*

‘Wat heb ík eigenlijk gedaan?’ | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
persoonlijk

‘Wat heb ík eigenlijk gedaan?’

Jansen, J.
Saturday 04 February 2012, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Tekst: Jeroen Jansen | foto’s: Marie Cécile Thijs | styling: Atelier Peter Arnoud

Wie: Albert Diks. Was: mede-eigenaar en marketingdirecteur Beter Bed. Is: hotelier in Castell d’Empordà, Catalonië.Gefascineerd door: oorlogen en Napoleon.

V oor Albert Diks is de scheidslijn tussen succesvol ondernemen en complete idioterie dun. Hij zegt het op het terras van zijn kasteelhotel Castell d’Empordà, 30 kilometer ten noorden van Girona. Bij de aankoop van het kasteel, in 1999, verklaarden velen hem voor gek. Hij is het wel gewend. Een enkele reis Costa Rica, op zijn 21ste, maakte hem tot de risee van de ondernemersclan Diks. Later schokte hij zijn broers en zakenpartners door als oorlogsfotograaf naar Afghanistan en Israël te vertrekken.

Albert is het avontuurlijkste lid van de familie Diks, die in 1996 miljoenen oogstte bij de beursgang van beddenketen Beter Bed. Voor Albert markeerde de verkoop het begin van een nieuw avontuur, dat nog altijd voortduurt. In de schaduw van zijn ‘parador’, met uitzicht op de Pyreneeën, vertelt hij over zijn voortdurende onrust, hang naar avontuur en obsessie voor oorlog.

Albert Diks is de jongste van vier broers. De benjamin, die vaak zijn eigen weg ging. Zijn leven lang moest hij opboksen tegen het drietal boven hem. Die competitie heeft hem gevormd, zegt hij. ‘Ik leerde voor mezelf op te komen. Niemand van ons wilde voor de ander onderdoen. Niet met spelletjes, niet met sport. Daar hebben we later nog veel profijt van gehad.’

Met ‘later’ bedoelt hij de hoogtijdagen van Beter Bed. De van oorsprong Brabantse beddenketen wordt in 1981 opgericht door zijn broers Pieter en Mark. Als Albert na vijf tropenjaren in Costa Rica het bedrijf instapt, kan hij eerst op de vrachtwagen plaatsnemen. ‘Het was onderaan beginnen. In de ogen van Mark en Pieter had ik jarenlang op het strand gelegen, terwijl zij zich het schompes hadden gewerkt. Het was een beetje treiteren van hun kant. En tegelijkertijd was het een test. Kijken hoe ik zou reageren.’

Op dat moment — Diks is pas 26 — heeft hij al een heel leven achter de rug. In Costa Rica werkt hij eerst een jaar voor rederij KNSM en vervolgens voor Nedlloyd. ‘Na de havo wilde ik maar één ding: weg uit Nederland’, vertelt Diks over die periode. ‘Het was een hang naar avontuur, naar andere landen. Latijnse landen, met veel zon en oude gebouwen. Finca’s: mooi van buiten, vervallen van binnen. Die liefde had ik als kind al, toen we met onze vader, die directeur was van Dico (een bedrijf in metalen meubelen, red.), meegingen op zijn buitenlandse reizen.’

Voor Nedlloyd regelt hij cargo’s en organiseert hij logistieke processen. Na vijf jaar houdt hij het voor gezien. ‘Al mijn vrienden hadden gestudeerd. Ik dacht: wat heb ík eigenlijk gedaan? Het werd tijd voor iets serieus. Achteraf realiseerde ik me pas dat die vijf jaar in Costa Rica erg waardevol zijn geweest. Het was een enorme leerschool. Zonder die ervaring had ik niet kunnen slagen met mijn hotel in Spanje. Wat cultuur en omgangsvormen betreft, staat Spanje dichter bij Zuid-Amerika dan bij Nederland. Zakendoen is hier minder direct en vereist veel geduld. Ja is geen ja en nee is geen nee. Soms is het net theater. Daar houd ik wel van.’

Weer in Nederland wordt hij ‘bij de gratie Gods’ aangenomen door zijn broers. Van vrachtwagenchauffeur werkt hij zich op tot bedrijfsleider, rayonmanager en uiteindelijk marketingdirecteur op het hoofdkantoor in Uden. Ondertussen groeit Beter Bed explosief; van vier winkels tot een beursgenoteerd bedrijf met 150 filialen en omgerekend € 90 mln omzet. ‘We hadden de tijd mee’, zegt Diks. ‘De slaapkamer werd belangrijk. En wij waren de eersten die echt aan schaalvergroting deden, ondersteund door een enorm marketingapparaat. In het jaar dat we naar de beurs gingen, gaven we acht miljoen gulden aan marketing uit. Televisie, radio, noem maar op. Dat was ongehoord veel.’

Wellicht was de belangrijkste oorzaak van het succes de enorme drive van de broers Diks. De onderlinge competitie stuwt hen tot grote hoogten. Diks: ‘Het was weer alsof we Monopoly speelden, net als vroeger. We haalden het beste in elkaar naar boven, maar ook het slechtste. In Uden lunchten we vaak bij moeder thuis. Dan kon het behoorlijk tekeergaan. Riep ik dat iets mijn idee was, dan zei de ander: “Nee, dat was míjn idee.” Af en toe vlogen de potten pindakaas over de keukentafel.’

Een ‘bezielde synergie’, noemt hij het. Met één groot nadeel. ‘Mijn drie broers zijn kort na elkaar gescheiden; ik werd verlaten door mijn vriendin. De vrouwen konden er niet tegen om op het tweede plan te komen. De zaak was ons leven. Mijn vriendin zei ooit: “Ik zit hier niet met Albert op de bank, maar met Beter Bed.”’

Ook tijdens zijn Beter Bed-periode blijft Diks het avontuur opzoeken. Zijn beste vriend Rens van Hoof is oorlogsjournalist. Met hem bezoekt hij — als fotograaf — oorlogsgebieden. ‘Ik kan aardig fotograferen’, vertelt Diks. ‘En Rens had vaak een fotograaf nodig. We zijn in Afghanistan geweest toen dat land nog in oorlog was met de Sovjet-Unie. Gingen we op patrouille met de taliban. Tijdens de Eerste Golfoorlog zat ik in Tel Aviv. Ik nam foto’s vanaf het dak van ons hotel, in gaspak en met een masker op. De scuds vlogen me om de oren. Tegen mijn broers zei ik dat ik naar de Canarische Eilanden ging. Na terugkomst viel het ze wel op dat ik in plaats van zongebruind spierwit was. Dat kwam door de slapeloze nachten.’

Diks is gefascineerd door oorlog. In de toren van zijn kasteel bouwde hij de Slag bij Waterloo na, met 2200 tinnen soldaatjes, de weg van Charleroi naar Brussel, kloosters en korenvelden. Ergens anders in het kasteel zette hij een belegering van Castell d’Empordà in scène. ‘Mijn grootvader maakte twee wereldoorlogen mee, mijn ouders één. Hun verhalen hebben me altijd geboeid. Toen de kans zich voordeed zelf ook een oorlog mee te maken, heb ik die gegrepen. Ik wilde ervaren hoe het is om die angst te voelen. Nou, dat heb ik geweten. Overdag was ik voortdurend op mijn hoede, ’s nachts kwamen de nachtmerries. Die hielden op toen ik weer in het veilige Uden was.’

In 1996 gaat Beter Bed naar de beurs. Voor Diks is dat het begin van het einde. ‘Het werd plotseling een heel ander bedrijf, met een raad van bestuur en raad van commissarissen. Niet jij, maar zíj hadden het voor het zeggen. Er werden geen risico’s meer genomen. Het avontuurlijke was weg. Het ging alleen nog om de cijfers. Ik ben een mensenmens, maar het menselijke aspect was ver te zoeken. Ik zag geen winkel meer vanbinnen.’

Een halfjaar na de beursgang houdt Diks het voor gezien. Hij verzilvert zijn aandelen voor omgerekend € 7 mln. ‘Het was cashen en gaan. Tijd voor iets nieuws. Later zijn ook mijn broers opgestapt.’

Een nieuw avontuur lonkt. Niet in Nederland, maar in het ‘Latijnse’ Spanje. Met zijn zakken vol geld gaat hij daar op zoek naar een chambre d’hôte. ‘Ik wilde weer in contact komen met mensen. Bovendien ben ik gek op koken. Én op inrichten. Als kleine jongen droomde ik ervan zelf een finca te hebben en die helemaal op te knappen. Nu kon ik die droom realiseren.’ Hij zoekt naar iets kleins, maar stuit op iets groots. In het plaatsje Castell d’Empordà valt hij als een blok voor het gelijknamige kasteel, een 13de-eeuws fort met veertien hectare grond eromheen. Hij koopt zelfs een huis in dezelfde straat, nog voordat het kasteel van hem is. ‘Hoe dom kon ik zijn? Zo dreef ik de prijs alleen maar op. Anderzijds: de verkoper liep al dertig jaar met zijn kasteel te leuren.’

Een kwarteeuw daarvoor was het kasteel nog bijna eigendom geweest van Salvador Dalí. ‘Die wilde alleen betalen met zijn schilderijen’, lacht Diks. ‘De toenmalige eigenaar vond dat geen goed idee. Later zei hij tegen me: “Had ik het maar gedaan.” Die schilderijen zijn nu een fortuin waard.’

De € 1,3 mln die Diks op tafel legt, blijkt wel genoeg. Vervolgens steekt hij € 3 mln in een verbouwing die twee jaar in beslag neemt. Zijn familie verklaart hem, niet voor het eerst, voor gek. ‘Een luchtkasteel, noemden ze het. Mijn moeder was een inzinking nabij. Ik hoor haar nog zeggen: “Jongen, waar begin je nou weer aan.” Ik was van God los. Later kwam het respect. Bij de opening zei mijn broer Pieter: “Je hebt hier een monument voor jezelf neergezet.”’

Toen hij begon, wilde Diks een stijlvol hotel met veel sfeer en een bourgondische uitstraling. ‘Maar ook een beetje volks, à la Asterix en Obelix.’ Aan vier sterren heeft hij genoeg, al zou het kasteel moeiteloos een vijfde ster in de wacht kunnen slepen. ‘Maar dan trek je toch een wat stijver publiek. Snobs. Die zie ik liever niet. Je moet hier ook gewoon in je korte broek kunnen lopen.’

Lang wilde hij nog een tweede en zelfs een derde hotel, maar van dat idee is hij afgestapt. ‘Mijn vrouw en ik zijn vorig jaar in Fortaleza gaan kijken. We hadden bijna iets gekocht. Maar ik heb besloten me volledig hierop te richten. Het is moeilijk je aandacht over meer hotels te verdelen, dat kan je gaan opbreken. Liever bouw ik hier elk jaar iets bij. Zoals onlangs nog een overdekt terras, voor bruiloften. Ik werk ook aan een groot muziekfestival. Zo houd ik mezelf bezig.’

Hij móét bezig zijn; hij is onrustig, lijdt aan een lichte vorm van ADHD. ‘Het is een familietrekje. Ik neem te weinig tijd om te genieten. De laatste jaren gaat het wat beter. Ik heb geleerd om meer te ontspannen. Dan ga ik hardlopen. Of tinnen soldaatjes schilderen. Vergis je niet, die onrust heeft ook zijn voordelen. Zonder die eigenschap zou ik dit allemaal niet hebben. Het maakt me creatief, ondernemend.’

Zijn broers zitten weer ‘in de bedden’. Hun keten, Swiss Sense, heeft tachtig filialen. Nog niet zo lang geleden probeerden ze Albert te strikken om in Spanje iets op te zetten. ‘Ik ben nog wel naar een winkelpand gaan kijken, maar zag er toch van af. In plaats daarvan mogen ze in Castell d’Empordà een evenement voor hun bedrijf organiseren, de Swiss Sense Experience. Zo gaan we uiteindelijk toch weer samenwerken.’

‘Mijn grootvader maakte twee wereld­oorlogen mee, mijn ouders één. Toen de kans zich voordeed

zelf ook een oorlog mee te maken, heb ik die gegrepen.’

‘Ik wilde ervaren

hoe het is om de angst van een oorlog te voelen. Nou, dat

heb ik geweten.’

V oor Albert Diks is de scheidslijn tussen succesvol ondernemen en complete idioterie dun. Hij zegt het op het terras van zijn kasteelhotel Castell d’Empordà, 30 kilometer ten noorden van Girona. Bij de aankoop van het kasteel, in 1999, verklaarden velen hem voor gek. Hij is het wel gewend. Een enkele reis Costa Rica, op zijn 21ste, maakte hem tot de risee van de ondernemersclan Diks. Later schokte hij zijn broers en zakenpartners door als oorlogsfotograaf naar Afghanistan en Israël te vertrekken.

Mijn vriendin zei ooit: ‘Ik zit hier niet met Albert op de bank, maar met Beter Bed’

Curriculum vitae

Geboren 20 december 1959 te Uden

Opleiding Havo

Werk Diks werkt tot zijn 26ste als logistiek manager voor de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij en Nedlloyd in Costa Rica. Terug in Nederland komt hij in dienst bij Beter Bed, dat vijf jaar eerder door zijn broers Pieter en Mark was opgericht. Diks begint als vrachtwagenchauffeur en eindigt als marketingdirecteur. Bij de beursgang van het bedrijf in 1996 verkoopt Diks zijn aandelen. In 1999 koopt hij het kasteel Castell d’Empordà in Catalonië, dat hij laat verbouwen tot een luxehotel.