Marijn Jongsma
Amsterdam
Om de eurozone stabieler te maken moeten ook de landen met grote en langdurige handelsoverschotten zich aanpassen, vindt het ING Economisch Bureau: minder loonmatiging en daardoor hogere binnenlandse bestedingen.
‘De loonmatiging heeft z’n doel gediend’, stelt Maarten Leen, hoofd macro-economie bij het ING-bureau. ‘Maar nu moeten we er anders tegen aan gaan kijken’.
Het gebeurt niet elke dag: bankiers die pleiten voor het loslaten van het veelgeroemde loonmatigingsmodel. En dat ook nog eens in een rapport waarvan de adviesraad bestaat uit de topmannen van onder meer AkzoNobel, DSM, Philips, Friesland Campina, Shell en Unilever. ‘De conclusies zijn ING-conclusies’, benadrukt Leen. Annerie Vreugdenhil, directeur ING Commercial Banking Nederland: ‘Dit onderwerp is in het geheel niet met de adviesraad besproken.’
Werkgeversorganisatie VNO-NCW hamert al jaren op loonmatiging, met het oog op de Nederlandse export. ‘VNO-NCW is bezig met volgend jaar’, stelt Leen, die benadrukt dat de ING-analyse een lange termijn-verhaal is. ‘Natuurlijk moet er rekening worden gehouden met de productiviteitsontwikkelingen. Bedrijven dienen hun eigen keuzes te maken.’ Hij voorspelt dat de ontwikkelingen zich uiteindelijk min of meer vanzelf zullen voltrekken: door de vergrijzing daalt de beroepsbevolking en worden werkgevers in bepaalde sectoren gedwongen hogere lonen te betalen.
Sinds het rampjaar 2009 is het herstel van de Nederlandse economie volledig te danken aan de uitvoer. Tweederde van de export gaat richting West-Europa. Die afzetmarkten komen onder druk te staan, waarschuwt ING. Op korte termijn door de overheidsbezuinigingen, op langere termijn door de vergrijzing.
Opkomende landen bieden meer perspectief, en hun aandeel in de Nederlandse export is nu nog relatief bescheiden. ‘Maar exporteren wordt kwadratisch moeilijker naarmate de afstand toeneemt’, stelt Leen. ‘Deze landen zullen nooit een volledig substituut worden voor West-Europa.’
Nederland kent al sinds 1981 een aanhoudend handelsoverschot. ‘Dat is ons verdienmodel, het heeft ons veel welvaart gebracht. Maar je kunt je afvragen hoe lang dat model nog juist is. Nederland moet minder exportafhankelijk worden, en het beleid van gematigde loonontwikkeling geleidelijk loslaten. Dat geeft ruimte voor de binnenlandse vraag.’ Het huidige beleid heeft volgens Leen tot spaaroverschotten bij niet-financiële bedrijven geleid. Hij denkt dat het vasthouden hieraan niet zozeer wordt ingegeven door het bedrijfsleven, maar vooral door de overheid die de uitkeringen deels aan de marktlonen koppelt.
Het standpunt van de ING-economen wordt niet gedeeld door Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan Universiteit van Amsterdam. Hij betitelt de gedachtengang als ‘behoorlijk onverstandig’. ‘De relatie tussen het loon en de binnenlandse vraag is te dun. Mensen geven op dit moment door alle onzekerheden sowieso weinig uit, en als ze wel geld uitgeven wordt 60% van de consumptie geïmporteerd. Er lekt dus heel veel weg. Dit is een vorm van gesloten economie-denken. En wat de eurozone betreft: hogere lonen hier zullen Griekenland ook niet veel helpen, als je ziet hoe groot de achterstand.’
‘Loonmatiging is geen doel op zich, maar een middel om je concurrentiepositie te steunen’, reageert een woordvoerder van VNO-NCW. ‘Dat geldt ook als de structuur van de economie zou wijzigen.’
zal gaan haperen
Traditionele exportmarkten in West-Europa staan onder druk, en opkomende landen kunnen dat niet volledig compenseren. Daarom moet Nederland de binnenlandse vraag stimuleren, stelt het economische bureau van de ING, door het loonmatigingsmodel los te laten. Zo’n beleid geeft ook lucht aan de tekortlanden in de eurozone.