Bert van Dijk
De Chinese economie koelt af. Overinvesteringen op grote schaal dreigen China op te zadelen met een groot schuldenprobleem.
Sjanghai
In het plattelandsdorp Huaxi niet ver van Sjanghai staat sinds oktober een 328 meter hoge wolkenkrabber. Het is het vijftiende hoogste gebouw ter wereld met het grootste ronddraaiende restaurant van Azië bovenin. Huaxi telt een paar duizend inwoners. Behalve de wolkenkrabber staan er in Huaxi, rijk geworden door een bloeiende staalindustrie, ook kopieën van het Vrijheidsbeeld, het Sydney Opera House, de Grote Muur en de Arc de Triomphe.
Een paar uur vliegen naar het noorden en je bent in Harbin, hoofdstad van de provincie Heilongjiang. Daar opende het staatsbedrijf Harbin Pharmaceutical vorig jaar een kantoor dat op het paleis van Versailles lijkt.
Huaxi en Harbin zijn voorbeelden van overinvesteringen in China. Sommige bedrijven en overheden weten van gekkigheid niet wat ze met het geld moeten doen; volgens sommige sceptici hét voorbeeld dat kapitaal in China verkeerd wordt gebruikt.
Harde of zachte landing? Die vraag is onder economen een van de meest bediscussieerde kwesties in China. Zij die rekenen op een geleidelijke afzwakking van de groei zonder grote schokken vertrouwen op de controlerende hand van de autoriteiten die overal een stevige vinger in de pap hebben. De beren onder de economen concentreren zich op de in hun ogen excessieve kredietverlening de afgelopen jaren in China. Die heeft geleid tot grote misallocatie van kapitaal en torenhoge schulden bij lokale overheden.
De wereldwijde financiële crisis was voor de Chinese regering in 2008 en 2009 aanleiding banken de opdracht te geven de kredietkranen wagenwijd open te zetten om de economie te steunen. Het gevolg was een stortvloed van goedkoop geld. ‘Misallocatie van kapitaal is de bijna onvermijdelijke consequentie van een hoog investeringsgroei over een langere periode in een systeem, waar prijssignalen hevig worden verstoord en er politieke beweegredenen zijn om de economische activiteit op korte termijn te maximaliseren’, betoogt Michael Pettis, economieprofessor aan de Peking-universiteit. ‘Als de verkeerde verdeling van kapitaal wordt gefinancierd door schuld, dan is de schuldtoename onhoudbaar.’
Overinvesteringen in China zijn overal zichtbaar. Wie de economisch ontwikkelde kuststreek van China verlaat en het binnenland intrekt, komt overal projecten tegen die alleen maar als verspilling kunnen worden aangemerkt. Zo staat er in het centrum van de Chinese havenstad Yantai in de provincie Shandong een kopie van de Grande Arch in Parijs. Ordos in Binnen-Mongolië heeft internationale faam verworven als China’s grootste spookstad, maar is bij lange na niet de enige.
Ook in de infrastructuur heeft China volgens sommige deskundigen veel te veel geïnvesteerd. Zo is het ambitieuze programma om alle grote steden met 16.000 kilometer aan hogesnelheidslijnen te verbinden voor een groot deel weggegooid geld. Lu Dadao, vooraanstaande expert van de Chinese academie voor wetenschappen, schreef al in 2010 een rapport met de titel ‘Aanbevelingen voor het vermijden van excessieve transportbouw in China’.
Volgens Lu heeft China de afgelopen jaren veel te veel gebouwd en is de constructie na 2008 versneld, toen de overheid een extra 4000 miljard yuan in de economie pompte. ‘Het gaat vooral om excessief grote, overbodige bouwactiviteiten en oneerlijke concurrentie alsook om een gebrek aan coördinatie tussen verschillende vormen van transport’, zei hij in een interview. Lu’s rapport werd lange tijd genegeerd, maar na de fatale botsing van twee hogesnelheidstreinen kon de overheid niet langer om hem heen.
Het gaat volgens Lu niet alleen om de spoorwegen, ook zijn er veel te veel snelwegen aangelegd, en de komende jaren komen er nog eens 180.000 kilometer bij. ‘De vervoersstromen zijn echter veel te laag. Veel snelwegen in het midden en westen zijn doorgaans leeg. Het is echt uit de hand gelopen.’ Ook worden er veel te veel regionale luchthavens ‘blindelings’ gebouwd zonder haalbaarheidsonderzoeken.
De oorzaak van de bouwwoede is een systeem waarbij kapitaal niet door de markt wordt beprijsd, maar door de overheid wordt vastgesteld. Zo subsidiëren de huishoudens via hun laag of vaak negatief renderende spaargeld investeringen van bedrijven en overheden. Chinese banken, die een gegarandeerde spread tussen de in- en uitleenrentes krijgen, fungeren als het overheidsvehikel om geld in de economie te pompen.
De vraag is wat de gevolgen zullen zijn van al het met geleend geld verkeerd geïnvesteerde kapitaal. Uiteindelijk zullen leningen moeten worden terugbetaald.
Steeds meer Chinese steden hebben moeite grond aan projectontwikkelaars te verkopen en zo inkomsten te genereren om hun torenhoge leningen terug te betalen en — belangrijker nog — te betalen voor allerlei sociale voorzieningen zoals zorg, veiligheid en onderwijs. In steden als Sjanghai, Peking, Wuxi, Wuhan en Dalian zijn de inkomsten vorig jaar flink gedaald.
‘Scherpe dalingen in de verkoop van grond hebben een enorme financiële druk gezet op lokale overheden’, zegt Li Guoping die projectontwikkelaars adviseert in het tijdschrift Caixin. ‘Op dit moment zijn lokale overheden veel bezorgder dan projectontwikkelaars.’