te winnen.
Sinds twee jaar neemt de instroom in de WIA fors toe, wat verklaard wordt door de hogere arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen die volgens het ministerie van Sociale Zaken hogere arbeidsongeschiktheidrisico's lopen. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Zeker omdat keer op keer blijkt dat werkgevers de gevolgen van de vergrijzing voor het personeelsbestand onderschatten.
Werkgevers ontberen de deskundigheid van de bedrijfsarts om (oudere) werknemers ook op de langere termijn inzetbaar te houden. Dat pleit voor een zinvolle rol van de bedrijfsarts en het wettelijk borgen van de toegang van werknemers tot erkende arbogeneeskundige zorg. Maar dat mag niet leiden tot terugkeer van verplichte winkelnering bij inefficiënte arbodiensten.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.