Marcel de Boer
Geen aanpak per land, maar per grondstoffenmarkt. De armste landen zijn hier meer bij gebaat, vindt de directeur van een in Amsterdam gevestigd VN-grondstoffenfonds.
Amsterdam
Bier is bijzonder populair in Afrika. Voor Heineken is het continent een geweldige markt. De brouwer verkoopt er ruim achttien miljoen hectoliter, waarmee niet minder dan een kwart van de operationele winst gerealiseerd wordt.
Leuk voor de aandeelhouders van Heineken, maar Afrikaanse boeren hebben er niets aan. Heineken maakt immers geen gebruik van lokale grondstoffen: het graan voor het Afrikaanse bier wordt met bulkcarriers aangevoerd vanuit andere continenten.
Althans, dat was tot voor kort de situatie. Door de bemoeienis van het Common Fund for Commodities (CFC) veranderen de verhoudingen snel. Het twintig jaar geleden onder VN-auspiciën opgerichte fonds is een paar jaar geleden met West-Afrikaanse boeren, Heineken en enkele andere internationale bierbrouwers om de tafel gaan zitten met het doel om de import van graan te beperken ten gunste van het Afrikaanse gewas sorghum.
'En met succes', zegt directeur Ali Mchumo vanuit zijn hoofdkwartier aan de Amsterdamse Stadhouderskade. 'De publiek-private samenwerking werkt geweldig in Ghana en Sierra Leone en inmiddels is het programma gekopieerd naar andere landen in Afrika.'
Het is een voorbeeld van het werk dat het CFC doet. Met het geld dat de 106 lidstaten van het fonds hebben gedoneerd en verder op gezette tijden aan contributie bijdragen, worden in totaal een kleine driehonderd projecten gefinancierd. Bij elkaar is er ruim $ 500 mln gestoken in met name de armste gebieden van de wereld, de landen waar landbouwproducten en andere grondstoffen circa 70% van de export bepalen.
Het fonds is vooral door de inspanningen van oud-minister voor ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk opgericht, legt Mchumo uit. Dat is ook de reden waarom het in Amsterdam gevestigd is. Het onderscheidt zich van instellingen als de voedsel- en landbouworganisatie FAO en de financieringstak van de Wereldbank door niet traditioneel met een nationale bril naar landen te kijken, maar met een grondstoffenfocus.
'Daardoor kunnen we problemen grensoverschrijdend aanpakken', zegt de Tanzaniaan die sinds 2004 de scepter over het fonds zwaait. 'Zo hebben we bijvoorbeeld cacaoboeren in Brazilië geholpen met het overwinnen van een schimmelziekte en de aanpak die we daarbij gekozen hebben konden we vervolgens heel gemakkelijk exporteren naar West-Afrika waar cacaoboeren met een vergelijkbaar probleem zaten.'
De volgens Mchumo zeer succesvolle aanpak van de CFC om altijd samen met partners projecten van de grond te krijgen ter verbetering van de leefwereld van grondstoffenproducenten en hun omgeving, was niet het oorspronkelijke doel van het CFC. Toen de eerste ideeën voor het fonds in de jaren zeventig geopperd werden, was het de bedoeling om met het CFC buffervoorraden aan te leggen van allerlei grondstoffen. Daaruit zou kunnen worden geput als de productie om wat voor reden laag was en andersom.
De volatiliteit op de verschillende wereldmarkten zou door dit systeem enorm worden ingedamd, wat het produceren van grondstoffen vergemakkelijkt. 'Uit veel landen kwam echter de kritiek dat dit plan nooit zou werken en dat het maar het beste was om de prijsvorming aan de markt zelf over te laten.', zegt Mchumo. 'Maar de heftige prijsschommelingen van de laatste jaren hebben volgens mij duidelijk gemaakt dat dat een vergissing was.'
Mchumo, die eind vorige maand nog de vergadering van de Verenigde Naties toesprak, gelooft dat die fluctuaties voorlopig nog niet voorbij zijn en dat de voedselcrisis nog lang grote delen van de wereld zal teisteren. 'Toch ben ik niet pessimistisch. Als we er nu eens echt in slagen de koppen bij elkaar te steken, dan kunnen we de problemen overwinnen. Let wel: er is geen sprake van een gebrek aan voedsel. Door een slechte organisatie is er een gebrek aan toegang tot voedsel.' Een gunstige ontwikkeling is dat grondstoffen inmiddels centraal worden gesteld in de ontwikkelingsdialoog. 'Te lang zijn de partijen in ons veld te veel lokaal aan het werk geweest. Nu vertellen ze pas aan de wereld waar het om draait. Dat geldt overigens ook voor ons.'
'Er is geen gebrek
aan voedsel. Er is
een gebrek aan toegang tot voedsel'
Ali Mchumo