*

Gepensioneerde moet knok ken voor contract | Het Financieele Dagblad
Inloggen
E-mailadres
Wachtwoord
Onthoud mij
Inloggen
 
carrière

Gepensioneerde moet knok ken voor contract

Olde Monnikhof, T.;Winkel, R.
Saturday 28 January 2012, 00:00
Email-a-Friend
Naam ontvanger
E-mail ontvanger
Naam verzender
E-mail verzender
 

Meer over dit onderwerp

Ton Olde Monnikhof en Rik Winkel

Amsterdam

Anders ligt dat bij Jan Stigter. De ontwerper werd in september tegen zijn zin gepensioneerd door de gemeente Amsterdam (zie kader). Hij is geen uitzondering. Een groeiend aantal werknemers wil doorwerken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Volgens minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waren dat er vorig jaar 141.000. Dit jaar zullen het er aanzienlijk meer worden, omdat het in 2013 voor 65-plussers profijtelijker wordt om door te werken, belooft het kabinet. Zo blijven zij productief en helpen ze de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Nu nog krijgt iedereen die 65 wordt automatisch ontslag. Om het even of er bij de overheid of bij een bedrijf in de private sector wordt gewerkt. In verreweg de meeste gevallen maakt dat ontslag ook een einde aan het vaste dienstverband.

Als de pensioenleeftijd in 2020 wordt opgetrokken naar 66 en in 2025 naar 67 jaar, ligt het in de rede dat dan ook het dienstverband doorloopt. Maar zelfs als het pensioenakkoord werkelijkheid wordt, is zo’n voortzetting onzeker. Op zo’n generieke, kostbare regeling zitten werkgevers, en ook de overheid in haar rol van werkgever, niet te wachten. De huidige situatie is namelijk heel profijtelijk.

Werknemers die in de ogen van hun werkgevers in de herfst van hun werkende bestaan onvoldoende meerwaarde hebben, krijgen geen nieuw contract meer. Ook al willen ze heel graag en zijn ze bereid financieel een stap terug te doen. Ze worden gedwongen met pensioen te gaan. Het enige dat er voor deze ‘krasse knarren’ dan opzit, is elders emplooi zoeken. Ze kunnen het proberen als uitzendkracht of zzp’er. In het laatste geval verpesten ze wel de markt voor de ‘gewone’ zzp’er. Die is premieplichtig en moet dat in zijn tarieven verwerken.

De 65-plussers die wel meerwaarde hebben, wordt meestal een tijdsgebonden contract aangeboden. Werkgevers willen geen voortzetting van het oude dienstverband, omdat ze dan mogelijk vastzitten aan een (dure) ontslagvergoeding. Werkgeverskoepel VNO-NCW wil dan ook af van de regel dat een tijdelijk contract een vast contract wordt.

Doorwerkers krijgen in dat geval meestal een lager brutosalaris en minder rechtszekerheid aangeboden. Zij hoeven geen premies voor AOW en WIA (arbeidsongeschiktheid) te betalen en houden netto dus meer over. Ook werkgevers profiteren omdat zij die premies ook niet meer hoeven te betalen of niet hoeven bij te dragen aan het pensioen.

Daarmee zijn werkgevers echter nog niet tevreden. Zij brengen bij onderhandelingen over een nieuwe verbintenis vaak in dat van extra’s als bijvoorbeeld ouderendagen geen sprake meer kan zijn. Daar moeten doorwerkende 65-plussers dus op bedacht zijn. Een winstdelingsregeling is in de regel niet van toepassing op tijdelijke arbeidskrachten en ook die gaat dus aan hun neus voorbij. Aandachtspunt zijn ook de vakantiedagen. Bovendien bepleit VNO-NCW sobere afspraken bij ziekte: korter doorbetalen, schrappen van reïntegratie en een kortere opzegtermijn voor ontslag.

Het CBS houdt bij hoeveel mensen willen doorwerken na 65 jaar, maar weet niet waarom het gebeurt. Behalve plezier in het werk of angst voor het zwarte gat is geldgebrek het voor de hand liggende motief. Schulden, pensioenaanspraken van een ex-partner, pensioenbreuken, allemaal redenen die een langer verblijf op de werkvloer noodzakelijk kunnen maken. Misschien daarom zijn de financiële prikkels die het kabinet over heeft voor doorwerkers aan de magere kant. Wie kiest voor langer doorwerken (maximaal 5 jaar), ziet zijn AOW-uitkering jaarlijks verhoogd met 6,5%. Dat komt boven op de verhoging met 0,6% die iedereen krijgt.

Die karigheid contrasteert met de bonussen die worden uitgedeeld om te stimuleren dat mensen boven zestig doorwerken tot hun pensioengerchtigde leeftijd. Vanaf volgend jaar kan een 61-jarige tot zijn 65ste rekenen op een werkbonus die oploopt tot € 2100 per jaar. Daar staan stevige sancties tegenover: 6,5 % minder AOW voor elke jaar dat een werknemer eerder stopt.

 De 65-plussers die wel meerwaarde hebben, wordt meestal een tijdsgebonden contract aan-geboden.

Foto: HH

De markt voor 65-plussers werkt niet anders dan voor anderen. Heeft een senior goede papieren: een schaars specialisme of bewezen managerscapaciteiten, dan is doorwerken geen probleem, zo wijst de praktijk uit. Werkgevers stellen wel eisen aan doorwerkende 65-plussers, maar willen deze snelgroeiende groep (zie infografiek) graag toevoegen aan de flexibele schil rond hun vaste arbeidsbestand. Zij brengen de kennis en ervaring mee die jongeren met een tijdelijk arbeidscontract missen. Bovendien zijn ze ‘premievrij’ en dus goedkoper dan zzp’ers. De inzet van 65-plussers is geen fulltime-, maar een parttimezaak. Eisen van de werkgever voor de beschikbaarheid kunnen doorgaans worden aangepast aan de bijzondere wensen van de gepensioneerde werknemer. Werkgevers willen echter niet de lasten van ouderen, ook als zij niet in vaste dienst zijn. Zij eisen garanties bij ziekte en willen een contract kunnen opzeggen. Komt men er niet uit, dan zijn er uitzendbureaus die de risico’s afdekken, uiteraard tegen betaling.