Laurens Berentsen
Tijdens de formatie trok Geert Wilders nog een lange neus naar het CDA. Niet zijn PVV bleek de politiek instabiele factor te zijn, waarvoor CDA'ers direct na de verkiezingen van 16 juni waarschuwden. De CDA-fractie slaagde er niet in de rijen gesloten te houden achter haar onderhandelaar Maxime Verhagen.
Maar nu wordt toch bewaarheid waarvoor in CDA-kring werd gevreesd. Met Eric Lucassen heeft de PVV-leider een veroordeelde ontuchtpleger binnengehaald, die bovendien het leven van zijn vroegere buren in Haarlem zuur maakte. Het feit dat Lucassen desondanks in de PVV-fractie mag blijven, toont de kwetsbaarheid aan van Wilders' alleenheerschappij in zijn partij.
Een opvallend milde Wilders maakte gisteren bekend dat Lucassen blijft als PVV-Kamerlid, na dagen en nachten praten. Over wat er tijdens al die praatsessies tussen beide politici is uitgewisseld, wilde de PVV-voorman niets zeggen. Wel dat Lucassen keihard moet werken om het geschonden vertrouwen van zijn fractievoorzitter en zijn fractiegenoten terug te winnen.
Dat een snel groeiende politieke partij met een twijfelachtige reputatie zoals de PVV types van dubieus allooi aantrekt, is niet nieuw. Het overkwam de LPF en het is Wilders niet aan te rekenen. Dat Lucassen naar binnen wist te glippen, moet hij zich wel aantrekken. Dat deed Wilders gisteren ook. Hij gaf volmondig toe dat de selectie van de Kamerleden niet goed is gegaan, dat hij daarvoor de verantwoordelijk draagt en dat er lessen moeten worden geleerd.
Zo'n les kan zijn dat kandidaat-politici een Verklaring Omtrent het Gedrag moeten overleggen. Die is eenvoudig op te vragen bij de gemeente en kost slechts euro 30,05. Daarmee was Lucassen door de mand gevallen. Maar het probleem waarvoor Wilders staat, reikt verder dan veroordeelde ontuchtplegers buiten de deur houden.
Bewezen loyaliteit aan de partij is bij gevestigde partijen een zwaarwegend selectiecriterium bij kandidaten voor politieke functies. Wilders kan in dat opzicht niets anders doen dan vertrouwen op de blauwe ogen van zijn politieke kompanen.
Het lijdt geen twijfel dat hij het liefst had gezien dat Lucassen uit de Kamer was vertrokken. Anders hadden beide heren niet zo lang met elkaar hoeven te praten. Voor de PVV was dat het minst schadelijk geweest. Maar de oud-sergeant blijkt van de onverzettelijke soort te zijn.
Daarbij mag hij zich beroepen op het voorbeeld van zijn fractievoorzitter. Die werd in 2004 beschuldigd van zetelroof. Wilders stapte uit de VVD-fractie maar behield zijn Kamerzetel.
Dat kan de PVV-leider zich niet veroorloven met zijn fractieleden. Hij kan geen enkele zetel missen om als gedoogpartij het kabinet-Rutte aan zijn minimale meerderheid van 76 zetels te helpen. Dat maakt Wilders een gijzelaar van elk PVV-Kamerlid.
Eric Lucassen (PVV)