*

Duurzame ontkenning | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
fd extra energie

Duurzame ontkenning

Reijnders, L.
Monday 16 May 2011, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 
Het is teleurstellend te moeten constateren dat er meer politieke aandacht is voor verhoging van de maximumsnelheid, dan voor radicale verandering van het energiebeleid, vindt emeritus hoogleraar Lucas Reijnders.

Herbezinning op energiebeleid gaat geheel aan Den Haag voorbij

Lucas Reijnders

De Noordzee is in een aantal opzichten van toenemend belang als afvalbak voor de energieproductie. Elektrische centrales worden vaker aan zee gezet. Dat gebeurt mede omdat, anders dan bij vestiging aan de binnenwateren, de lozing van afvalwarmte daar door vergunningverleners niet als probleem wordt gezien. Burgerprotesten maken de ondergrondse berging van kooldioxide te land impopulair, en opslag in de zeebodem is de weg van de minste weerstand.

Afgezien van sulfaten, neemt de neerslag van milieubezwaarlijke stoffen in de Noordzee vanuit zeeschepen vermoedelijk toe. Dat komt vooral doordat bunkerolie viezer wordt. Met de stijgende olieprijs wordt het aantrekkelijker om chemisch afval en op bitumen lijkende aardolieproducten als bunkerolie te verkopen. Dat leidt tot een toenemende uitstoot en fall-out van fijn stof met onder meer milieugevaarlijke metalen en polycyclische aromaten.

En dan is er, gegeven de vele kernreactoren die aan de Noordzee met bijbehorende estuaria staan, een kans dat net als in Fukushima een zware lekkage van radioactief materiaal richting zee optreedt. De werkelijke kans op zo'n zware lekkage overtreft de theoretische kans die tot nu toe bij de vergunningsverlening wordt gehanteerd met vermoedelijk ongeveer een factor 50. Het drama in Fukushima maakt ook duidelijk dat de mogelijkheden aan een lekkage richting zee daadwerkelijk iets te doen, stevig worden ingeperkt wanneer in problemen geraakte kerncentrales vlak bij elkaar staan. Iets wat het geval kan zijn bij de kerncentrales van het Belgische Doel (bij Antwerpen), en - als het aan de huidige regering ligt - in de toekomst ook bij de kerncentrales van Borssele.

Piek aardgas en aardolie

Als bron van fossiele koolwaterstoffen heeft de Noordzee in de toekomst een afnemend belang. In 1999 piekte de aardolieproductie in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, en in 2001 gebeurde dat in het Noorse deel van de Noordzee. De piek in de productie van Noors aardgas wordt in 2015 of 2016 verwacht, de piek in Nederland dateert van 2004. Ook als men niet echt geïnteresseerd is in energiegerelateerde vervuilingsproblemen, zou de afname van de aardolie- en gasproductie van eigen (zee)bodem een urgente uitnodiging moeten zijn tot een herbezinning op het nationale energiebeleid. De landen rond de Noordzee zijn immers voor ongeveer tachtig procent van hun energievoorziening aangewezen op deze twee fossiele brandstoffen.

De urgentie daarvan wordt alleen maar groter nu ook wereldwijd de pieken in de productie van conventioneel aardgas en aardolie in zicht komen, en stabiliteit in de landen die nog over grote voorraden aardolie en aardgas beschikken een punt van grote zorg vormt. Daarbij komt dat de omschakeling op radicaal andere systemen van energievoorziening een zaak van lange adem is. Eerdere grote 'energietransities' duurden decennia. De grote kapitaalbehoefte (in Nederland honderden miljarden euro's) die, linksom of rechtsom, verbonden is met een radicale verandering van de energetische infrastructuur draagt eveneens bij aan de urgentie van een herbezinning op het nationale energiebeleid.

Aan Den Haag lijkt de urgentie van een herbezinning voorbij te gaan. Het regeringsvoornemen de bouw van een nieuwe kerncentrale in Borssele te steunen is peanuts vergeleken bij het huidige verbruik van fossiele brandstoffen. En vermindering van het aardolie- en aardgasverbruik is voor de huidige regering ook niet echt een punt.

Tekenend daarvoor is de discussie over de maximumsnelheid. Terwijl een land als Spanje met het oog op beperking van het olieverbruik de maximumsnelheid op snelwegen verlaagt, is in Nederland een verhoging van de maximumsnelheid op een aantal snelwegen, die het aardolieverbruik verhoogt, een politiek feit. In Den Haag maakt men zich vooral druk over de vraag of de automobilist bekeurd zal worden bij 133, 135 of 139 kilometer per uur. Ook wijst alles erop dat het kabinet-Rutte het statiegeld op grote plastic flessen wil afschaffen, wat niet alleen de hoeveelheid zwerfvuil vergroot, maar ook het verbruik van aardolie en aardgas.

Het ontbreken van een serieuze Haagse herbezinning op het energiebeleid kan niet liggen aan de technische mogelijkheden om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (en kernenergie) terug te dringen. Met de thans best beschikbare technieken kan het verbruik van primaire energie (brandstof) ter zee, te land en in de lucht met een factor 3 omlaag, terwijl de energiediensten op hetzelfde peil blijven. Als de gunstig gelegen vaderlandse daken en muren van gebouwen worden voorzien van zonnecellen kunnen evenveel kilowatturen worden gegenereerd als de gezamenlijke elektrische centrales in Nederland opwekken. Dankzij de snelle daling van de zonnecelprijs en de waarschijnlijke stijging van de kosten voor fossiele brandstoffen op de langere termijn komt een concurrerende prijs voor zonnestroom in zicht. De efficiency van de huidige windmolens bij de omzetting van wind in 'nuttige arbeid' is tien keer beter dan bij windmolens uit de zeventiende eeuw.

Juridische belemmeringen

Mede dankzij deze efficiencywinst is de kostprijs van een kilowattuur uit nieuwe windmolens op land vrijwel zeker lager dan die van een kilowattuur uit een eventueel nieuw te bouwen kerncentrale. De concurrentiepositie van windmolens op land verbetert verder wanneer men de nu afgewentelde kosten doorberekent in de stroomprijzen. In dat geval zou windenergie op land een stuk goedkoper zijn dan kolenstroom.

De Noordzee biedt, technisch gesproken, ruime mogelijkheden voor de energievoorziening. Wind is ter zee de interessantste optie. Een nieuwe variant op het aloude zeil, Sky Sails, kan gemonteerd op zeeschepen, inclusief vissersboten, 10-35% brandstofbesparing opleveren, en is concurrerend met bunkerolie. Voor de elektriciteitsvoorziening zijn windmolens op zee zeer interessant. Deze hebben een kweekfactor van ongeveer 15. Dat wil zeggen dat ze ongeveer 15 maal zoveel energie opwekken als in de molens is geïnvesteerd. Windmolens op zee ontgroeien nu snel de kinderschoenen. Per kilowattuur zijn ze duurder dan wind op land, maar de prijs van windenergie op zee zal bij verder rijpen van de technologie fors dalen.

De aantrekkelijkheid van de Noordzee voor de expansie van windenergie is geen nieuws. Het Energierapport dat de Nederlandse regering in 1999 publiceerde, sprak dan ook de ambitie uit om 'juridische belemmeringen voor de aanleg van grote offshorewindparken op te heffen zodat 6000 megawatt vermogen kan worden aangelegd'. Dat was geen wilde ambitie, want de ruimte voor windmolens, zonder in aanmerkelijke mate aan de belangen van de zeevaart, natuur en defensie af te doen, ligt vermoedelijk ver boven de 10.000 megawatt vermogen. Het laatste kabinet-Balkenende legde vast dat in 2020 de eerder genoemde 6000 megawatt aan offshorewindenergievermogen gerealiseerd moet zijn.

Energetische oplossingen

Er zijn ook andere, qua omvang meer bescheiden mogelijkheden om de Noordzee en de Waddenzee voor energieopwekking te gebruiken. De zeestroming in het Marsdiep en de andere doorlaten richting Waddenzee kunnen worden benut voor de installatie van 'visvriendelijke' turbines die stroom opwekken. De zoet-zoutgradiënt bij het sluizencomplex van de Afsluitdijk kan eveneens energetisch worden benut.

Op schepen gemonteerde zonnecellen kunnen voorts een fors deel van de voortstuwing en behoefte aan elektriciteit aan boord voor hun rekening nemen. Wanneer de nu afgewentelde kosten van bunkerolie zouden worden doorberekend in de brandstofprijs, kan het niet lang meer duren voordat de zonnecellen aan boord concurrerend zijn.

Daadwerkelijke aanstalten om de mogelijkheden in het Nederlandse deel van de Noordzee en aanpalende zoute wateren als energiebron te benutten, zijn echter minimaal. Het opvallendst is dat voor windenergie op zee. Nuon, Eneco en SSE hebben vier offshorewindmolenparken met een gezamenlijk vermogen van 1000 megawatt in de planning, maar de uitvoering ligt plat door onzekerheden over subsidies en de afloop van rechtszaken. Terwijl de regering al twaalf jaar geleden beloofde 'de juridische belemmeringen op te heffen'. Het getob met de windmolenparken op zee is een treffende illustratie dat het Haagse energiebeleid meer dan een beetje dom is.

Lucas Reijnders is emeritus hoogleraar milieukunde van de Universiteit van Amsterdam en de Open Universiteit.

Trefwoorden: