Jule Hinrichs
Amsterdam
Eén van de lastige vragen bij ieder nieuw Griekenlandprogramma is wanneer de economie weer gaat groeien. Het perspectief blijft zeer onzeker.
Het beeld is niet nieuw. In de nacht van maandag op dinsdag haalden politici opgelucht adem. Het was toch weer gelukt een spoedig bankroet van Griekenland te voorkomen. Maar de markten reageerden gisteren zuinigjes. Ze vrezen dat al die nieuwe harde maatregelen die Athene krijgt opgelegd, de groei van de Griekse economie nog verder ondermijnen.
Er is ook alle reden voor die vrees. De golf van bezuinigingen die Athene de afgelopen anderhalf, twee jaar doorvoerde lokte steeds weer nieuwe problemen uit. De economie kromp sterk door alle bezuinigingen, vervolgens bleven de belastinginkomsten achter en moest er opnieuw worden bezuinigd. Dit soort vicieuze cirkels is altijd weer eindig, maar in het Griekse geval is de neergang wel erg fors, en het perspectief op herstel nog steeds erg onzeker.
Elwin de Groot van Rabobank noemt de vraag naar het herstel van de groei één van de lastigste in het Griekenlanddossier. ‘Het effect van deze bezuinigingsronde is weer negatief voor de groei. Het plaatje voor de komende jaren is er een van krimp’, zegt hij.
Van 2008 tot en met 2011 kromp de Griekse economie al met zo’n 14%. Het IMF veronderstelt, zo blijkt uit een uitgelekte notitie, dat er dit jaar nog eens 4,3% af gaat. Als die krimp verder doorzet, kunnen Athene, EU, IMF en ECB binnenkort weer aan de tafel om een antwoord te bedenken voor de nieuwste aanvullende schade.
In de basisprojectie gaat het IMF ervan uit dat de Griekse economie zich volgend jaar stabiliseert. Voor de groei staat een nulletje genoteerd. Dit betekent dat de economie misschien al in het tweede, maar toch zeker in het derde kwartaal van volgend jaar groei moet vertonen. In een alternatief scenario is er pas weer groei tegen het eind van volgend jaar, en krimpt de economie over heel 2013 nog met 1%.
Veel hangt af van de vraag wanneer de Grieken erin slagen hun concurrentiepositie te verbeteren. Er is wel enige vooruitgang. De exporten nemen flink toe, de import slinkt, maar het is nog lang niet genoeg om de volledig uit het lood geslagen handelsbalans recht te trekken.
De verwachting is nu dat de forse verlaging van het minimumloon Griekse producten goedkoper en dus concurrerender kan maken. Het IMF schrijft in de notitie dat de bezuinigingen de groei aanvankelijk hard zullen raken, maar in een later stadium juist kunnen versterken.
Maar het effect is onzeker. Een lager minimumloon leidt niet meteen tot lagere lonen voor werknemers van de bedrijven. Dat geldt in ieder geval voor de functies die niet makkelijk te vervullen zijn. En voor de functies waar de potentiële werknemers voor de poort staan te dringen, is het ook nog maar de vraag of de lonen gaan dalen. Dat gebeurt alleen als de verlaging van het minimumloon hand in hand gaat met vergroting van de flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
Griekenland zal zich hoe dan ook uit de problemen moeten exporteren. De binnenlandse vraag staat zwaar onder druk en kan zich voorlopig niet herstellen. Uit projecties van de Oeso blijkt dat een snelle exportgroei op zich mogelijk is. Maar de Grieken hebben dit jaar wel de pech dat de Europese economie niet al te best draait.
Nieuwe klap
Als Iran de olie-export naar Europa staakt, heeft Athene een groot probleem. Een derde van de olie die Griekenland verbruikt, komt uit Iran. De Grieken vrezen dat het een hele klus wordt de aanvoer van voldoende olie te verzekeren. Grootste hindernis is dat Griekse raffinaderijen geen toegang tot kredieten hebben voor de aankoop van olie uit andere landen.