De stap van Fitch betekent een mogelijke verlaging van de kredietrating van Japan in de nabije toekomst. Ze volgt op eerdere outlookverlagingen van Standard & amp; Poor's en Moody's.
Overheidsfinanciën
Volgens Fitch moet de regerende Democratische Partij snel een aangescherpte strategie formuleren over de manier waarop de overheidsfinanciën op orde kunnen worden gebracht.
Het oordeel van de kredietbeoordelaars legt extra druk op premier Naoto Kan. De oppositiepartijen in Japan vinden dat hij 's werelds ergste nucleaire crisis in 25 jaar tijd slecht managet. Sadakazu Tanigaki, leider van de Liberaal Democratische Partij, stelde vanmorgen dat hij een motie van wantrouwen voorbereidt, die hij begin volgende week in stemming wil brengen in het parlement, aldus persbureau Kyodo.
Kosten van de beving
Fitch liet weten dat de financiering van de wederopbouw na de verwoestende aardbeving niet doorslaggevend zijn geweest voor de verlaging van de outlook. Die kosten zouden overigens kunnen oplopen tot ruim 50 biljoen yen& nbsp; (€ 433 mrd), zo meldde S& amp;P onlangs. De Japanse regering raamde de kosten voor het herstel van de infrastructuur in de getroffen gebieden eerder op € 216 mrd.
Japan zal extra moeten lenen, waardoor de Japanse staatsschuld verder zal oplopen. Eind vorig jaar bedroeg die bruto 220% van het bbp. Vorige maand liet het Internationaal Monetair Fonds weten dat de schuld van het Aziatische land in 2016 zal zijn oplopen tot 250% van het bbp.
Hoewel dergelijke percentages ver boven die van bijvoorbeeld Griekenland, Portugal en Ierland liggen, maakt Fitch zich maar beperkt zorgen. De $ 1000 mrd aan Japanse deviezenreserves gelden immers als een verzekeringspolis. Daarnaast wijst de kredietbeoordelaar erop dat het overgrote deel van de schuld in Japanse handen is en een groot deel daarvan weer wordt aangehouden door quasi-overheidsinstellingen als Japan Post. 'Zij zullen niet in paniek massaal hun leningen van de hand doen', schrijft Andrew Colquhoun van Fitch.
Inflatie
Vanmorgen werd ook bekend dat er na 28 maanden weer sprake van inflatie is in Japan. De kerninflatie - de stijging van het prijspeil exclusief verse voeding - kwam in april uit op 0,6% in vergelijking met een jaar eerder. In maart was er nog een negatieve inflatie van 0,1%.
De inflatie is echter niet het gevolg van een structurele verbetering van de Japanse economie, maar vooral van de natuurramp van 11 maart. Door productie- en distributieproblemen ontstond schaarste en dat heeft tot prijsstijgingen geleid. Weinig economen verwachten dat de deflatie waar Japan al jaren mee kampt overwonnen is.
Kaoru Yosano, de Japanse minister van economie, wees er al op dat de huidige inflatie van voorbijgaande aard zal zijn. 'We kunnen niet echt zeggen dat Japan inflatie kent met een toename van 0,6% van de kernconsumptieprijzen.'
Technisch effect
Een deel van de stijging is overigens te danken aan de olieprijzen, die in het afgelopen half jaar met circa 20% zijn gestegen. Daarnaast is er ook sprake van een technisch effect. Een jaar geleden werden de consumptieprijzen gedrukt door een overheidsmaatregel waarbij schoolgeld voor middelbaar onderwijs werd afgeschaft.
Vanmorgen bleek overigens dat de detailhandelsverkopen in april met 4,8% zijn gedaald in vergelijking met een jaar eerder. Dit illustreert de klap die Japan heeft gekregen en doet vermoeden dat de Japanse economie ook in het tweede kwartaal krimpt. In het eerste kwartaal daalde het bbp met een geannualiseerde 3,7%. In het laatste kwartaal van vorig jaar was er ook al sprake van krimp, waardoor de economie officieel in een recessie is weggegleden.
Reacties
Om te kunnen reageren op artikelen dient u ingelogd te zijn.
Nog geen abonnee? Registreer gratis of bekijk onze abonnementen.