Klaas Broekhuizen
Den Haag
De AOW-leeftijd stijgt in 2020 met een jaar, wordt flexibel en de AOW-uitkering klimt vijftien jaar lang met 0,6% extra. Een historisch besluit, want hierdoor schuift de leeftijd op waarop de meeste mensen met pensioen gaan, na 101 jaar op 65 te hebben gestaan. De AOW-leeftijd staat sinds de invoering in 1957 ook op 65.
Dit is de conclusie na het vermoedelijk finale politieke debat over de verhoging van de AOW-leeftijd, dat woensdag en donderdag in de Tweede Kamer is gevoerd. VVD, CDA en PvdA steunden minister Henk Kamp van Sociale Zaken. D66, GroenLinks en ChristenUnie willen de leeftijd al eerder verhogen, SP en PVV willen er juist helemaal niets van weten.
Belangrijke redenen voor de leeftijdverhoging zijn de vergrijzing, het feit dat mensen steeds langer leven na het bereiken van de pensioenleeftijd, de sterk oplopende zorgkosten en het wegvallen van de aardgasbaten.
De AOW-aanpassingen vloeien voort uit het in juni met de sociale partners gesloten pensioenakkoord. Dat akkoord is nog niet helemaal rond, dus wellicht is dit toch niet het finale AOW-debat geweest. Nog deze maand moeten de moeilijkste knopen worden doorgehakt, over het ‘invaren’ van de bestaande pensioenrechten in het nieuwe systeem en tegen welke rente de pensioenfondsen hun verplichtingen voortaan berekenen. Het eerste is juridisch lastig, bij het laatste moeten de tegenstrijdige belangen van jong en oud in balans worden gehouden.
Minister Kamp rekent er niettemin op dat de betrokken commissies voor maart hun conclusies presenteren en hij komt in april met zijn eerste voorstellen voor het pensioendeel van het akkoord.
Het kabinet wacht in maart ook nog de zware opdracht om structureel rond de € 7 mrd extra te bezuinigen als gevolg van tegenvallende belastinginkomsten. Een verdedigbare vlucht naar voren is de AOW-leeftijd al in 2015 te verhogen, of stapsgewijs vanaf 2013.
Het levert in beide gevallen miljarden extra op en het lost de kortingsproblemen vaklaan de pensioenfondsen grotendeels op. Het betere is hier echter de vijand van het goede. Het moeizaam bereikte pensioenakkoord heeft maar net voldoende draagvlak. Dat draagvlak kan verpulveren als het kabinet weer fors aan de afspraken tornt, hoe wenselijk ze intrinsiek ook zijn voor schatkist en pensioenfondsen. Daarom wil Kamp hier vooralsnog niets van weten en ook PvdA wil vasthouden aan de langere voorbereiding op de overgang naar 66.
Het moeizaam bereikte pensioenakkoord staat bol van de compromissen. De heldere collectieve AOW-regeling van nu wordt straks een weinig transparant maatpak.
Mensen kunnen vanaf 2020 eerder en maximaal vijf jaar later met pensioen, geheel of gedeeltelijk de AOW opnemen met de bijpassende kortingen en verhogingen van dien, en ze krijgen aanvullingen of bonussen om langer door te werken, of minder kortingen als ze eerder stoppen.
AOW in 2040
In 2040 wordt iedere gepensioneerde financieel gedragen door twee werkenden, tegen vier nu. Die kunnen die AOW-lasten nooit opbrengen. De meer gefortuneerde gepensioneerden moeten via belastingen meer gaan bijdragen aan hun eigen AOW, nadat ze al hun hele werkende leven de AOW van hun ouders hadden opgebracht.