Dat betekent dat de pensioenen en de pensioenrechten van miljoenen werknemers voor het derde achtereenvolgende jaar achterblijven bij de prijs- en loonstijgingen. Wanneer de rechten van een werkend persoon nooit worden opgehoogd voor een inflatie van bijvoorbeeld 3% per jaar, valt het pensioenbedrag op 65-jarige leeftijd eenderde lager uit.
De Nederlandse pensioenfondsen kampen nog steeds met tekorten. Dit geldt in het bijzonder voor een aantal grote bedrijfstakfondsen, die een belangrijk aandeel hebben in de door DNB onderzochte partijen. De gemiddelde dekkingsgraad - de verhouding tussen de bezittingen en de contant gemaakte nominale pensioenplichten - bedroeg vrijdag 106%. Om de pensioenen altijd voor inflatie te kunnen ophogen, het 'reële pensioen', is een dekking van minimaal 130% nodig.
Rente-op-rente-effect
De laatste keer dat pensioenfondsen de rechten en uitkering nog volwaardig met de inflatie of de lonen ophoogden, was in 2008. In dat en het voorgaande jaar waren de fondsen zelfs in staat om een deel van de opgelopen gaten te repareren die na de vorige beurskrach van 2003 waren ontstaan. De reparaties van de fondsen zullen echter nooit volledig zijn, omdat de fondsen het zogenoemde 'rente-op-rente-effect' dat deelnemers anders ook hadden genoten, niet mogen uitkeren.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.