Ariane Kleijwegt
De onstuimige groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) stond jarenlang voor de ontwikkeling van een dynamische economie. Maar achter de cijfers treedt verstarring op.
Amsterdam
Eind 2007 kon staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken het niet vaak genoeg benadrukken: 'zzp'ers zijn goed voor werkgelegenheid, productiviteit en innovatiekracht. Zo verandert Nederland van een managementcultuur in een ondernemende cultuur', zei hij destijds in een interview in deze krant. Ruim twee jaar later zijn economen daar niet meer zo zeker van.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is vorig jaar begonnen om het aantal éénpitters dat minder dan 15 uur per week betaald werk verricht uit de statistieken te weren omdat ze 'geen wezenlijke economische activiteit laten zien'. Op basis van die definitiewijziging kon het CBS pas recent een krimp laten zien van het aantal zzp'ers. Die publicatie vormt een abrupt einde aan de jarenlange groeicurve die zzp'ers doorliepen.
De cijfers van de Kamers van Koophandel (KvK) tonen nog steeds een groei van het aantal eenmanszaken. Over heel 2009 leverde dat, met aftrek van het aantal faillissementen en opheffingen, een aanwas op van ruim 30.000.
Maar uit een onderzoek van de KvK onder 1.180 ondernemers die in 2009 een eigen bedrijf begonnen, zegt 15% van de starters dat ontslag de belangrijkste reden is geweest om voor een bestaan als zelfstandige te kiezen.
Het lijken zzp'ers tegen wil en dank. Volgens marktanalist Ivo de Jong van de Kamer van Koophandel is de nieuwe ondernemer een 'overlever', niet iemand die de economie verder vooruit helpt of nieuwe banen creëert. 'Starters zijn nu vaak mensen die al twintig jaar in dienstverband hebben gewerkt, dat kunstje heel goed beheersen en zelfstandig gaan. Die zijn helemaal niet van plan om te groeien', aldus De Jong.
In een recente brief aan de Tweede Kamer wees Heemskerk ook op die ontwikkeling. 'Er lijkt een groeiende groep "ondernemers" te ontstaan die feitelijk alleen zijn of haar eigen arbeid aanbiedt', luidde de analyse. Volgens onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken in 2008 kan bijna 40% van het totaal aantal zelfstandigen zonder personeel tot deze groep gerekend worden. Het zijn zzp'ers die zich 'niet of nauwelijks onderscheiden' van werknemers.
'Hierdoor ontstaan groepen werkenden die feitelijk hetzelfde werk verrichten, maar alleen van elkaar verschillen in juridische status', aldus de brief.
Maar in de statistieken van de KvK tellen de zzp'ers wel allemaal mee als startende ondernemingen en dat vertekent het beeld. Wie de jaarlijkse aanwas aan eenmanszaken uit de statistieken haalt ziet al in 2007 een forse krimp van het aantal echte bedrijven met ruim 36.000. In 2008 zet de krimp door met een vergelijkbaar aantal en in 2009 zijn het er met 50.588 fors meer. Gelijktijdig blijft het aantal zzp'ers gestaag groeien.
Volgens hoofdeconoom Michiel Vergeer van het CBS is het goed mogelijk dat 'de groei van het aantal starters grotendeels bestaat uit marginalen die geen boterham verdienen'. De toename van het aantal zzp'ers lijkt daarmee eerder een teken van de diepte van de crisis dan de gehoopte verandering van Nederland in een meer ondernemende cultuur.