Ria Cats en Nelleke Trappenburg
Leuven
Vergeleken met andere Europese wetenschappelijke centra zijn Nederlandse universiteiten minder goed in staat hun uitvindingen succesvol naar de markt te brengen. Toch kan Nederland zijn achterstand in 'industrie-gedreven onderzoek' binnen vijf jaar inlopen als het kabinet-Rutte maar de juiste voorwaarden creëert.
Dat zegt oud-rector magnificus André Oosterlinck van de universiteit van Leuven in België. Leuven loopt in Europa voorop als het gaat om de zogenoemde 'valorisatie'. De Vlaamse universiteit heeft sinds 1972 honderd spin-offbedrijven voortgebracht, evenals 350 patenten. Van circa 90% van die patenten wordt actief gebruikgemaakt, terwijl het Europese gemiddelde op 30% ligt.
Volgens Oosterlinck is de achterstand van Nederland een gevolg van het hoge aantal multinationals. Bedrijven als Philips en Unilever hebben zelf altijd sterke researchafdelingen gehad. 'Zulke ondernemingen willen vooral dat de overheid goed onderwijs bekostigt, zodat zij de talentvolle onderzoekers van de universiteit kunnen plukken. De uitvindingen doen ze zelf wel', stelt hij.
In België was dat van meet af aan anders. Daar drijft de economie met name op het midden- en kleinbedrijf (mkb) dat voor zijn innovaties grotendeels afhankelijk is van de universitaire wereld.
Oosterlinck denkt dat ook Nederland steeds meer die kant op gaat. Aandeelhouders van grote ondernemingen wijzen meer en meer op de hoge kosten van de onderzoeksafdelingen en willen erop bezuinigen.
Daarnaast kan het kabinet-Rutte maatregelen treffen om de kloof tussen bedrijven en universiteiten te dichten. Volgens Oosterlinck moet het kabinet allereerst in de wet vastleggen dat universiteiten zich ook bezighouden met valorisatie. Hoogleraren die huiverig zijn voor samenwerking met het bedrijfsleven kunnen zich daar dan niet langer aan onttrekken.
Tevens moet Nederland, net als België, een 'industrieel onderzoeksfonds' instellen, waar de universiteiten een deel van hun inkomsten vandaan halen. Dit overheidsfonds verdeelt de gelden op basis van de hoeveelheid patenten en spin-offbedrijven van een universiteit. Leuven, dat in totaal 37% van alle Belgische studenten herbergt, krijgt door zijn succesvolle valorisatiestrategie 47% van het geld dat het fonds mag verdelen: euro 103,8 mln in 2011. Daarmee laat Leuven de universiteit van Gent, van een vergelijkbare omvang, ver achter zich. Gent krijgt dit jaar slechts euro 39,5 mln.
'Deze uitkomsten zijn openbaar. Dat is zeer confronterend. Reken maar dat het bestuur van de Gentse universiteit zich achter de oren krabt en volgend jaar beter wil presteren', lacht Oosterlinck. Daar komt nog bij dat professoren in België elke vijf jaar worden geëvalueerd, waarbij mede wordt gekeken naar de hoeveelheid patenten die zij op hun naam hebben staan en naar hun contracten met het bedrijfsleven. 'Bij twee negatieve evaluaties kunnen ze worden ontslagen.'
Een andere prikkel is dat niet alleen de universiteiten, maar ook de professoren zelf in de opbrengst van patenten meedelen, en wel voor eenderde. Dat extra geld mogen zij naar eigen inzicht besteden, bijvoorbeeld aan extra basisonderzoek of aan wetenschappelijke reizen, maar ook aan het 'opplussen' van salarissen. Dat laatste kan volgens Oosterlinck bijzonder lucratief zijn. 'Er lopen hier op de universiteit miljonairs rond.'
André Oosterlinck