Pia de Jong
De zaal zit vol goedgeklede, goedgebekte, succesvolle dertigers die allemaal twee bordjes op schoot hebben. Een waar ‘like’ op staat, met een omhoog wijzende duim erop, en een met ‘don’t like’, met een duim naar beneden.
Het podium wordt beklommen door een tengere, jongensachtige jongen met een vrolijke bos krullen en een verkeerd pak aan. Hij is te jong, misschien ook wel te arm en ongetwijfeld te onervaren om zich te realiseren dat dit bij uitstek een gelegenheid was geweest om te investeren in een goed zittend pak. Drie minuten heeft hij voor zijn ‘salespitch’, het aangekondigde ‘innoverende ondernemersplan’ waarmee hij hoopt door te breken. Hij zoekt naar woorden, weet zich geen raad met zijn handen en doet schutterend zijn idee uit de doeken. Maar in zijn stem hoor ik de passie. Als hij klaar is, knippert hij zijn ogen tegen het zaallicht als het spreekwoordelijke konijn tegen tegemoetkomende koplampen. Op hoop van zegen.
De ad-hocjury van door de wol geverfde ondernemers neemt eveneens drie minuten om hem te laten weten dat ze nooit in zijn plan zullen investeren. Zijn idee is kansloos. Daarna houdt het publiek de bordjes in de lucht. Mijn duim is de enige die omhoog wijst.
De jongen blijft verslagen op het podium staan. De gastheer wenkt ongeduldig vanaf de coulissen. Dat was het dan, het optreden dat zijn three minutes of fame had moeten zijn. Van de springerigheid waarmee hij het podium betrad is niets over.
Een even jeugdig meisje stapt nu in de spotlights om haar geluk te beproeven. Ik waan me op Facebook. Klikken, kijken, liken, of niet natuurlijk, en doorklikken. Op naar het volgende onderdeel, even spannend, leerzaam of leuk. Maar het korte tafereel dat zich zojuist voor me afspeelde, blijft als een visgraat in mijn keel steken.
‘Wat akelig voor hem’, zeg ik tegen de vrouw in het rode mantelpak naast me.
‘Je vraagt erom als je eraan meedoet’, zegt ze. ‘It’s all in the game. En zeg eens eerlijk, zou jij in zijn bedrijf investeren?’
‘Misschien’, zeg ik.
‘Je bent vast geen ondernemer’, voegt ze me toe.
Het meisje recht haar rug. Haar salespitch is een uit het hoofd geleerd verhaal met bijpassende gebaren en mimiek. Nergens hapert haar stem. Haar kleding zit als gegoten en haar lokken zitten keurig in het gareel. Maar haar optreden raakt me niet.
Een gouden idee, vindt de jury. De zaal houdt enthousiast het bordje ‘like’ omhoog. Het meisje glundert.
‘Kijk, zo kan het ook’, zegt de vrouw naast me. ‘Zij komt nog ver, dat zal je zien.’
‘Denk je?’, vraag ik.
‘Zeker weten’, zegt ze. ‘Kijk maar naar de reactie van het publiek.’
Als ik om me heen kijk, zie ik alleen maar duimen die omhoog wijzen. Voor het volgende programmaonderdeel begint, verlaat ik de zaal. Op zoek naar de springerige jongen met de krullen. Maar — wat had ik ook verwacht — die kan ik nergens vinden.
‘Zeg eens eerlijk, zou jij in zijn bedrijf investeren?’