*

De moestuin levert stroom Schoon, slim en lekker dichtbij huis | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
fd extra energie

De moestuin levert stroom Schoon, slim en lekker dichtbij huis

Lange, R. de
Monday 24 October 2011, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Rob de Lange

Volgens optimisten kan Nederland een volkomen groen energieland worden. Het enige dat nodig is: 26.000 burgerinitiatieven voor lokale opwekking. Baas in eigen haard, maar het proces stokt.

Het is misschien nog te vroeg om van een beweging te spreken, maar er broeit iets in de Nederlandse samenleving. Gemeenten, scholen, bedrijven en particulieren zoeken elkaar op met een gezamenlijk ideaal: eigen energie opwekken. Kleinschalig, soms zelfs zonder enige vorm van subsidie. Onlangs verscheen het boekje 'Wij maken het nog mee!', geschreven door NewNRG, de organisatie die zich ten doel heeft gesteld zoveel mogelijk lokale duurzame energiebedrijven op te zetten.

Het boek geeft zo'n 300 projecten weer, redelijk verdeeld over de vier belangrijkste duurzame bronnen: wind, zon, aardwarmte en biomassa. In het voorwoord maakt NewNRG-directeur Pauline Westendorp de vergelijking met de jaren zestig van de vorige eeuw, toen bleek dat Nederland op een geweldige gasbel leefde. 'Binnen 20 jaar was bijna elk gebouw aangesloten op een aardgasleiding Tot 1960 was energieopwekking vooral een lokale aangelegenheid en de grondstof bestond voor 80% uit kolen. Nederland ging over op aardgas, centraal opgewekt. Nu maken we de beweging terug naar lokaal en duurzaam.'

Ruud Koornstra, groene ondernemer van het eerste uur en medeoprichter van het bedrijf Tendris dat zichzelf omschrijft als uitvinder van duurzame oplossingen, denkt al weer een stapje verder. Hij wil in de buurt van zijn woonplaats Eefde twee hectare landbouwgrond vol leggen met zonnepanelen. Buurtbewoners kunnen vervolgens bij hem stroom afnemen. Zonder subsidie.

Om op grote schaal de weg te openen voor lokale energieopwekking, wil Koornstra dat het onderscheid wordt weggenomen tussen een krop sla die uit een moestuin komt, en een kWh die uit een door particulieren opgezette energietuin komt. Voor de groente hoeft geen belasting te worden betaald, terwijl over de elektriciteit 11 cent per kWh met de overheid moet worden afgerekend.

Particulieren die meer energie opwekken dan ze zelf gebruiken, kunnen nu een bepaalde hoeveelheid stroom teruggeven aan het net zonder daar belasting over te hoeven betalen. Maar alles daarboven is belast. Volgens Koornstra, en alle andere voorvechters van lokale opwekking, leidt dit tot minder animo onder burgers om zonnepanelen aan te schaffen of te participeren in een biocentrale of windmolen.

Begin vorige maand tekende minister Maxime Verhagen, van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn 59 'Green Deals': overeenkomsten met sectoren, bedrijven, maatschappelijke organisaties of individuele burgers voor de stimulering van lokale duurzaamheidprojecten Er komt geen subsidie aan te pas, maar de overheid belooft wel de helpende hand te bieden bij het vinden van kapitaal, het versnellen van vergunningaanvragen of het bij elkaar brengen van nieuwe technologieën.

Volgens het ministerie wordt met de Green Deals een belangrijke stap gezet naar verduurzaming van de samenleving. Critici bevreemdt het echter dat de overheid schriftelijk vastlegt diensten te leveren die in feite tot de normale werkzaamheden zouden moeten behoren.

Koornstra en de zijnen stoort het dat het kabinet weigert op fiscaal gebied de pioniers van de zelflevering tegemoet te komen. Bij de presentatie van de Green Deals daagde hij minister Maxime Verhagen uit het fiscale regime voor lokale opwekking aan te passen en beloofde binnenkort met een door TNO goedgekeurde berekening te komen, waaruit blijkt dat zelflevering de schatkist geen geld hoeft te kosten.

Pauline Westendorp van NewNRG steunt hem: 'Zelflevering brengt een nieuwe economische activiteit op gang. Er wordt btw betaald over zonnepanelen of windmolens, het levert werkgelegenheid op en de netbeheerder krijgt een bedrag voor het transport.' Als dergelijke belemmeringen worden weggenomen zullen er volgens Westendorp 'duizend bloemen bloeien'. 'Ik denk dat we in 2050, misschien al in 2030, los zijn van het centrale net. We hebben berekend dat er grofweg 26.000 energiebedrijfjes nodig zijn om 16 miljoen Nederlanders van energie te voorzien. Tegen die tijd leven we schoner en goedkoper of we krijgen zelfs een positieve energierekening. Particulieren of bedrijven worden producenten van energie.'

Opmerkelijk genoeg wordt dit enthousiasme gedeeld door het Planbureau voor de Leefomgeving. In een vorige week verschenen rapport wordt jubelend 'de kracht van de samenleving' beschreven. De samenstellers constateren dat 'een grote groep burgers en bedrijven wil handelen en veranderen om werk te maken van een prettige leefomgeving'. 'Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet deze energieke samenleving als een kans werk te maken van de duurzaamheidsopgave. Een schone economie en een prettige leefomgeving zijn wensen die burgers en bedrijven motiveren. Om deze kracht van de samenleving aan te boren, is het belangrijk burgers en bedrijven zelf een rol te geven. Aan creatieve koplopers namelijk geen gebrek.'

Een iets andere toon slaat het Rathenau-instituut aan dat onderzoek doet naar de gevolgen van nieuwe technologie op de samenleving. 'Alle energiebronnen die helpen om een dreigende energiecrisis af te wenden, blijken maatschappelijk controversieel', luidt de conclusie. 'Niet alleen kernenergie, kolencentrales of schaliegaswinning liggen gevoelig. Ook CO2-opslag onder de grond, biobrandstoffen en talloze windenergieprojecten op land stuiten op stevig verzet van burgers, lagere overheden of milieuorganisaties. De protesten, discussies en procedures leiden steeds tot een vlucht vooruit naar andere of nieuwere technologische oplossingen. Het gevolg is maatschappelijke onhelderheid over het energie- vraagstuk, politieke besluiteloosheid en onzekerheid voor bedrijven en lagere overheden.'

Wouter Kok, strategisch adviseur bij ingenieursbureau Deerns, is vertrouwd met de zelfleveringsplannen. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in het ontwikkelen en ontwerpen van elektrotechnische voorzieningen in de gebouwde omgeving, waaronder datacenters over de hele wereld. Kok is net terug uit Rusland, waar Deerns in de buurt van Moskou meerdere datacenters heeft gebouwd.

'Iedere keer dat jij thuis of op je werk een mailtje opent, wordt er ergens op de wereld IT-capaciteit in een datacenter geactiveerd en dat kost stroom. De hoeveelheid energie die daarbij wordt gebruikt, wordt schrikbarend onderschat. Alle datacenters bij elkaar stoten op dit moment al meer CO2 uit dan het mondiale vliegverkeer. En de vraag naar dit soort IT-capaciteit zal de komende tien jaar met een factor vijftig groeien.'

Kunnen decentrale initiatieven hier problemen oplossen? Kok: 'In de toekomst wellicht, maar op dit moment nog onvoldoende. Het probleem begint al bij de vergunning waarvan de looptijden verschillen. Het bouwen van een decentrale opwekkingseenheid duurt altijd nog veel langer dan de bouw van een datacenter. Het is op dit moment veel handiger om andersom te denken: dus een datacenter te plannen naast een centrale.'

De deskundigen van Deerns hebben voorlopig meer vertrouwen in het energiezuiniger maken van bestaande systemen. Kok: 'Het klinkt simpel, maar wat we nu vooral moeten gaan doen is de hele IT-keten, inclusief de opwekking, van begin tot eind optimaliseren. Anders gezegd: van het opwekken van stroom tot en met het aanzetten van de computers. Door al die tussenliggende processen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, kan er met minder energieverbruik een veel beter operationeel resultaat worden bereikt. Die aanpak kan grote databedrijven als Google of Microsoft tientallen miljoenen dollars per jaar aan besparing op energiekosten opleveren en bovendien voor een enorme reductie van CO2-uitstoot zorgen.'

Duurzaam opgewekte energie is nog steeds (te) duur, ook al lopen de kosten van windturbines en zonnepanelen rap terug. Een andere ontwikkeling lijkt sneller effect te sorteren: slimme netten. Decentrale opwekking van elektriciteit is niet mogelijk zonder dat hoogwaardige meters precies bijhouden hoeveel we opwekken, gebruiken en teruggeven aan het net. Bovendien kunnen storingen sneller opgespoord worden. Beheer en onderhoud worden hierdoor een stuk makkelijker en overzichtelijker. Kortom: investeren in 'smart grids' lijkt belangrijker dan subsidie in zonnepanelen.

Voor de prijsvechters van de Nederlandse Energiemaatschappij is in ieder geval het omslagmoment aangebroken. Een van de oprichters, Harald Swinkels, zegt: 'Er is meer vraag naar duurzame energie dan we kunnen aanbieden. Voor ons is het alleen interessant als we het grootschalig kunnen aanbieden. Tot nog toe zien wij met name zonneprojecten die slechts over tientallen of enkele honderden daken gaan. Het wordt pas leuk als we duizenden daken kunnen gaan voorzien. Ik denk zo'n 10% van onze 600.000 klanten te kunnen verleiden. Het probleem tot nu toe is dat het voor klanten te veel gedoe is. Maar wij gaan ze iets aanbieden dat ze in één oogopslag begrijpen en waar ze verder geen werk aan hebben.'

Het nieuwe groene datacenter Green Tver Tech Campus nabij Moskou levert ook energie aan woningen in de omgeving

Foto: TCN Russia/Deerns