Lenhard zat er vierkant naast: 2009 werd een formidabel beursjaar en hij bleef met zijn fonds ver bij de markt achter. Maar nu, meer dan veertien maanden later, heeft de Zwitserse fondsmanager niets van zijn standvastigheid verloren: aandelenmarkten krijgen een ongenadige klap te verwerken.
Koersgrafieken
Het keerpunt ligt volgens Lenhard ergens tussen nu en 14 maanden. Hij leidt dat af uit koersgrafieken, die hij met zijn team van technische analisten nauwlettend volgt. Naast de S& amp;P 500 en de Eurostoxx 50, volgt hij de Russell 2000 en de S& amp;P financials. Vooral de laatste twee grafieken laten een heel duidelijk patroon zien 'en dat patroon is heel zorgelijk'.
Lenhard is niet zomaar iemand: hij wordt door Morningstar en Lipper gerekend tot de beste wereldaandelenmanagers en staat ultimo juli met een outperformance van 17% bovenaan de ranglijsten. Hij rekent op een koersval die wordt veroorzaakt door de VS, die steeds meer op Griekenland gaan lijken. Dat die koersval vooralsnog is uitgebleven, komt volgens hem door de lage rente en door het feit dat beleggers aandelen als alternatief beschouwden.
Onzekerheid
Het Lombard Odier Funds Selective Global Equity Fund speelt op de onzekerheid in door thans niet meer dan 69% in aandelen te beleggen; 31% wordt aangehouden in cash - terwijl minimaal 50% in aandelen moet zijn belegd. Daarnaast geldt voor de aandelen die in portefeuille zijn dat het gaat om bedrijven die overnamekandidaat zijn, zodat Lenhard rendement zekerstelt dankzij een premie die hij op enig moment krijgt.
Het fonds doet het sinds lancering in 2003 ruim 30% beter dan de benchmark, de MSCI World. Lombard Odier stelt dat die outperformance te danken is aan de focus op total return en het asymmetrische risicoprofiel waarmee vermogensbehoud wordt nagestreefd in roerige tijden en vermogensgroei in betere tijden.
Absolute return
'Door de schok van 2008 noteerden veel fondsen een negatieve performance en zijn beleggers nu op zoek naar fondsen die een doelstelling van total of absolute return hebben', zegt Valentijn van Nieuwenhuijzen, die bij ING Investment Management verantwoordelijk is voor de asset allocatie-strategie. Daarnaast speelt volgens hem het algemene beleggersklimaat mee, met lagere rendementen. 'Dat betekent dat je creatiever moet zijn.'
De toenemende twijfel over het aloude long-only aandelenfonds wordt gestaafd in een onderzoek van Credit Suisse: wie in 1994 euro 1000 in een wereldaandelenfonds had gestopt dat de MSCI World Index als benchmark heeft, zou nu euro 2460 hebben verdiend. Wie had gekozen voor een fonds dat de Dow Jones Credit Suisse Long/Short Equity Hedgefund Index volgt, had nu euro 4600 gehad.
Multi-asset strategie
Dergelijke inzichten maken dat 50% van de managers uit de pensioen- en beleggingsindustrie voor de komende jaren inzet op een multi-asset strategie en slechts 6% op long-only beleggen, zo blijkt uit een studie van Penrose Financial.
Bij de multi-asset fondsen wordt op basis van een ruim mandaat het hele universum van asset classes ingezet. Het doel ervan is om een positief resultaat te behalen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een dynamische asset-allocatie die gericht is op de economische cycli. Daarbij wordt het portfolio ingevuld met producten die daar het beste bij aansluiten.
Markant voorbeeld
Fondsen die een multi-assetbenadering kennen, hebben in 2008 doorgaans goed gepresteerd. Het meest markante voorbeeld daarvan is het Franse Carmignac Patrimoine, dat een neutraal resultaat behaalde en daarmee elk denkbare benchmark overtrof. Het gevolg van deze resultaten was een explosieve instroom van vermogen.
Toch meent Ewout van Schaick, senior portfoliomanager asset allocatie van ING IM, dat het Franse fonds geen goed voorbeeld is van een total return fonds. 'Als het nodig is, dan verlagen ze de aandelen allocatie ten opzichte van de referentie-benchmark, terwijl total return fondsen normaliter veel meer opereren binnen een maximum risicobudget en van daaruit alloceren naar die asset categorieën met de op dat moment meest aantrekkelijke vooruitzichten.'
Risico-rendementverhoudingen
Zijn collega Van Nieuwenhuijzen denkt dat het vooral draait om een optimalisering van de risico-rendementverhoudingen en dat een klant de fondsmanager daarbij niet meer op basis van het relatieve risico (benchmarkdenken), maar op het totale risico afrekent.
Fondsaanbieders hebben van hun kant ook grote verwachtingen van multi-asset fondsen, maar daarbij doet zich wel een praktisch probleem voor. Institutionele beleggers als pensioenfondsen geven dergelijke ruime mandaten nog niet, omdat zij fondsen nog altijd beschouwen als bouwstenen in hun eigen asset allocatie. Bij retailbeleggers stuiten deze fondsen op het feit dat de AFM banken dwingt om te handelen vanuit het identificeren van risicoprofielen. Op basis daarvan maken ze een statische asset allocatie van aandelen, obligaties, cash en vastgoed, zegt Van Schaick.
Vrijgelaten
Het ING-tweetal denkt dat de klant beter af is met de benoeming van een risicodragende en een risicovrije asset allocatie en dat de fondsmanager voor het overige vrijgelaten moet worden om onder alle omstandigheden een positief resultaat te halen. Bij de indeling daarvan moet de (gemiddelde) volatiliteit het uitgangspunt zijn.
De auteurs zijn redacteuren van Fondsnieuws.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.