Anne de Groot
Amsterdam
Bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven spelen donderdag de hoger beroepen van twee rechtszaken die voormalige spaarders van de failliete IJslandse bank Icesave hebben aangespannen tegen toezichthouder de Nederlandsche Bank.
De Rotterdamse rechter zal zich buigen over de vraag of echtgenoten die gezamenlijk spaarden bij Icesave, beiden recht hebben op vergoeding van € 100.000 uit het depositogarantiestelsel wanneer de spaarrekening slechts op naam van een van hen stond.
Icesave ging in oktober 2008 ten onder. De kredietcrisis deed het vertrouwen op de markt voor interbancaire leningen in die periode volledig wegvallen, waardoor de moeder van Icesave, Landsbanki, haar verplichtingen niet meer kon nakomen. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk handelde het concern als internetspaarbank. Toen deze omviel, konden 400.000 spaarders niet bij hun spaargeld komen. De Nederlandse toezichthouder DNB heeft op basis van het depositogarantiestelsel de Nederlandse spaarders een bedrag van maximaal € 100.000 uitgekeerd.
De spaarders die morgen voor de rechter staan, hadden allen meer dan € 200.000 op hun spaarrekening staan. Zij eisen dat DNB hun maximaal € 200.000 uitkeert. Zij stellen gezamenlijk te hebben gespaard en bij Icesave meerdere malen te hebben gemeld de spaarrekening op hun beider naam te willen zetten. DNB heeft zich in de procedure altijd op het standpunt gesteld dat echtgenoten niet als mederekeninghouder kunnen worden gezien, ook al hebben de spaarders schriftelijk aangegeven aan Icesave dat dit wel de bedoeling was.
De afgelopen jaren zijn talloze procedures gevoerd door Icesave- spaarders die niet al hun spaargeld hebben teruggezien, zowel tegen de Nederlandse toezichthouder als tegen IJsland.
IJslands geld
Foto: HH