Gaby de Groot en Siem Eikelenboom
Amsterdam
Nederland wordt belastingtechnisch steeds aantrekkelijker voor ondernemingen uit Zuid-Europa. Met een of meerdere financiële holdings in Nederland kunnen mutinationals de belastindruk met wel 10% verminderen, blijkt uit onderzoek van deze krant.
Ging het tot de jaren negentig nog om een enkel bedrijf, daarna kiezen grote multinationals uit de zogeheten Pigs-landen (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje) massaal om fiscale redenen voor een Nederlandse holding.
‘Bedrijven uit Italië en Spanje en in mindere mate Portugal en Griekenland zijn de laatste decennia steeds internationaler gaan opereren, zegt Wiecher Munting, belastingadviseur bij het Rotterdamse OHP. ‘Vanwege de taal en geschiedenis bevinden die operaties zich vaak in Zuid-Amerika en ook wel Afrika. Ook zijn die bedrijven vaak in West-Europa actief’, aldus Munting die als voormalig hoofd van de afdeling tax rulings van de Belastingdienst die ontwikkeling van nabij heeft gevolgd. ‘Om te voorkomen dat de winst van de holding meermalen wordt belast, proberen die bedrijven afspraken te maken met de belastingdiensten van de landen waar ze actief zijn.’
Op dat moment komt Nederland in beeld, aldus Munting: ‘Nederland heeft met bijna alle landen in de wereld een belastingverdrag gesloten. Hierdoor worden geldstromen naar Nederland voorspelbaar.’ Op de tweede plaats genieten de Nederlandse Belastingdienst en belastingadviseurs internationaal een ‘voortreffelijke reputatie’, weet Munting. ‘Adviseurs kunnen uitleggen wat wel en niet kan. Belastinginspecteurs geven zekerheid vooraf over onzekere internationale transacties. En voorspelbaarheid is cruciaal bij het internationaal zakendoen.’
Tot slot denkt Munting dat ook de goede infrastructuur en strategische ligging redenen zijn waarom multinationals zich graag in Nederland vestigen.
Fiscaal is van groot belang dat de winst van een (buitenlandse) dochtermaatschappij in Nederland niet nogmaals wordt belast. ‘Dit vrijstellen doen lang niet alle Zuid-Europese landen’, zegt Munting. ‘Daarom richten internationale concerns zo vaak een Nederlandse (tussen)holding op waarin ze hun buitenlandse winst veilig kunnen laten neerdalen.’
Recentelijk dook nog een andere reden op. Begin dit jaar wekte Alexandre Soares dos Santos in Portugal veel ophef door openlijk te verklaren dat hij zijn belang van 56,1% in de Portugese retailer Jeronimó Martins vanuit Portugal heeft verhuisd naar een Amsterdamse holding. Hij liet weten dat hij dat had gedaan uit vrees dat Portugal uit de euro zou stappen: ‘Ik heb het recht om mijn bezit te verdedigen’, aldus Dos Santos.
Portugal telt negen ondernemingen met een omzet boven de € 2 mrd. Zes daarvan laten hun interne geldstromen (deels) over Nederland lopen. Daaronder het grootste bedrijf van Portugal: energiebedrijf EDP. Hierin heeft de Portugese staat een aandeel van 25,1%.
Portugal en Griekenland zijn economisch gezien kleine landen. De echt grote, multinationals komen uit Spanje en Italië. Van de 39 Italiaanse ondernemingen met een omzet boven de € 2 mrd maken er 20 gebruik van Nederlandse holdings. Onder hen de twee grootste: oliebedrijf Eni en energiebedrijf Enel. Beide zijn voor ruim een derde in handen van de Italiaanse staat. Van de 28 grote Spaanse ondernemingen hebben er 20 een holding in Nederland. De gehele top 5 (Banco Santander, Telefónica, Repsol YPF, Endesa en Iberdrola) laat interne geldstromen via Nederland lopen.
Fiscaal is van groot belang dat winst van een buitenlandse dochter in Nederland niet nogmaals wordt belast. ‘Dat doen lang niet alle Zuid-Europese landen’, zegt Munting. Hij schat voorzichtig dat het fiscale voordeel voor multinationals kan oplopen tot 10%.
André Nagelmaker, woordvoerder van Vims, de vereniging van trustkantoren, denkt dat multinationals ook voor Nederland kiezen omdat de goede reputatie hier het makkelijker maakt om funding uit de markten aan te trekken dan in de zuidelijke landen zelf. Die funding is bovendien goedkoper omdat in Nederland geen bronbelasting op rente hoeft te worden betaald.