Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
persoonlijk

Eigen munt slaan in tijden van crisis

Huijsmans, L.
Saturday 16 May 2009, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Linda Huijsmans

Niet iedereen legt zich neer bij het monopolie van de euro of zelfs de dollar. Pioniers van Californië tot Japan maken zich sterk voor alternatieve betalingsmiddelen, helemaal in lijn met het gedachtegoed van de Belgische hoogleraar Bernhard Lietaer. De crisis speelt ook Nederlandse 'believers' in de kaart

Een weekendje weg naar een 'grand hotel' in ruil voor het aanleggen van vloerverwarming. Of twee jaar lang de administratie doen in ruil voor een splinternieuwe auto. Therecia Venema schudt de voorbeelden van creatief zakendoen zo uit haar mouw. Ze is de oprichter van TradeXchange, een netwerk van ondernemers die diensten en producten bij elkaar afnemen en daarmee in trade-euro's betalen in plaats van echte euro's.

Ze maakte in Australië, waar ze eigenaar was van een franchise fastfoodrestaurant, kennis met het fenomeen dat ook wel barteren wordt genoemd. 'We namen de cheques met tradedollars wel aan, maar wisten eigenlijk niet goed wat we ermee moesten. Toen er na een paar jaar een grote verbouwing op stapel stond, zijn we ons eens in het fenomeen gaan verdiepen en bleek dat we die verbouwing helemaal met tradedollars konden betalen. Dat was echt een eyeopener.'

In crisistijd worden mensen creatief, maar de alternatieve betalingsmiddelen zijn geen vluchthaven voor bedrijven en consumenten die financieel krap zitten, benadrukt Venema. 'Het gaat om een beetje extra omzet uit onverwachte hoek. Ondernemers raken relatief goedkoop van hun overtollige voorraden af en bouwen tegelijkertijd een tegoed op waar ze iets leuks mee kunnen doen. Het voelt als gevonden geld.'

Venema's trade-euro's zijn een vorm van complementaire valuta, bedoeld als aanvulling op de euro. Ze ziet duidelijke parallellen met de Zwitserse WIR. Deze Zwitserse kring van ondernemers betaalt elkaar al sinds 1934 met de gelijknamige eigen munteenheid. Inmiddels is een op de vijf kleine en middelgrote bedrijven in dat land erop aangesloten. Er gaan geen enorme bedragen in om, maar de aangesloten kleine en middelgrote bedrijven kunnen er makkelijk hun overtollige voorraden verkopen en dat biedt wat extra armslag. Zeker in tijden dat het financieel wat minder gaat is dat mooi meegenomen.

Naar schatting zijn er wereldwijd zo'n 4000 alternatieve betalingssystemen in gebruik. Die variëren van vrijwilligers die kleine klusjes met elkaar uitwisselen, tot munteenheden die serieuze alternatieven bieden voor de euro en de dollar. Wat ze gemeen hebben is dat ze uit noodzaak of uit overtuiging een alternatieve manier bieden om hun zaken voor elkaar te krijgen.

Zo besloten de eigenaren van café De la Paz in het Californische Berkeley zelf voor bank te spelen toen ze geen krediet kregen voor een ingrijpende verbouwing. Klanten konden voor $ 100 waardecheques kopen. Als ze die inwisselden voor lunches of diners, waren ze $ 120 waard. De kostprijs voor het bereiden van een maaltijd lag rond de $ 40, zodat er $ 60 overbleef voor de financiering van de verbouwing. Er vloeide geld in de kas, het café verzekerde zich van trouwe klanten die zich bovendien een beetje eigenaar voelden van hun eetcafé. Wie heeft het nog over banken?

Japan heeft een heel ander probleem: de vergrijzing. Inmiddels is 18,5% van de bevolking ouder dan 65. Als die allemaal de zorg zouden krijgen waar ze recht op hebben, gaat het land bankroet. Een groep van 300 welzijnsorganisaties bedacht in 1995 een sociale munt als oplossing voor dit sociale probleem: de Hureai Kippu, wat zoveel betekent als 'zorgzame relatiekaartjes'. Iedereen die tijd besteedt aan zorg die niet door de verzekering vergoed wordt, bijvoorbeeld door boodschappen te doen voor de buurvrouw of haar naar het ziekenhuis te vergezellen, krijgt daarvoor één Hureai Kippu per uur. Die wordt bijgeschreven op een elektronische rekening. Die kun je verzilveren door een oppas voor je kinderen in te huren, maar veel mensen schrijven hun tegoed over naar hun eigen ouders die ver weg wonen. Inmiddels blijken de Japanse senioren deze sociale vorm van buurtzorg hoger te waarderen dan die van professionals.

Volgens hoogleraar en auteur Bernhard Lietaer zijn deze alternatieve vormen van betalen meer dan alleen maar aardige voorbeelden van creatieve zelfredzaamheid. In zijn ogen tonen ze aan dat het bestaande monetaire systeem niet voldoet. 'De afgelopen 25 jaar hebben we 96 grote en kleinere bankcrises gehad die op kosten van de staat weer hersteld zijn. Na de huidige crisis komen er weer nieuwe en zolang we het systeem in stand houden, zal dat niet veranderen.' Lietaer zou daarom het liefst zien dat het huidige monetaire systeem op de helling gaat. Het monopolie van de euro moet worden doorbroken. 'We moeten naar een geldmarkt waarin ruimte is voor meer dan één muntsoort en voor alternatieve betalingsvormen. Hoe meer diversiteit hoe beter, dat maakt het systeem een stuk minder kwetsbaar.'

Anthony Migchels raakte zo geïnspireerd door de ideeën van Lietaer dat hij besloot diens ideeën voor complementaire muntsoorten in de praktijk te brengen. Hij is het fundamenteel oneens met de manier waarop de economie is ingericht, en zoekt naar serieuze alternatieven. Hij introduceerde de Gelre, een munt die naast de euro circuleert, maar alleen bij bedrijven in Gelderland te besteden is. Ook voor Migchels is het een principekwestie: het huidige kapitaalsysteem deugt niet en er is dringend behoefte aan alternatieven. Elke Gelre is een euro waard, maar hij kreeg problemen met de Nederlandsche Bank toen die erachter kwam dat de Gelres rechtstreeks inwisselbaar waren voor euro's. Dat mocht niet. Na bijna een jaar 'gezeur' met DNB heeft Migchels zijn systeem aangepast.

Wie Gelres koopt krijgt 5% korting, wie ze wil terugwisselen naar euro's betaalt 5% boete. Inmiddels hebben zich in Gelderland tachtig bedrijven aangesloten waar met Gelres kan worden betaald. Vanaf juni van dit jaar wordt het mogelijk om elektronisch met de regionale munt te betalen.

Migchels ziet toekomst voor aanvullende muntsystemen als de Gelre. 'Wat mij betreft gaan we in de toekomst naar een serie netwerken die naast elkaar bestaan. Ter plekke kun je dan besluiten of je in euro's wil betalen, in Gelres of via bijvoorbeeld TradeXchange.' Hij denkt er ook over om op termijn een rentevrij krediet te introduceren. 'Dat zal zeker veel bedrijven trekken', zo verwacht hij.

In de voorwaarden van de Gelre komt een aantal ideeën van Lietaer terug. Zo betaal je geen rente als je rood staat, maar juist op het tegoed. Daardoor zullen de bezitters ze zo snel mogelijk weer willen uitgeven, waardoor ondernemers weer over meer werkkapitaal beschikken.

Accountant Mark Koops maakte zeven jaar geleden kennis met TradeXchange van Thercia Venema. In het begin was hij behoorlijk terughoudend, geeft hij toe: 'Het voelt nu eenmaal veiliger om je geld op de bank te zetten, dan afhankelijk te zijn van andere bedrijven. Wie garandeert mij dat die niet omvallen?' Inmiddels is hij erachter dat zijn saldo trade-euro's wel degelijk gegarandeerd is, en hij werkt er nu graag mee. Het leverde hem vier klanten uit het netwerk van aangesloten ondernemers op, die hij anders zeker niet had binnengehaald. Onlangs kocht hij een grotere auto en betaalde die helemaal met trade-euro's. 'Dat is erg gunstig voor mijn liquiditeit. Het geld dat ik daar anders aan kwijt was geweest, blijft nu in de zaak. Dat vind ik een groot pluspunt.'

Monopolygeld, dat woord valt een paar keer in de zoektocht naar complementaire geldsoorten. De Gelre is een stukje papier dat met een beetje kwade wil als speelgoedgeld kan worden gezien. Maar het spel is ook een inspiratiebron voor de mensen die nadenken over andere mogelijkheden. Als klein jongetje experimenteerde Henk van Arkel graag met de spelregels van Monopoly. De huidige directeur van de stichting Stro veranderde bijvoorbeeld de waarde van huizen als er een hypotheek op kwam te liggen. Of hij bepaalde dat wie langs 'Start' kwam geen geld meer 'kreeg' maar het moest lenen. 'Als er dan vriendjes meededen die de nieuwe regels niet kenden, verloren ze altijd', glimlacht hij. Zijn fascinatie met spelregels en de mogelijkheden die ze bieden, ligt aan de basis van zijn huidige werk bij stichting Stro. 'Geld is een belangrijk sturingsmechanisme in onze maatschappij. Om die te kunnen veranderen, bestuderen we dat en experimenteren ermee. Tussen het huidige systeem en een goed alternatief zit praktijkervaring en die moeten we zelf organiseren.'

In het verleden introduceerde Stichting Stro bijvoorbeeld het Lets-systeem (Local Exchange Trade System) voor particulieren, en heeft een van de eerste barterkringen voor bedrijven opgezet: Amstelnet. Zodra er genoeg kennis was opgedaan stopten de experimenten weer of werden voortgezet door anderen. Noppes, bijvoorbeeld, is een Lets-systeem dat nog steeds functioneert. Het Pergolaproject is verder gegaan als de Waardebonnenbank. Daarbij kopen consumenten van een boer producten die nog gezaaid moeten worden.

Toen halverwege de jaren negentig duidelijk werd dat de computer de kritische factor zou worden voor het slagen van complementaire geldsystemen, begon Stro met het ontwikkelen van software. Inmiddels is er Cyclos, het open source systeem voor complementaire waardesystemen, nu wereldwijd het meest gebruikte softwareprogramma. Kleine netwerken van bedrijven en consumenten kunnen hiermee een eigen banksysteem opzetten en hebben geen hulp van derden, lees de grote banken, meer nodig.

Het lijkt erop dat de diversiteit waar Bernhard Lietaer zo hartstochtelijk voor pleit, al volop bestaat. Een goed functionerend duaal muntsysteem en banken die in beide valuta's handelen, zullen nog wel even op zich laten wachten, maar Lietaer constateert dat de bankwereld heel voorzichtig al in beweging komt. Brazilië kent al tien alternatieve muntsoorten en wil op termijn toe naar 150. Ook in Frankrijk is een bank serieus bezig met de introductie van een complementaire munt, al houdt Lietaer de naam daarvan nog even voor zich.

Ook Van Arkel van Stichting Stro merkt dat banken beginnen mee te bewegen. 'De Banco Republica in Uruguay doet mee met een klein project waar wij experimenteren met een alternatieve munt. Dat is een boeiende ontwikkeling.'

De bankwereld hoeft overigens niet bang te zijn dat ze in dit nieuwe systeem helemaal aan de kant worden geschoven. Zij blijven hard nodig, vindt zelfs Bernhard Lietaer: 'Firma's moeten dat niet onderling gaan regelen. Banken zijn daar heel goed in, laten we gebruik blijven maken van hun kennis.'

Bernhard Lietaer (boven) beschouwt alternatieve betalingssystemen als bewijs dat het bestaande monetaire systeem niet voldoet

'Liever een trade-euro dan geen euro'

Mark Koops is eigenaar van Accountantskantoor Koops in Groningen.

'Ik was net voor mezelf begonnen, toen ik in 2002 benaderd werd door TradeXchange. Voor mij was het interessant om lid te worden van een netwerk met andere ondernemers die potentieel nieuwe klanten waren. Daarom dacht ik dat het belang van dit netwerk minder zou worden naarmate mijn bedrijf zou groeien, maar niets blijkt minder waar. Inmiddels raad ik iedere ondernemer aan om lid te worden, want het is een goede manier om je overcapaciteit te verkopen.'

TradeXchange is met Bartering Nederland de enige barterkring die Nederland op dit moment rijk is. Therecia Venema begon er zeven jaar geleden mee, en er hebben zich nu 350 bedrijven bij het netwerk aangesloten. De leden kunnen diensten en producten bij elkaar afnemen en betalen met elektronische trade-euro's. Willen leden iets kopen wat niet in het netwerk beschikbaar is, dan zoekt Venema daar een bedrijf bij dat lid wil worden.

Mark Koops kocht vorig jaar een nieuwe auto, die hij helemaal financierde met trade-euro's, maar omdat het een grote aanschaf was, kwam hij 'rood' te staan op zijn Trade-account. 'Er diende zich via het netwerk een nieuwe klant aan die zelf wat krap in de euro's zat. We spraken af dat ik hem de eerste twee jaar bedien op basis van 100% trade-euro's. Zo kan ik mijn saldo weer aanvullen, en is hij ook weer geholpen.'

Koops adviseert iedere ondernemer vooral deel te nemen aan een netwerk als TradeXchange, maar ook om het saldo zo laag mogelijk te houden. 'Geef wat je verdient zo snel mogelijk weer uit, maar dan wel aan zaken die je echt nodig hebt.' Zo schafte hij zich een bril aan met trade-euro's, bracht er een lang weekend mee door op een landgoed en betaalde er het kerstcadeau voor zijn personeel van.

In de regel handelt Koops uit principe op fiftyfiftybasis; de helft van de rekening wordt betaald in trade-euro's, de andere helft in harde euro's. Daar komt de btw nog bij, die ook in echte euro's betaald moet worden want 'dat is de enige manier waarop ik de Belastingdienst kan betalen'. Het grote voordeel van TradeXchange is dat het extra omzet oplevert, meent hij. 'Ik verdien liever trade-euro's dan geen euro's'. Maar als het eropaan komt blijkt cash toch king te zijn want: 'Nog liever heb ik harde euro's dan trade-euro's. Die kan ik uit de muur trekken en besteden waar en wanneer ik wil.'

'Het ziet er toch te veel uit als monopolygeld'

Gerhard Brethouwer (Dynamiek Natuurvoedingswinkel in Arnhem) accepteert Gelres

'Ik had wel eens van Gelres gehoord, maar de directe aanleiding om ermee te gaan werken was een vraag van een klant. Anthony Migchels, de initiatiefnemer van het fenomeen, komt hier ook regelmatig dus hij heeft me snel even bijgepraat.'

Deze anekdote van Gerard Brethouwer toont aan waar de kracht van de regionale munt ligt: hij stimuleert lokaal en regionaal ondernemerschap. Initiatiefnemer Migchels keek voor de invoering goed naar het fenomeen Regiogeld in Duitsland.

Regiogeld, en dus ook de Gelre, zorgt ervoor dat wat in eigen stad of provincie verdiend wordt, daar ook weer wordt uitgegeven. Dat is voor eigenaar Gerhard Brethouwer van natuurvoedingswinkel Dynamiek in Arnhem een van de grootste pluspunten van het werken met de munt. Een belangrijk verschil met barternetwerken als TradeXchange is dat ook consumenten er aan deelnemen.

Een Gelre is in de winkel evenveel waard als een euro, maar als een ondernemer ze wil terugwisselen naar euro's, betaalt die een 'boete' van 5%. Dat bedrag gaat naar goede doelen. Het systeem staat nog in de kinderschoenen, maar het principe spreekt Brethouwer erg aan: 'Door geld dat hier in Arnhem en omgeving verdiend wordt hier ook weer uit te geven, help je de lokale infrastructuur in stand te houden.'

Het feit dat Dynamiek een Gelre-acceptatiepunt is, levert hem dan ook nieuwe klanten op.

Het belangrijkste nadeel vindt Brethouwer dat het netwerk van winkels en bedrijven nog klein is. 'Maar dat is een typische kip-ei-discussie; hoe meer bedrijven er meedoen, hoe aantrekkelijker het ook voor anderen wordt. Deze zomer beginnen we met het elektronisch betalen van Gelres. Ik verwacht dat het aantal deelnemers dan hard zal groeien.'

Want eerlijk is eerlijk, zelf zal hij niet snel met een stapel papieren Gelres onder zijn arm naar zijn leveranciers stappen om ermee te betalen. 'Het ziet er toch te veel uit als monopolygeld.'