Gerben van der Marel en Vasco van der Boon
Haarlem
Het spel, dat is zijn grote liefde, en natuurlijk de knikkers. Tijd om na te denken over moraliteit heeft de spil uit de vastgoedfraude naar eigen zeggen nooit genomen. Dat een contract of een factuur met een datum en een handtekening erop moet kloppen, daar heeft hij als directeur nooit bij stilgestaan. ‘Best gek voor iemand uit een familie van juristen.’ Het zijn de eigen woorden van Van Vlijmen.
De vastgoedfraude heeft een bedenkelijke ondernemerscultuur naar buiten gebracht die tot het uitbreken van de zaak eind 2007 grotendeels onzichtbaar bleef. De groep verdachten maakte het zo bont dat ze een keer tegen de lamp moesten lopen. Combineer dit met de toenemende aandacht voor de integriteit in het bedrijfsleven die de vastgoedwereld negeerde. Leg daarbovenop de groeiende interesse en slagkracht bij de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie en daar is de vastgoedfraudezaak.
In de kern is de zaak eenvoudig: een leidinggevende gunt een zakenvriend een vastgoedtransactie maar eist buiten zijn werkgever om een deel van de winst op. Omkoping en oplichting in een georganiseerd crimineel verband, zegt het OM. De Belastingdienst en het OM hebben vrijwel alle geldstromen kunnen traceren, maar nog niet al het geld is terug bij de rechtmatige eigenaren. Van de weggenomen bedragen is €160 mln teruggestort naar Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Maar een onbekend deel dat in de tientallen miljoenen loopt is nog zoek.
Italiaanse toestanden zijn het. Maar in werkelijkheid speelt het onder de ogen van de polderelite. Eigenaar van Bouwfonds zijn eerst de gemeenten, dan ABN Amro en later de Rabobank. Tweede grote slachtoffer is het pensioenfonds van Philips, een van de grootste ondernemingen die Nederland ooit heeft voortgebracht.
Waar het OM een klassieke oplichtingzaak ontwaart zegt Van Vlijmen zonder met zijn ogen te knipperen dat hij ‘normaal’ zaken deed. De andere tien verdachten die terechtstaan zeggen niet veel anders. Een enkeling geeft toen dat zijn manier van zakendoen immoreel was. Maar ze tonen zich stuk voor stuk verontwaardigd dat ze voor de strafrechter staan. Van Vlijmen zegt over zijn omkopingspraktijken: ‘Het is niet anders dan de exorbitante bonussen in de bankwereld. Tien jaar geleden was er geen haan die ernaar kraaide. Nu het fenomeen aan de kaak is gesteld kijkt iedereen er 180 graden anders naar.’
De groep is gemêleerd in samenstelling. Alle verdachten worden gedreven door geldzucht, een enkeling door eerzucht. Het zijn mensen die getraind zouden moeten zijn in normen en waarden. Ze kennen het bedrijfsleven van binnenuit. Toch hebben ze een uitgesproken dedain voor de juridische werkelijkheid.
Sommige verdachten zijn van eenvoudige komaf en hebben jaren nodig gehad om zich op te werken. Ze hebben hun baan en toekomst op het spel gezet en hebben verloren. Anderen hadden de kansen voor het oprapen. Met een gouden lepel in de mond geboren en afkomstig uit vooraanstaande families, lid van de juiste studentenvereniging, en een rijk netwerk om snel op te stomen richting een directeurspositie.
Ze halen hun titels en mogen zich registeraccountant, directeur of zelfs topman noemen, met alle voorrechten die daarbij horen. Het vertrouwen dat in hen is gesteld wordt op creatieve en soms schokkende wijze misbruikt.
De vijftigers vormen een generatie die de economische wind duidelijk heeft mee gehad. De beurs zit in de lift en de prijzen in het vastgoed stijgen explosief. Iedereen werd rijk. Ze krijgen uitstekende salarissen. Toch is het niet genoeg. Ze vinden dat ze het recht hebben op bijverdiensten of een betere toekomst. En als de miljoenen voor het oprapen liggen en iedereen toch meeverdient, dan is er toch niets mis mee?
In de vastgoedwereld vind je veel deskundige en eerlijke mensen. Maar het trekt ook cowboys aan die vooral goed hun eigen portemonnee vullen. Net als vroeger de beurswereld. Tot in de jaren tachtig vinden sommige beurshandelaren en bankiers dat ze recht hebben op een secundaire arbeidsvoorwaarde buiten de baas om. Die verdienen ze door te handelen met voorkennis. In het vastgoed zijn de bedragen en verleidingen veel groter. Voor grote winstdelingen en de toekomstige betalingen worden versluierde constructies met (buitenlandse) bv’s opgetuigd.
Van een andere moraal in de wereld om hen heen lijken de meeste verdachten uit de vastgoedfraude zich niet bewust. Van Vlijmen zegt nooit gedacht te hebben dat zijn manier van werken hem in aanvaring zou kunnen brengen met Justitie.
Voor de Belastingdienst en het OM is het een opgelegde zaak dat de rechtsorde ernstig is beschadigd. ‘Wat het meest schokt is het brutale cynisme waarmee de verdachten de kas van hun werkgever en opdrachtgever hebben geplunderd om de eigen bankrekeningen te spekken.’ Het OM wil een ‘graaicultuur’ doorbreken en houdt een moraliserend requisitoir met hoge strafeisen die slechts deels worden overgenomen door de rechter.
De zaak is Justitie niet komen aanwaaien. Financieel rechercheurs vallen zelden zomaar over een lijk. De vastgoedwereld stond op de nominatie om doorgelicht te worden. Een logisch gevolg op de parlementaire enquête in de bouwfraudezaak in 2002, zegt advocaat Willem Koops van Van Vlijmen. Het onderzoek concludeert dat in de bouwsector, waar de vastgoedbranche deel van uitmaakt, een klimaat heerst van belangenverstrengeling, inclusief steekpenningen, valse facturen, en de fiscale verwerking ervan. Als de facturen maar klopten met de geldstromen
Daarnaast wordt vastgesteld dat het OM tekort schiet. De strafzaak loopt uit op een zeperd nadat in de beursfraudezaak slechts fiscale delicten overblijven.
Corruptie bij ambtenaren staat al langer op de agenda, maar niet-ambtelijke omkoping is een relatief onbekend begrip rond de eeuwwisseling. De getroffen ondernemingen Bouwfonds en Philips Pensioenfonds krijgen regelmatig aanwijzingen van klokkenluiders. Ze geven hun directeuren vrij spel. Ze laten de deur naar de kluis opzichtig openstaan.
Als intern fraude wordt ontdekt houdt een bedrijf dit liever in de doofpot. Uit een onderzoek onder bijna driehonderd bedrijven in opdracht van deze krant in 2006 bleek dat de meerderheiddiefstal door eigen werknemers liever binnenskamers houdt. Bouwfonds en Philips zetten forensisch accountants aan het werk als de geruchten aanzwellen. Maar de mannen achter de vastgoedfraude weten ze vakkundig om de tuin te leiden.
Wat de vastgoedfraude bijzonder maakt is dat het onderzoek in 2004 begint met een kleine rafel waar een wakkere belastingambtenaar aan begint te trekken. Na een paar jaar dringt de omvang van de malversaties ook door bij de leiding van het OM. Om deze fraude te ontrafelen volstaat het niet om de boekhouding uit te pluizen. Justitie tapt 50.000 telefoongesprekken af. Verdachten worden gevolgd en geobserveerd als ze smeergeld verdelen. De verdachten zijn er gloeiend bij. Maar gewonnen geven ze zich niet.
Spijt heeft Van Vlijmen ook niet. ‘Ik heb daar lang over nagedacht’, aldus zijn laatste woord eind 2011. ‘Ik heb wel spijt ten aanzien van mijn vrouw en kinderen. Maar nee. Het zou hypocriet zijn. Ik ben er helemaal mee vergroeid. Dan zou ik zeventien jaar van mijn leven ontkennen en dat is niet goed. Dat is mijn eerlijke antwoord.’
Het spel, dat is zijn grote liefde, en natuurlijk de knikkers. Tijd om na te denken over moraliteit in het zakendoen heeft de spil uit de vastgoedfraude naar eigen zeggen nooit genomen. Dat een contract of een factuur met een datum en een handtekening erop moet kloppen, nee daar heeft hij als directeur nooit bij stilgestaan. ‘Best gek voor iemand uit een familie van juristen.’ Het zijn de eigen woorden van Van Vlijmen.
De vastgoedfraude heeft een bedenkelijke ondernemerscultuur naar buiten gebracht die tot het uitbreken van de zaak eind 2007 grotendeels onzichtbaar bleef. De groep verdachten maakte het zo bont dat ze een keer tegen de lamp moesten lopen. Combineer dit met de toenemende aandacht voor de integriteit in het bedrijfsleven die de vastgoedwereld negeerde. Leg daar bovenop de groeiende interesse en slagkracht bij de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie en daar is de vastgoedfraudezaak.
In kern is de zaak eenvoudig: een leidinggevende gunt een zakenvriend een vastgoedtransactie maar eist buiten zijn werkgever om een deel van de winst op. Omkoping en oplichting in een georganiseerd crimineel verband, zegt het Openbaar Ministerie. De Belastingdienst en het OM hebben vrijwel alle geldstromen kunnen traceren, maar nog niet al het geld is terug bij de rechtmatige eigenaren. Van de weggenomen bedragen is €160 mln teruggestort naar Bouwfonds en Philips Pensioenfonds. Maar een onbekend deel dat in de tientallen miljoenen loopt is volgens het OM nog zoek.
Italiaanse toestanden zijn het. Maar in werkelijkheid speelt het onder de ogen van de polderelite. Eigenaar van Bouwfonds zijn eerst de gemeenten, dan ABN Amro en later de Rabobank. Tweede grote slachtoffer is het pensioenfonds van Philips, een van de grootste ondernemingen die Nederland ooit heeft voortgebracht.
Waar het OM een klassieke oplichtingzaak ontwaart zegt Van Vlijmen zonder met zijn ogen te knipperen dat hij ‘normaal’ zaken deed. De andere tien verdachten die terecht staan zeggen niet veel anders. Een enkeling geeft toen dat zijn manier van zakendoen immoreel was. Maar ze tonen zich stuk voor stuk verontwaardigd dat ze voor de strafrechter staan. Van Vlijmen zegt over zijn omkopingspraktijken: ‘Het is niet anders dan de exorbitante bonussen in de bankwereld. Tien jaar geleden was er geen haan die ernaar kraaide. Nu het fenomeen aan de kaak is gesteld kijkt iedereen er 180 graden anders naar.’
De groep is gemêleerd in samenstelling. Alle verdachten worden gedreven door geldzucht, een enkeling door eerzucht. Het zijn stuk voor stuk mensen die getraind zouden moeten zijn in normen en waarden. Ze kennen het bedrijfsleven van binnenuit. Toch hebben ze een uitgesproken dedain voor de juridische werkelijkheid.
Sommige verdachten zijn van eenvoudige komaf en hebben jaren nodig gehad om zich op te werken. Ze hebben hun baan en toekomst op het spel gezet en hebben verloren. Anderen hadden de kansen voor het oprapen. Met een gouden lepel in de mond geboren en afkomstig uit vooraanstaande families, lid van de juiste studentenvereniging, en een rijk netwerk om snel op te stomen richting een directeurspositie.
Ze halen hun titels en mogen zich registeraccountant, directeur of zelfs topman noemen, met alle voorrechten die daarbij horen. Het vertrouwen dat in hen is gesteld wordt op creatieve en soms schokkende wijze misbruikt.
De vijftigers vormen een generatie die de economische wind duidelijk heeft mee gehad. De beurs zit in de lift en de prijzen in het vastgoed stijgen explosief. Iedereen werd rijk. Ze krijgen uitstekende salarissen. Toch is het niet genoeg. Ze vinden dat ze het recht hebben op bijverdiensten of een betere toekomst. En als de miljoenen voor het oprapen liggen en iedereen toch meeverdiend dan is er toch niets mis mee?
In de vastgoedwereld vind je veel deskundige en eerlijke mensen. Maar het trekt ook cowboys aan die vooral goed hun eigen portemonnee vullen. Net als vroeger de beurswereld. Tot in de jaren tachtig vinden sommige beurshandelaren en bankiers dat ze recht hebben op een secundaire arbeidsvoorwaarde buiten de baas om. Die verdienen ze door te handelen met voorkennis. In het vastgoed zijn de bedragen en verleidingen veel groter. Voor grote winstdelingen en de toekomstige betalingen worden versluierde constructies met (buitenlandse) bv’s opgetuigd.
Van een andere moraal in de wereld om hen heen lijken de meeste verdachten uit de vastgoedfraude zich niet bewust. Van Vlijmen zegt nooit gedacht te hebben dat zijn manier van werken hem in aanvaring zou kunnen brengen met Justitie.
Voor de Belastingdienst en het OM is het een opgelegde zaak dat de rechtsorde ernstig is beschadigd. ‘Wat het meest schokt is het brutale cynisme waarmee de verdachten de kas van hun werkgever en opdrachtgever hebben geplunderd om de eigen bankrekeningen te spekken.’ Het OM wil een ‘graaicultuur’ doorbreken en houdt een moraliserend requisitoir met hoge strafeisen die slechts deels worden overgenomen door de rechter.
De zaak is justitie niet komen aanwaaien. Financieel rechercheurs vallen zelden zomaar over een lijk. De vastgoedwereld stond op de nominatie om doorgelicht te worden. Een logisch gevolg op de parlementaire enquête in de bouwfraudezaak in 2002, zegt advocaat Willem Koops van Van Vlijmen. Het onderzoek concludeert dat in de bouwsector, waar de vastgoedbranche deel van uitmaakt, een klimaat heerst van belangenverstrengeling, inclusief steekpenningen, valse facturen, en de fiscale verwerking ervan. Als de facturen maar klopten met de geldstromen.
Daarnaast wordt vastgesteld dat het OM tekort schiet. De strafzaak loopt uit op een zeperd nadat in de beursfraudezaak slechts fiscale delicten overblijven.
Corruptie bij ambtenaren staat al langer op de agenda, maar niet-ambtelijke omkoping is een relatief onbekend begrip rond de eeuwwisseling. De getroffen ondernemingen Bouwfonds en Philips Pensioenfonds krijgen regelmatig aanwijzingen van klokkenluiders. Ze geven hun directeuren vrij spel. Ze laten de deur naar de kluis opzichtig open staan.
Als intern fraude wordt ontdekt houdt een bedrijf dit liever in de doofpot. Uit een onderzoek onder bijna driehonderd bedrijven in opdracht van deze krant in 2006 bleek dat de meerderheid van de Nederlandse ondernemingen diefstal door eigen werknemers liever binnenskamers houdt. Bouwfonds en Philips zetten forensisch accountants aan het werk als de geruchten aanzwellen. Maar de mannen achter de vastgoedfraude weten ze vakkundig om de tuin te leiden.
Wat de vastgoedfraude bijzonder maakt is dat het onderzoek in 2004 begint met een kleine rafel waar een wakkere belastingambtenaar aan begint te trekken. Na een paar jaar dringt de omvang van de malversaties ook door bij de leiding van het OM. Om deze fraude te ontrafelen volstaat het niet om de boekhouding uit te pluizen. Justitie tapt 50.000 telefoongesprekken af. Verdachten worden gevolgd en geobserveerd als ze smeergeld verdelen. De verdachten zijn er gloeiend bij. Maar gewonnen geven ze zich niet.
De verdachten maakten het zo bont dat ze een keer tegen de lamp moesten lopen
De verdachten maakten het zo bont dat ze een keer tegen de lamp moesten lopen
Penningmeester Olivier L. (geheel links) op weg naar de rechtbank. Vonnis: 3 jaar. Hoofdverdachte Jan van Vlijmen bij de securitypoort. Vonnis: 4 jaar. Tussenpersoon Jimmy K. verlaat de rechtzaal. Vonnis: werkstraf van 200 uur. Foto’s: Gerard Til