Van onze redacteur
Gemeenten staan forse bezuinigingen te wachten, zo blijkt uit de partijprogramma's voor de raadsverkiezingen van 4 maart. Maar hóé de gaten worden gedicht, blijft voor de kiezer onduidelijk.
Amsterdam
Politieke partijen houden voor de kiezers verborgen dat er bij de gemeenten de komende jaren miljarden moeten worden bezuinigd. Zij krijgen flink minder geld van het Rijk en hun inkomsten uit grond- en vastgoedontwikkeling dalen. De partijprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen van 4 maart bestaan echter vooral uit lijstjes met wensen en idealen zonder financiële verantwoording van betekenis.
De 25 verkiezingsprogramma's van partijen in de vier grote steden die deze krant heeft onderzocht, gaan bijna allemaal beleidskeuzes uit de weg. Zij beloven wel sluitende begrotingen en geen verdere verhoging van gemeentelijke belastingen en heffingen. Maar welke bezuinigingen er nodig zijn om de financiële tegenvallers op te vangen, blijft onvermeld.
Als er al bezuinigingsposten in verkiezingsprogramma's staan, zijn vooral de ambtenaren de klos. Bijna alle politieke partijen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, zowel ter linker- als ter rechterzijde, willen flink snoeien in het aantal ambtenaren en het inhuren van externe deskundigen beperken. Maar de programma's rekenen de kiezer niet voor of dit voldoende besparingen oplevert en wat de gevolgen zijn voor gemeentelijke taken.
De partijen zoeken naarstig naar geldpotjes om beleidskeuzes te omzeilen. Het te gelden maken van tafelzilver is favoriet. Zo is in Den Haag de verkoop van aandelen Eneco en ov-bedrijf HTM geopperd. In Amsterdam gaat het om de Arena, de RAI, Schiphol en het havenbedrijf. Verkoop levert echter eenmalige baten op waarmee geen structurele taken overeind kunnen worden gehouden.
Een aantal partijen zegt de financiële tegenvallers wel te willen vermelden in hun verkiezingsprogramma, maar dat niet te kunnen omdat ze nog te onzeker zijn. De grootste inkomstendaling worden in de tweede helft van de komende raadsperiode verwacht.
De kiezer krijgt waarschijnlijk pas na 4 maart, bij de onderhandelingen over nieuwe bestuurscolleges, te horen hoe groot de financiële problemen bij gemeenten zijn en wat daarvan de gevolgen zijn.