Door de Griekse schuldencrisis zijn Zuid-Europese landen volledig uit de gratie en zoeken financiers een veilig heenkomen voor hun centen. Maar de beschutting die bijvoorbeeld de Nederlandse haven biedt, heeft wel een prijs. De vergoeding die financiers ontvangen voor het beschikbaar stellen van kapitaal daalt met de dag.
Gisteren deed een staatslening met een looptijd van tien jaar nog maar 2,63%, een niveau dat aan het einde van de 18de eeuw voor het laatst werd gezien.
VOC betaalde 2%
In die jaren konden provincies als Holland en Utrecht veelal al voor 2,5% op de markt terecht voor een lening met een oneindig lange looptijd. Een partij als de Vereenigde Oost-Indische Compagnie betaalde vaak maar 2% voor langlopende leningen. De Amsterdamse beurs meldde op een bepaald moment zelfs dat de lange rente was gedaald tot 1,75%, schrijven Sidney Homer en Richard Sylla in hun boek A history of interest rates uit 1996.
De lage rentes waren het sluitstuk van een periode die bijna twee eeuwen had geduurd, een periode waarin de tarieven steeds maar verder daalden. Slechts in tijden van oorlog liepen de rentes tijdelijk lichtjes op in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Rente hoger na Waterloo
Toen de Bataven begin 1795 hulp kregen van de Franse revolutionaire troepen onder leiding van generaal Pichegru en ze gezamenlijk een einde maakten aan de Republiek, was het gedaan met de lage prijzen voor geld. De rentes gingen omhoog en na Waterloo noteerden de leningen geen 2,5% meer, maar ten minste 7%.
Homer en Sylla betogen dat het succes van de Republiek gebaseerd was op dezelfde kwaliteiten die het voor de Nederlandse Staat nu zo voordelig maken om geld op te halen. 'In de Lage Landen was er geen verkwistend hof vol adellijke lieden die graag oorlogje voeren in het buitenland. Wel leefde er een zuinige en vooral spaarzame bevolking.' Waar in landen als Frankrijk en Spanje met de regelmaat van de klok leningen werden afgestempeld, gebeurde dat in de Republiek zelden. Provincies en steden betaalden hun leningen terug. 'Daardoor was er een rotsvast vertrouwen in de eerlijkheid van de bestuurders.'
Landsverdediging
Op basis van het gezonde kredietsysteem kon vervolgens de landsverdediging worden opgetuigd en kon de handel floreren.
De kooplieden zwermden uit over de wereld en dreven in elke uithoek handel. De Britse schrijver Daniel Defoe, tegenwoordig nog vooral bekend van zijn werk Robinson Crusoe, beschreef de Nederlanders in 1728 als 'de mondiale vrachtvaarders, de tussenpersonen in internationale handelstransacties, de makelaars van Europa'. Het geld stroomde binnen.
Tulpenbollen
Het gevolg was dat er vrijwel altijd veel meer kapitaal beschikbaar was dan er behoefte aan krediet was. Dat zette druk op de prijs van geld. Financiers waren in die tijd dan ook, net als nu, naarstig op zoek naar alternatieve beleggingen. Tulpenbollen bijvoorbeeld, of het militaire apparaat van buitenlandse vorsten.
Al aan het einde van de 17de eeuw was het gedaan met de Republiek als mondiaal machtscentrum. Engeland nam die rol toen over. Financieel echter bleef de Republiek haar rol nog heel lang spelen. Zo betaalde de Britse East India Company in 1786 ruim 3% voor een langlopende lening die ze in Londen afsloot, een vol procent meer dan de VOC toen in Amsterdam kwijt was.
Rente blijft wellicht laag
Inmiddels is er in Nederland opnieuw veel meer kapitaal beschikbaar dan nodig. Wellicht blijft de rente daardoor wel eens heel lang laag en dat is goed nieuws voor het Agentschap van Financiën.
Gisteren meldde die dat de Staat volgende week tot euro 8 mrd wil ophalen met leningen met een looptijd van minder dan een jaar. Dat kan tegen een rente van minder dan 1%. Maar als het toch weer de andere kant uitgaat, is het misschien tijd om te denken aan een eeuwigdurende lening voor 2,5% zoals de provincie Holland ruim twee eeuwen geleden in de markt zette.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.