Willem van Reijendam
Apparaten die onderhandelen over de stroomprijs.Smart grids hebben de toekomst.
Onder de rook van Groningen staat in 25 huizen een proefopstelling die internationaal de aandacht trekt. Ze zijn uitgerust met miniatuur elektriciteitscentrales, of warmtepompen, en slimme wasmachines en andere apparaten die permanent met elkaar onderhandelen over de stroomprijs.
Wie het statige, vrijstaande huis van Wim Timmerman aan de Halmstraat in Hoogkerk bekijkt, kan niet vermoeden dat daar binnen dag en nacht een revolutionair experiment gaande is. Zelfs een opmerkzame bezoeker merkt er niks van, maar Timmerman zelf is zich terdege bewust van zijn bijzondere meterkast. 'Mijn meters staan in een vaste verbinding met het laboratorium van Kema in Groningen. Daar wordt precies geregistreerd wanneer ik wat verbruik, en wanneer het bijvoorbeeld uit kan dat mijn warmtepomp, een soort omgekeerde airco, in de tuin gaat draaien.'
Hij is een contactpuntje in een zogeheten 'smart grid'. Een netwerk van zelfstandig producerende energie-eenheden die elkaars overschot en behoefte lenigen en desnoods hun totale overschot terug leveren aan het landelijke net, aan de oplaadpaal van een elektrische auto of aan een andere afnemer. Bijzonder daarbij is dat de prijs flexibel is.
Wie zijn wasmachine, uitgerust met een computertje, 's nachts zelf laat kiezen wanneer de was wordt gedaan, kan er op rekenen dat het apparaat voortdurend op het net zoekt naar de laagste prijs. Dat kan zijn als er net een overschot aan windenergie is. Vlak voor de 'deadline' is het slimme apparaat natuurlijk minder krenterig dan aan het begin van de periode dat hij de was moet doen.
Aanbieders van stroom kunnen bijvoorbeeld miniatuur gascentrales, zogeheten HRe's zijn, die inmiddels voor de consumentenmarkt beschikbaar zijn. Die produceren stroom uit gas, dat vaak toch al verbrand werd voor verwarming. Het kunnen ook windmolens, zonnecellen of andere decentrale bronnen zijn, vertelt Kema-projectleider dr. Frits Bliek van PowerMatching City, zoals het experiment heet. 'Het gaat om groene energiebronnen die fluctuaties vertonen in hun productie. Pieken en dalen in het aanbod zijn niet efficiënt. Een slim netwerk kan bij een aanbodpiek zorgen dat het verbruik toeneemt en omgekeerd.'
Zo wekken de woningen in Hoogkerk niet alleen hun eigen elektriciteit op, maar zijn ze ook aangesloten op een windpark om de inpassing van duurzame energie in de netten te onderzoeken.
Smart grids spelen in op twee wereldwijde trends: duurzame energie en decentrale stroomopwekking. Omdat de stroomproductie mede afhangt van het weer, en niet voorspelbaar laat staan constant is, vereist dat een heel ander netwerk. Daarom brengen Kema, Essent, TNO, Gasunie en softwarebedrijf Humiq zo'n slim energienet in praktijk. Het is wereldwijd voor het eerst dat een volledig intelligent netwerkconcept op deze technologische schaal in praktijk wordt beproefd, waarbij niet alleen blindelings stroom van of naar het net wordt gestuurd, maar ook vraag en aanbod met prijsonderhandelingen worden afgestemd. 'We genieten aandacht in media en op conferenties, we krijgen bezoekers van grote energiebedrijven tot ministers van economische zaken van over de hele wereld', zegt Bliek. Het resultaat van het experiment is voorlopig ogenschijnlijk simpel: 'Het werkt.'
'Deelnemers kunnen hun energie in- en verkopen op een lokale energiemarkt en zo vindt het systeem zijn optimum. Dat was nog niet zo vanzelfsprekend', vertelt onderzoeker dr. Albert van den Noort van Kema. 'Het is een heel complex systeem, maar we merken dat alles het doet, de slimme apparatuur communiceert goed met elkaar en het comfort van de eindgebruiker is ook goed.'
Nu Hoogkerk als PowerMatching City draait, willen de partijen hun experimenten uitbreiden, want deze trend is volgens Bliek onomkeerbaar. 'Ik twijfel er niet aan dat de smart grids de toekomst hebben.' Producenten van wasmachines, vaatwassers en andere stroomverslinders zitten op het vinkentouw om hun apparaten geschikt te maken voor smart grids. Ook energie- en netwerkbedrijven hebben veel belangstelling, al was het maar omdat hun traditionele rol op het spel staat.
De vraag is wie eigenlijk de eigenaar van de stroom is en wie bepaalt aan wie die verkocht wordt. 'Er zijn verschillende modellen denkbaar. Aan de ene kant van het spectrum heeft de energieleverancier een grote vinger in de pap en merkt de gebruiker alleen op zijn energierekening wat zijn thuis geproduceerde stroom heeft opgeleverd. Maar een 'peer-to-peer model' kan ook. Dat is nog lang niet uitgekristalliseerd', zegt Bliek.
De particulier Timmerman piekert er niet over om in zijn eentje voor stroomhandelaar te spelen. Hij kan zich voorstellen dat een wijk dat wél zou kunnen. Stroomproducent zou hij maar al te graag zijn. Hij verheugt zich op het moment dat HRe-ketels betaalbaar worden. Nu, bij de eerste marktintroductie, kosten die nog zo'n euro 10.000, veel meer dan een gewone cv-ketel. In Duitsland is dat prijsverschil veel kleiner. Daar begint al vraag uit de markt te ontstaan.
Of het energieverbruik ook is gedaald na anderhalf jaar, inclusief een koude winter, is nog niet vast te stellen. Het gasverbruik lijkt nagenoeg gelijk, terwijl de HRe-ketels, per saldo in ongeveer de helft van de elektriciteitsbehoefte van de huishoudens voorzien. Timmerman, zonder HRe-ketel maar met warmtepomp stelt vast dat zijn energierekening nauwelijks is gedaald. 'Maar daar deed ik het ook niet voor. Het is gewoon eenprachtige techniek.'