De cijfers van CBS en Kadaster lopen& nbsp; drie tot vier maanden achter op de cijfers van de NVM. De NVM baseert& nbsp; zich op voorlopige koopcontracten, de andere twee instellingen op definitieve contracten. Die worden doorgaans binnen drie maanden na de voorlopige overeenkomst gesloten. Bij een eventuele vergelijking van het jongste CBS-cijfer moet dus worden gekeken naar cijfers van NVM over het vierde kwartaal 2010. De NVM meldde voor die periode& nbsp; een prijsdaling met 0,2% ten opzichte van dezelfde periode van 2009.
Dan nog lopen de uitkomsten van NVM en CBS niet parallel, omdat ze verschillende rekenmethoden gebruiken. De NVM corrigeert niet voor verschillen in kernmerken tussen woningen zoals locatie, bouwjaar en kaveloppervlakte. Het CBS doet dat wel door de WOZ-waarde van de verkochte woningen erbij te betrekken.
NVM meldt een prijsstijging, CBS een daling
Zo meldde de NVM op basis van haar voorlopige koopcontracten voor het derde kwartaal 2010 een prijsstijging met 0,1% ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het CBS meldde over het derde kwartaal 2010 – drie maanden terugrekenend vanuit hun cijfers voor oktober, november en december - een prijsdaling met 1%.
Voor het tweede kwartaal 2010 rapporteerde de NVM een prijsstijging met 1,5%, het CBS meldde teruggerekend voor dat kwartaal een prijsdaling met 0,6%. Soms is de NVM ook negatiever dan het CBS, zoals vanaf het derde kwartaal 2008 tot en met het eerste kwartaal 2009. De NVM rapporteerde over die periode een prijsdaling met 5,5% tegen het CBS met een min van 1,7%.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.