Vandaag treffen de partijen elkaar achter de schermen om te praten over het geschil. Op initiatief van de energiebedrijven is er een gesprek tussen hun branchevereniging de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), Rijkswaterstaat en de Scheepvaart Adviesgroep Noordzee (SAN), waarin de Rijkshavenmeester, de havenbedrijven, de koopvaardij, exploitanten van boorplatforms en vissers zijn verenigd.
Deadline
De energiebedrijven hopen dat de andere partijen zullen instemmen met een verlenging van hun vergunning om windmolens op de Noordzee aan te leggen. De huidige vergunning schrijft namelijk voor dat ze binnen drie jaar met de aanleg hadden moeten beginnen, meldt een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Die deadline halen ze niet zolang ze de financiering voor de aanleg niet rond kunnen krijgen. Zonder subsidie is windenergie immers niet rendabel. Omdat de aanvraag voor subsidie vertraging heeft opgelopen is er nog altijd geen aanstalten gemaakt om met de aanleg van de betwiste parken te beginnen, legt een woordvoerder van NWEA uit.
Subsidie
Het restbedrag van zo'n €960 mln uit de subsidiepot 'SDE Wind op Zee' moet eerst worden toebedeeld voordat er gebouwd kan worden. Als dat nog veel langer op zich laat wachten, zullen de energiebedrijven een verlenging van de vergunningen nodig hebben, anders verliezen ze hun concessie. De intentie van de minister om tot 2020 verlenging te verlenen geldt alleen als de energiebedrijven aantoonbaar beginnen met de aanleg.
Niet alleen de subsidie is bepalend voor de aanvang van bouwwerkzaamheden. De energiemaatschappijen zullen zekerheid willen hebben dat zij niet halverwege opdracht krijgen de windmolens alsnog te ontmantelen.
Gevaar voor veiligheid
Dat dreigement geldt voor vier specifieke windmolenparken dicht voor de kust. Scheveningen Buiten (Eneco), Beaufort (Nuon), West Rijn (SSE) en Q10 (Eneco) zijn volgens de havenbedrijven van Rotterdam en Amsterdam een obstakel en een gevaar voor de veiligheid van de scheepvaart. Rond de molens moet namelijk een veiligheidszone in acht worden genomen die de aanvoerroute naar de haven en het verkeer langs de kust ernstig belemmert. Bovendien leveren de molens een probleem op voor het zicht op de radar.
'De KVNR maakt zich ernstig zorgen over de windmolenparken op de Noordzee, waarvan er verschillende midden in de drukke vaarroutes liggen', aldus de brancheorganisatie van de Nederlandse koopvaardij.
Bezwaren ongegrond
De havenbedrijven noch de energiebedrijven willen op het overleg van vandaag vooruitlopen. Geen van de partijen wenst het geschil publiekelijk op de spits drijven. De havens, de scheepvaart en de visserij zijn overigens niet tegen de aanleg van windmolens op zee. Alleen de vier genoemde parken moeten wat hen betreft op een andere locatie worden aangelegd. Het kabinet heeft de ambitie om voor 2020 6000 megawatt op te wekken met de windmolens op de Noordzee.
Vorige maand oordeelde de rechter over het bezwaar dat de havenbedrijven, koopvaardij en vissers maakten tegen een van de vier locaties. De bezwaren waren volgens de rechter ongegrond, maar de zaak werd wel ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de havenbedrijven in hoger beroep mogen gaan en de zaak kunnen traineren zodat de vergunningen komen te vervallen als daarvoor geen verlening wordt verstrekt. In mei wordt de uitspraak over drie andere locaties verwacht.
'We hebben erg kostbaar onderzoek verricht voordat we de vergunning hebben aangevraagd', verklaart een woordvoerder van Nuon. 'Daarom kan je niet zomaar even de vergunning aanpassen en van plek veranderen.' Hoeveel de energiemaatschappij heeft besteed aan het voortraject wil het bedrijf niet zeggen.
Grote ambities
In 2008 besloot het vorige kabinet dat er voor 2020 6000 megawatt aan windenergie op zee moet worden opgewekt. Dat is gelijk aan ruim 6% van de totale huidige elektriciteitsvoorziening van Nederland. Om deze ambitie te realiseren zouden minstens tweeduizend windmolens in de Noordzee moeten worden opgesteld. De gebieden moeten voor 2010 zijn aangewezen.