Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
persoonlijk

Handel niet in kunst, geniet ervan

Strik, V.
Saturday 17 October 2009, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Door Vincent Strik

Handelen in kunst is uit fiscaal oogpunt uit den boze. Kunst kopen en er thuis van genieten wordt echter beloond. En maakt u een mooie winst, dan mag u die houden.

Het kopen van kunst kan meerdere doelen dienen. U kunt genieten van het aangekochte werk, of er - als u dat belangrijk vindt - mee pronken. Als het een hedendaags werk betreft, ondersteunt u een kunstenaar die u interessant vindt. En u kunt er geld mee verdienen, mits u een neus hebt voor kwaliteit en gevoel voor de markt. Als geld verdienen echter uw intentie is, dan kunt u de fiscus op uw weg vinden.

Als u een kunstwerk koopt, dan verlaagt u daarmee uw vermogen dat als grondslag dient voor de vermogensrendementsheffing van effectief 1,2%. Kunst wordt namelijk, net zoals een jacht - ook al kost het miljoenen - of een rijk gevulde wijnkelder, niet meegeteld zolang er sprake is van persoonlijk gebruik. Is dat jacht, die wijnvoorraad of die kunstcollectie echter aangeschaft met als doel winst te maken, dan wordt dat bezit voor de fiscus een belaste belegging.

Bewijslast

Met kunst voor eigen gebruik loopt u dus geen enkel risico. En mocht de inspecteur toch van mening zijn dat er sprake is van een belegging, dan ligt de bewijslast bij hem. 'Dat valt niet mee, want dan gaat het over een oordeel over de intentie van de eigenaar', zo stelt Erik van der Sande, fiscalist en partner van het accountants- en adviesbureau Grant Thornton in Rijswijk. 'De intentie is bepalend.' Van der Sande kent dan ook geen recente rechtszaak waarin de fiscus heeft proberen te bewijzen dat een kunstcollectie als een belegging moet worden gezien. Dat neemt niet weg dat hij aanraadt zorgvuldig te werk te gaan: 'Better safe than sorry.'

Er is nog een reden om zorgvuldig te zijn. Een verzamelaar die koopt en verkoopt loopt de kans dat de inspecteur zijn activiteiten gaat zien als werk. Als de verzamelaar succesvol is, beschikt hij kennelijk over kennis van zaken. Hij kan dan gedwongen worden het resultaat van zijn transacties bij zijn aangifte in box 1 te verantwoorden onder overige activiteiten. En dat betekent dat zijn nettowinst met maximaal 52% wordt belast.

Ook hierover is Van der Sande geen door de inspecteur aangespannen rechtszaak bekend. Wel één tegenovergestelde zaak. Sterker nog, daar is hij zelf bij betrokken. Een professionele kunsthandelaar heeft privé een kunstwerk gekocht waar hij een stevig verlies op heeft gemaakt. Hij claimt nu dat dat verlies ten laste moet worden gebracht van het resultaat overige werkzaamheden. Hij beschikt immers over specifieke kennis. Had de handelaar winst gemaakt, dan had de fiscus die winst kunnen belasten. Het omgekeerde moet volgens Van der Sande dan dus ook gelden. Er is overigens nog geen uitspraak gedaan.

Niet alleen kennis van zaken, ook het verrichten van 'echt' werk kan aanleiding zijn om de eventuele winst in box 1 te belasten. Als u een schilderij koopt, dat laat restaureren en van een nieuwe lijst voorziet en vervolgens met winst verkoopt, kán de inspecteur stellen dat er sprake is van werk en dat de winst dus thuishoort in box 1. Volgens Van der Sande is het daarom verstandig om dat soort verbeteringen door de kunsthandelaar te laten uitvoeren, nog vóór de koop. Er kan dan nooit discussie ontstaan.

Wordt de waarde van uw kunstcollectie niet bij uw vermogen geteld voor de vermogensrendementsheffing, als u overlijdt ligt dat anders. Voor de successierechten wordt de kunstverzameling wel meegenomen. Als de nieuwe schenk- en erfbelasting volgens plan per 1 januari wordt ingevoerd (maar dat is nog altijd onzeker), worden de tarieven weliswaar lager - zeker als u aan derden nalaat - maar zijn uw erfgenamen in de praktijk tussen de 20% (uw kinderen) tot 40% (derden) kwijt. In sommige gevallen kan de erfbelasting met kunst worden betaald met een premie van 20% (zie FD Persoonlijk van 13 juni 2009). Van der Sande waarschuwt er wel voor dat de Belastingdienst daarbij geen kleingeld teruggeeft: 'Als u 100 moet betalen en het geaccepteerde schilderij is inclusief de 20%-waardetoeslag 110 waard, dan krijgt u geen 10 terug. De automaat wisselt niet.' Als u overigens uw collectie schenkt aan een museum of een andere algemeen nut beogende instelling (Anbi), hoeft de ontvanger geen schenkingsrecht te betalen. Ook niet als de Anbi door uzelf is opgericht.

Waardestijging

Aannemende dat u kunst koopt om van te genieten, geen zaken doet die bij de fiscus tot vraagtekens kunnen leiden, maar dat u er ook geen bezwaar tegen hebt dat uw collectie in de loop van de tijd meer waard wordt, resteert de vraag wáár u zich dan op moet richten. Van welke kunst mag u verwachten dat die in waarde zal stijgen? De analogie met aandelen dringt zich op. Een heel legioen analisten, handelaren en adviseurs suggereert u bepaalde aandelen wel of juist niet te kopen. In de werkelijkheid kunnen die suggesties verrassend uitpakken. In de kunstwereld zijn het de kunstkenners, handelaren, galeries, musea en de grote verzamelaars die de toon zetten. Uiteraard vindt iedere galeriehouder dat het segment waarin hij zich heeft gespecialiseerd kwaliteit bezit. Anders zou hij wel switchen naar een meer belovende markt.

Kwaliteit betekent niet noodzakelijkerwijs ook waardestijging. Daarvoor moet die kwaliteit door meer mensen worden herkend, mensen die bereid en in staat zijn daar geld voor uit te trekken. In de achterliggende jaren, toen geld nog spotgoedkoop was, waren er veel mensen bereid (veel) geld neer te leggen voor echte of vermeende kwaliteit. Nu de broekriem is aangehaald, is dat minder vanzelfsprekend. Maar zoals u in deze bijlage in de rubriek Kunstmarkt regelmatig kunt lezen, zijn er segmenten waar alweer heel goede prijzen, zo niet recordprijzen, worden betaald. Dit kan erop duiden dat de dip slechts tijdelijk is en dat u van uw kunst kunt genieten zonder daar geld op toe te leggen, als u tenminste kwaliteit in huis hebt en niet gedwongen wordt op een verkeerd moment te verkopen. Ook hier dringt de analogie met aandelen zich op. Een kunstwerk is feitelijk een illiquide aandeel. Dat kunt u niet zomaar op ieder moment verkopen, dat vraagt om timing. De analogie gaat verder. Werken van gevestigde namen of een alom erkende school of periode zijn de blue chips van het universum en het werk van een op doorbreken staande kunstenaar is een speculatief biotechnologieaandeel. Van blue chips mag een keurig rendement worden verwacht, biotech kan een gouden belegging blijken of een totale mislukking. Daar houdt de analogie dan ook direct op. Als het werk van de kunstenaar die nét niet doorbreekt u aanspreekt, loopt u alleen een mogelijke winst mis, maar hangt of staat het werk nog steeds in uw huis. Uw biotechnologieaandeel daarentegen is in rook opgegaan.

Kunstindex

Om een onderbouwde schatting te kunnen geven van de waardeontwikkeling op langere termijn van 'zijn' kunstsegment, heeft David Smith, eigenaar van Leslie Smith Gallery in Amsterdam, een waar monnikenwerk verricht. Leslie Smith heeft zich gespecialiseerd in 19de- en vroeg 20ste- eeuwse Europese kunst, met de nadruk op de Nederlandse romantische en Haagse school en Franse (post)impressionistische schilderijen en sinds enkele jaren ook in aboriginalkunst. David Smith heeft zelf een index samengesteld van in zijn ogen de top twintig van de Nederlandse romantiek en de Haagse school. Daarvan heeft hij gedurende twintig jaar alle openbare transacties opgespoord. In totaal heeft hij een kleine 10.000 transacties in kaart gebracht. De uitkomst laat zien dat de prijzen voor de top twintig kunstenaars de afgelopen twee decennia gemiddeld met circa 7,5% per jaar zijn gestegen. Exclusief de laatste twee crisisjaren bedraagt dat gemiddelde 11% en voor de top drie-werken zelfs 14%. Een uitkomst waar menig belegger jaloers op zal zijn.

David Smith benadrukt dat het hierbij om de top van het marktsegment gaat. Schilders van het tweede of derde garnituur verkopen momenteel heel slecht. 'In goede tijden gaat alles weg, dan wordt er blind gekocht. Maar kwaliteit kan ik ook nu verkopen, al ligt de omloopsnelheid wel lager. Daarbij gaat het overigens niet alleen om de kwaliteit van de schilder, maar ook om de kwaliteit van zijn schilderij.' Smith bestudeert de mogelijkheid om een beleggingsfonds op te zetten op basis van zijn subjectieve kwaliteitsoordeel. 'Ik weet niet of het haalbaar is, maar het zou interessant kunnen zijn. De markt wordt dan voor een veel breder publiek toegankelijk.'

Leslie Smith Gallery (020-626 5945) organiseert op 31 oktober een bijeenkomst over het kopen van kunst en de fiscale aspecten van kunstbezit.

Illustratie: R. Venke van Geerik

Particuliere kunstverzamelaars hoeven de fiscus niet te vrezen, tenzij ze actief gaan handelen

Kunst en fiscus

Kunst koopt u niet om fiscaal voordeel te behalen, maar het is natuurlijk mooi meegenomen.

1 Kunst die u in bezit hebt, wordt niet meegeteld als vermogenscomponent bij de berekening van de vermogensrendementsheffing.

2 Dat scheelt u - boven de vrijstelling - effectief 1,2% per jaar, jaar na jaar.

3 Het moet dan wel om kunst gaan voor persoonlijk gebruik. Wordt kunst aangehouden als belegging, dan wordt het gewoon bij het vermogen geteld.

4 De bewijslast ligt bij de inspecteur; die moet aantonen dat u de intentie heeft met uw kunst geld te verdienen.

5 Als u met kennis van zaken kunst koopt en verkoopt, of als u na aankoop uw kunstwerk laat restaureren of anderszins verbeteren om het vervolgens met winst te verkopen, kan de fiscus uw inspanningen 'belonen' met een aanslag in box 1, als resultaat uit overige werkzaamheden. Het tarief bedraagt maximaal 52%.

6 Als u overlijdt, wordt de waarde van uw kunstcollectie meegenomen bij de bepaling van de door uw erfgenamen te betalen successierechten. Een schenking aan een museum is belastingvrij.

Trefwoorden: