Arend Clahsen
Amsterdam
Minister Jan Kees de Jager van Financiën wil bezuinigen om de AAA-status te behouden. Dat moet een rentestijging zoals in Oostenrijk voorkomen. Het lijkt een gelegenheidsargument.
Minister van Financiën Jan Kees de Jager laat het niet na om het tijdens interviews en gastcolleges te herhalen: met bezuinigingen en hervormingen moet Nederland de AAA-status behouden. Het hoogste kredietoordeel is volgens hem van groot belang om de financieringslasten van de Nederlandse overheid te beperken.
Zo rekende De Jager vorige week in deze krant voor dat Oostenrijk en Frankrijk een vol procentpunt meer rente hebben moeten betalen sinds het verlies van hun AAA-status bij kredietbeoordelaar S&P. Een procentpunt hogere rente zou Nederland volgens de minister € 4 mrd extra kosten per jaar.
Er is wel wat op zijn beweringen af te dingen. Ten eerste is de kapitaalmarktrente van Oostenrijk en Frankrijk juist weer gedaald sinds het kredietoordeel van de landen werd verlaagd op 16 januari. De Nederlandse rente is sindsdien juist opgelopen, net als de Duitse. De relatieve rust rond de Europese staatsschuldencrisis en de liquiditeitssteun van de ECB lijken van grotere invloed op de rentetarieven van landen dan een verlaging van de kredietstatus.
Ten tweede gaat de vergelijking met Oostenrijk mank. ‘Zeggen dat de Oostenrijkse rente sinds de zomer is opgelopen door een gebrek aan hervormingen, is wat kort door de bocht’, stelt econoom Carsten Brzeski van ING. ‘Bij Frankrijk kan ik me dat nog voorstellen, maar bij Oostenrijk is dat anders.’ Het land groeide sinds de crisis harder dan Nederland, het begrotingstekort is kleiner (3,3% in 2011) en de staatsschuld is met 72% van het bbp niet veel hoger dan in Nederland. Het hogere risico dat de markten aan Oostenrijk toedichten, komt volgens Brzeski door zwakheden bij de banken en de blootstelling aan Oost-Europa. ‘Oostenrijk gold als het kleine Duitse broertje. Dat is nu anders, maar dat ligt niet aan de groei, de staatsschuld of het begrotingstekort.’
Wel treft het alpenland maatregelen om de overheidsfinanciën verder op orde te brengen. De vrees over de blootstelling richting Midden- en Oost-Europa is volgens Wenen overdreven, maar met een pakket van € 26,7 mrd aan bezuinigingen en lastenverzwaringen wil het land de begroting in 2016 in evenwicht hebben.
S&P gaf op 16 januari voor Nederland aan dat een gedegen begrotingsbeleid een voorwaarde is voor het behoud van de AAA-status. Zo zou het kredietoordeel verlaagd kunnen worden (kans van een op drie) als de publieke financiën aanzienlijk en langdurig afwijken van het voor 2012-2015 uitgestippelde begrotingspad. S&P: ‘Als het begrotingstekort op de middellange termijn consequent boven de 3% van het bbp uitkomt, kan dat een verlaging van de rating veroorzaken.’ Over 2011 bedroeg het tekort circa 4,8%. Op 1 maart publiceert het Centraal Planbureau nieuwe ramingen.
Econoom Joost Beaumont van ABN Amro denkt niet dat een eventueel verlies van de AAA-status de Staat op veel hogere kosten zou jagen. ‘Nederland steekt er binnen Europa nog altijd uit als een van de sterkere landen. Normaal gesproken zou een lagere status een hogere rente tot gevolg hebben, maar er zijn nu bijzondere omstandigheden. Nederland fungeert als veilige haven. De rente zou iets kunnen stijgen, maar het gaat wat ver om te veronderstellen dat die omhoog zou schieten.’
Niettemin ontkomt Nederland er volgens Beaumont niet aan om de tering naar de nering te zetten, al of niet met de kapitaalmarktrente als gelegenheidsargument. ‘In juli 2007 stond de rente nog boven de 4%, nu is dat 2,44%. Toen hoorde je niemand over de financieringslasten van de overheid. Maar het is wel belangrijk dat Nederland voldoet aan de regels die we in Europa hebben.’ Volgens de afspraken moet in 2013 het tekort onder de 3% uitkomen. ‘Het zou een verkeerd signaal zijn aan landen als Griekenland, Italië en Portugal om de teugels te laten vieren als de situatie tegenvalt.’
De kaasschaaf is niet langer genoeg om het tekort voldoende te reduceren, stelt de ABN Amro-econoom. ‘Er moet bezuinigd worden in combinatie met groeiversterkende hervormingen. Daarbij valt te denken aan een verhoging van de pensioenleeftijd en aan hervormingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Dat biedt duidelijkheid en helpt het vertrouwen te herstellen en de groei te bevorderen. De tijd is er rijp voor.’