Ynte de Vries (33)
Bedrijf: FrieslandCampina
Functie: Senior researcher life sciences
'Op jonge leeftijd was ik al gefascineerd door alles wat met beestjes en de natuur te maken heeft. Dat ik biologie ben gaan studeren, was dus een logische stap. Na mijn studie microbiologie in Groningen werkte ik als aio aan de Universiteit van Wageningen, waar ik al projecten deed die werden gesponsord door mijn huidige werkgever, toen nog twee losse bedrijven. Ik had dus al een lijntje met het bedrijfsleven. Als broekie kwam ik vijf jaar geleden binnen bij Friesland Foods, waar ik mij ging bezighouden met veiligheidsaangelegenheden rond de ontwikkeling en verbetering van producten. Sinds 2009 werk ik bij FrieslandCampina, in het researchcenter in Deventer. Het bedrijfsleven leek me toch interessanter dan de universiteit; er verschijnt echt een product in de supermarkt. Het beter benutten van de goede stoffen in melk is de kernactiviteit van onze onderzoeksafdeling.
Innovatie is van belang om op wereldniveau te kunnen concurreren. De strakke regelgeving vanuit Brussel is een probleem. Die zorgt dat het soms lastig is een mooi nieuw product toegelaten te krijgen. Controle is natuurlijk goed, maar het moet vlotter. Het duurt een jaar of drie tot je door de ambtelijke molen bent.
De ontwikkeling gaat stuk sneller, het is daardoor een echte bottleneck, vooral voor nieuwe ingrediënten waar nog geen ervaring mee is. In Zuidoost-Azië, waar we ook fabrieken hebben staan, gaat het allemaal een stuk sneller, een halfjaar tot een jaar.
Ik ben niet pessimistisch over de positie van Nederland als kennisland. De situatie bij Organon geeft me een dubbel gevoel. Je moet niet te veel dingen kunstmatig in leven houden. Het gaat toch om concurrentie op wereldniveau, dus je moet geen hele onderzoeksafdelingen overeind houden. Maar als er nieuwe initiatieven zijn, doet de overheid er wel verstandig aan te investeren.
Ik wil nog een aantal jaren deze projecten draaien en dan wil ik wel het management in. Het is mijn ambitie om in de top van het bedrijf terecht te komen. De voedingssector is een mooie sector. Daarbij is het bedrijf niet beursgenoteerd dus er is geen gehannes met cijfers en beurskoersen. Onze opdrachtgevers zijn de veehouders. Zij denken meer aan langere termijn, het bedrijf moet immers worden voortgezet door hun zoons. Mijn roots liggen ook op het Friese platteland.'
Saskia van Hemert (31)
Bedrijf: Winclove Bioindustries
Functie: Senior scientist
'Voor zo'n klein bedrijf is onze researchafdeling heel groot. We proberen steeds innovatief te blijven, want je wilt natuurlijk niet ingehaald worden door concurrenten. Alleen bij
& nbsp;het eigen product blijven, is stilstaan. Ik zet bij Winclove innovatieve projecten op en begeleid deze. Het was voor mij een bewuste keuze het bedrijfsleven in te gaan. Ik werk nu aan een veel breder scala aan onderwerpen dan op de universiteit, waar je toch vooral met je eigen kleine dingetje bezig bent. Hier heb ik meer het idee dat het iets bijdraagt wat ik doe.
Dat Winclove een klein bedrijf is, biedt de mogelijkheid om ook in andere gebieden van de onderneming mee te denken. Hier heb je ook te maken met de afdelingen marketing en sales. Samen stemmen we af in welke richting we ons onderzoek doen.
Het is goed dat tegenwoordig al tijdens de opleiding aandacht wordt besteed aan carrièr
emogelijkheden buiten de wetenschap. Mijn opleiding bereidde me voor op een wetenschappelijke carrière. Toch komen de meeste afgestudeerden in andere sectoren terecht, onder andere het bedrijfsleven. Onze huidige stagiaires hebben ook businessvakken gevolgd.
Concurrentie tussen onderzoekers is hier nauwelijks. We hebben hier geen 'scientist of the month'. We proberen met z'n allen een nieuw product te ontwikkelen, concurrentie lijkt mij dan juist averechts werken.
De regels uit Brussel zijn de bottlenecks voor innovatie. De EFSA, de Europese voedselveiligheidsorganisatie, keurt tot nu toe vrijwel alle gezondheidsclaims van Winclove af. Het product wordt nu steeds afgekeurd op andere punten, dat maakt het lastig te innoveren. Je doet een investering en dat wil je kunnen uitdragen, anders kun je je niet onderscheiden van de rest.
De sluiting van de onderzoekstak van Organon zou doodzonde zijn. De overheid moet proberen te voorkomen dat expertise weglekt naar het buitenland. Mijn toekomst zie ik voorlopig
& nbsp;wel bij dit bedrijf. Uiteindelijk wil ik strategisch leider worden van de onderzoekslijn die we hier uitzetten. Bepalen waar we ons onderzoek op gaan richten.'
Aico Troeman (29)
Bedrijf: Océ Technologies
Functie: programmamanager bij application research
'Ik heb technische natuurkunde gestudeerd aan de Universiteit van Twente en ben daarna gepromoveerd op de ontwikkeling van supergeleidende nanosensoren. Hier was ik heel inhoudelijk en diepgaand bezig, maar het leek me ook interessant om breder te kijken, naar hoe we de techniek beter kunnen gebruiken. Océ bood me die mogelijkheid. In het bedrijfsleven gaat het echt over innovatie, op basis van technologische voortgang meerwaarde creëren voor de klanten. Daar zijn ook commerciële aspecten bij nodig.
Ik werk nu 2,5 jaar op de afdeling application research, de onderzoekstak van Océ. Er werken hier alleen maar techneuten. Ik heb mijn technologische achtergrond ook wel echt nodig om te begrijpen wat hier gebeurt. Ik bevind mij in het speelveld van technologische verandering, behoeften van de klant en ontwikkelingen op de markt. Die combinatie biedt een visie op het innovatieproces. Dat het bedrijf nu 130 jaar bestaat is gelukt door goed naar buiten te kijken en steeds te vernieuwen. De wereld verandert en als je niet mee verandert, ga je dus figuurlijk achteruit. Innovatie is van doorslaggevend belang voor het langdurig competitief voortbestaan van bedrijven. Innovatie gaat verder dan het bedenken van nieuwe producten. Ook het bedenken van nieuwe processen binnen het bedrijf en het verbeteren van bestaande producten is innovatie.
Er wordt veel gesproken over de recente overname van Océ door Canon, zowel in de media als bij de koffieautomaat, maar in mijn dagelijkse werkzaamheden heb ik er nog niet veel van gemerkt. Het zorgt voor grote uitdagingen. Hoe gaan twee bedrijven van dergelijke omvang samenwerken? Van wat ik ervan hoor, heeft Canon enorm veel
vertrouwen in onze afdeling en zien ze het niet zozeer als een overname, maar als het inkopen van kennis en ervaring. Beide ondernemingen blijken ook heel complementair aan elkaar. Ik zie de toekomst bij Océ dan ook positief tegemoet. In de toekomst zou ik mij wellicht op een strategischer niveau met vraagstukken in het beschreven innovatielandschap bezig willen houden. Hoe begeef je je in het speelveld van marktontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en klantbehoeften?'
Michiel de Man (30)
Bedrijf: DSM
Functie: Innovation Process Advisor in het DSM Innovation Center en onderzoeker Business & amp; Biodiversity aan het Copernicus Instituut (Universiteit Utrecht).
'Na mijn studies bedrijfskunde en ontwikkelingsstudies heb ik als consultant gewerkt, toen ben ik overgestapt naar de wereld van multinationals. Bij het Innovation Center,
waar ik nu een jaar werk, ondersteunen we met een team van interne consultants de vijftig belangrijkste innovatieprojecten van DSM. We proberen niet de expert uit te hangen die het wel even gaat uitleggen; een bescheiden houding is belangrijk. Ik moet zorgen dat technologisch potentieel wordt vertaald naar een rendabel product op de markt. Dat is in mijn ogen waar innovatie om draait, die vertaling naar succesverhalen in de markt. Naast DSM doe ik twee dagen onderzoek aan het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht naar bedrijfsactiviteiten die een positieve, in plaats van een negatieve invloed hebben op natuur en biodiversiteit.
Ondernemingen moeten ons gaan helpen een leefbare wereld te behouden. We moeten vanuit het bedrijfsleven een putsch genereren, dat kan zoden aan de dijk zetten. Overheden en ngo's zijn daarin niet effectief genoeg. Ik vind dat innovatie en duurzaamheid onvoldoende op de politieke agenda's staan, terwijl deze combinatie de basis is voor onze welvaart. Die basis is altijd in beweging, dat zie je in Oss.
Ik merk binnen DSM dat een heldere en positieve visie voor een duurzame toekomst enorm veel energie losmaakt en focus geeft. Uiteindelijk is de mindset van ons allemaal veel belangrijker dan wat de overheid allemaal wel en niet doet. Er is durf voor nodig om te stoppen met klagen en samen te dromen en bouwen aan een mooiere toekomst.'
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.