*

De run als achilleshiel van banken | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
beleggen

De run als achilleshiel van banken

Zevenbergen, B.
Monday 09 August 2010, 01:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Bedrijfsinformatie

Koers: 7,17
Verschil: 0,00 0,00%

Meer over dit onderwerp

Bendert Zevenbergen

Banken zijn kansloos als spaarders en bedrijven ineens hun geld opnemen. De nieuwe Baselse eisen moeten banken weerbaarder maken tegen een 'bankrun'.

Amsterdam

Amadeo Peter Giannini heeft het in 1907 al haarfijn door waar bankieren om draait: vertrouwen. De grondlegger van wat later Bank of America wordt, weet als een van de weinigen zonder kleerscheuren door de grote 'bankrun' van dat jaar te komen.

Zijn oplossing is simpel. Wanneer Giannini klanten voor de kantoren van hem en van zijn concurrenten in San Francisco ziet samendrommen, bedenkt hij een list. Hij haalt het goud van zijn bank uit de kluizen en legt dat voor de deur. Als zijn klanten willen, dan mogen zij hun tegoeden best in goud opnemen. De aanblik van zoveel zekerheid brengt de rust onder de klanten van Giannini terug.

Bankruns zijn van alle tijden en zullen vermoedelijk nooit verdwijnen. Tot op de dag vandaag staat er ergens in de wereld altijd wel een rij klanten voor een bankkantoor. Was het drie jaar geleden nog Britse Northern Rock, nu doet het fenomeen zich met enige frequentie voor in China.

Oorzaken voor een run zijn er niet altijd, en juist dat maakt ze extra gevaarlijk. Er zijn genoeg voorbeelden uit de geschiedenis waarbij een stevige terugval van de conjunctuur wordt gevolgd door paniek onder sparende bankklanten. Zorgelijker zijn die runs die vrijwel uit het niets komen en enkel kunnen worden verklaard uit panisch lemmingengedrag.

De gevolgen van een run zijn dramatisch. Banken zijn er nauwelijks tegen opgewassen. Hun hele bedrijfsmodel is er op gebaseerd dat ze geld aantrekken van particulieren en bedrijven die dat direct of binnen korte tijd weer kunnen opnemen. De aangetrokken gelden worden vervolgens voor lange tijd uitgezet in de vorm van kredieten of hypotheken. De winst zit er in dat over kort geld minder rente wordt betaald dan over lang geld.

Wanneer spaarders en andere verschaffers van vreemd vermogen hun inleg ineens opvragen, kan een bank in theorie enkel en alleen de eersten in de rij gelukkig maken. De uitgezette bedrijfskredieten en hypotheken zitten voor jaren vast en moeten via verkoop eerst in cash worden omgezet.

Een blik op het financieringsprofiel van SNS Bank zou in dit licht zorgen kunnen baren. Van het balanstotaal van euro 80 mrd kan euro 30,3 mrd binnen een maand door klanten worden opgevraagd, binnen een jaar zelfs euro 43 mrd. Wat de bank binnen een maand aan aflossingen binnenkrijgt, is hier slechts een klein deel van: euro 11 mrd. Binnen een jaar komt er maar euro 15 mrd binnen.

De keuze om SNS Bank als voorbeeld te nemen is willekeurig, al moet gesteld dat de bank in zijn jaarverslag beter inzicht geeft in de looptijdsopbouw van zijn balans dan menige andere Nederlandse bank. Het profiel van de Utrechtse bank-verzekeraar verschilt in de kern niet van enige andere bank in Nederland of Europa.

Dat banken zich zo risicovol mogen en kunnen financieren, heeft te maken met de ervaring dat spaarders zelden of nooit ineens al hun geld opnemen. Daarmee is het grootste deel van het spaargeld te zien als een ijzeren voorraad aan financiering, en wel een met een oneindige looptijd. De aanwezigheid van een depositogarantiestelsel, waarbij de inleg tegenwoordig tot euro 100.000 door andere banken wordt verzekerd, helpt hierbij.

Het gedrag van professionele verschaffers van vreemd vermogen is anders. Bedrijven die deposito's bij een bank hebben, worden doorgaans niet gedekt. Ze kunnen, zoals in de nadagen van Fortis is gebleken, zeer agressief hun geld weghalen. En professionele beleggers in kortlopend schuldpapier van een bank zullen na afloopdatum niet voor verversing kiezen als zij enige twijfel hebben over terugbetaling.

De crisis van 2008 toont aan dat liquiditeit de achilleshiel is van banken. Bij stress mag de solvabiliteit nog zo sterk zijn, gebrek aan liquide middelen kan een bank onmiddellijk de das om doen.

Het blijken met name de professionele geldverschaffers die de kraan in hoog tempo kunnen dichtdraaien. Banken kampten destijds niet alleen met gaten ín hun balans, maar ook daarbuiten: talloze 'off balance vehikels' die eerst door beleggers in de lucht werden gehouden, moesten ineens door de banken worden gefinancierd.

De Nederlandsche Bank (DNB) schrijft in een kwartaalbericht van 2009 dat 'de marktturbulentie heeft laten zien hoe snel liquiditeit kan opdrogen en hoe lang markten illiquide kunnen blijven'. Daarbij draagt iedereen schuld: zowel banken als toezichthouders hebben onderschat dat de situatie van overliquiditeit zo snel kon omslaan, schrijft DNB.

Het toezicht op het liquiditeitsbeheer is mager. Waar de solvabiliteitseisen internationaal zijn geharmoniseerd (Basel 1 en 2) worden liquiditeitseisen in het beste geval door nationale toezichthouders vormgegeven.

DNB is aan het begin van vorige decennium een van de eerste centrale banken die de houdbaarheid van de financiering van zijn banken toetst. Nederlandse banken moeten tegenwoordig voldoen aan minimumeisen die er grofweg op neerkomen dat ze in staat moeten zijn het tien of dertig dagen uit te zingen gedurende een run.

DNB meldt deze voorschriften altijd met enige trots, maar kon niet voorkomen dat DSB Bank door vluchtende spaarders omver werd getrokken. Belangrijker is dat dergelijke liquiditeitseisen geen antwoord bieden voor een situatie waarbij de professionele markt langdurig opdroogt.

De toezichthouders weten dit en komen via de Basel 3-eisen voor het eerst met internationale afspraken. Alle banken uit de grote economieën zullen vanaf 2018 moeten voldoen aan twee toetsen: een die lijkt op die van de DNB, en een meer diepgaande die meet of banken ook over een jaar wel stevig gefinancierd zijn (zie grafiek).

Het is de tweede toets die weerstand oproept, omdat deze volgens de banken onnodige druk zet op het model van kort inlenen en lang uitlenen. De banken lijken te vergeten dat overheden via het afgeven van garanties nog steeds op grote schaal steun geven aan de liquiditeitsvraag van banken, en dat centrale banken honderden miljarden aan kort krediet verlenen.

In een tijd waarin spaarders met een druk op de knop hun geld kunnen weghalen en professionele beleggers zonder scrupules vertrekken, blijkt vertrouwen niet genoeg. Waar in het verleden de aanblik van goud de gemoederen deed bedaren, zijn het nu regels die zekerheid moeten geven.