De toenmalige Fed-voorzitter Alan Greenspan gooide olie op het vuur door eveneens te wijzen op het gevaar van dalende prijzen. Iedereen keek naar Japan, waar de centrale bank geen kans zag de deflatie te bestrijden en de recessie jaar na jaar voortduurde.
Financiële charlatans
Een jaar of vijf later was het weer raak. Na het achtereenvolgens knappen van de internetzeepbel, de aanslagen van 11 september en de inval in Irak waren veel westerse economieën in een recessie beland. De inflatie daalde en economen en financiële charlatans tuimelden over elkaar heen om de gevaren van deflatie voor het voetlicht te brengen. Roubini, toen al wat beroemder, somberde in 2003 in de New York Times dat deflatie zou leiden tot een vicieuze cirkel van al diepere malaise.
De geschiedenis herhaalt zich. Weer vrezen economen en beleidsmakers voor dalende prijzen. Roubini, inmiddels uitgegroeid tot de ongekroonde koning van het doemdenken, twittert: 'Deflation risks rising with rising risks of double dip.' En The New York Times schrijft deze week: 'Sinds 2003 heeft de Fed de kans op deflatie niet zo serieus genomen als nu.'
Angst voor deflatie
Als historici ooit de economische geschiedenis van het begin van deze eeuw schrijven, komt er vast een hoofdstuk over de angst voor deflatie. Ze zullen zich dan verbazen over de hysterie, want terwijl iedereen vreesde opgezogen te worden door het 'deflatoire zwarte gat', stegen de prijzen rustig door. De eurozone kende precies vijf maanden waarin het prijspeil daalde: tussen juni en oktober vorig jaar. Tijdens de 146 andere maanden was de inflatie positief. In 1998 noch in 2003 was er sprake van deflatie. En volgens de laatste cijfers bedraagt de Europese inflatie nu alweer een gezonde 1,7%.
In de Verenigde Staten ging het niet veel anders. Alleen in 2009 daalde het prijspeil licht, maar in de andere jaren stegen de prijzen consequent. In 1998 bedroeg de inflatie 1,6%, in 2003 was dat zelfs 2,3%. Ondertussen inspireerde de angst voor dalende prijzen de monetaire autoriteiten tot een spectaculair ruim geldbeleid.
Ongekende renteverlagingen
Vooral de Fed laat zich sinds 1998 gijzelen door deflatiefatalisten en reageert op iedere afname van de inflatie met ongekende renteverlagingen. In 1998 ging, ondanks een gezonde economische groei van 4,4%, de rente drie keer omlaag. Begin deze eeuw verlaagde Greenspan de beleidsrente naar een historisch lage 1%. Zijn opvolger Ben Bernanke ging nog verder en bracht de rente omlaag naar praktisch nul.
Roubini en zijn napraters zullen stellen dat de Fed daarmee het deflatiegevaar knap heeft afgewend. Maar dat valt helemaal niet te bewijzen. Tegelijkertijd is de enorme prijs van dit zogenaamd geslaagde monetaire beleid wel evident. Door de kunstmatig lage rente en het ruime geldbeleid ontstond de ene na de andere zeepbel. Dotcom-aandelen, commercieel vastgoed, hypotheken, derivaten, olie en andere grondstoffen, voedsel, goud en zilver, je kunt geen markt bedenken of het gratis geldbeleid heeft er tot irrationele prijspieken geleid. Het knappen van die zeepbellen ging telkens gepaard met veel onrust en financiële verliezen. En ironisch genoeg leidde iedere knappende zeepbel tot opflakkerende angst voor deflatie.
Geen pretje
Nu is hardnekkige deflatie geen pretje; zeker niet voor landen met grote schulden, zoals de VS. Maar de monomane focus op dalende prijzen als de grootste economische ramp, die ten koste van alles moet worden afgewend, is minstens zo schadelijk. Dat zouden we de afgelopen twaalf jaar toch geleerd moeten hebben.
Mathijs Bouman is macro-econoom.& nbsp;& nbsp;
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.