Voor een Nederlandse groep mkb-bedrijven - gesteund door kennisinstituten - breken spannende tijden aan. Het luchtvaartbeleid - een instrumentarium van subsidies en kredietfaciliteiten - loopt dit jaar af. Een nieuw kabinet moet beslissen over nieuw beleid.
Het bedrijvencluster sloot een deal met de Franse vliegtuig- motorenfabrikant Snecma (ruim 8000 medewerkers, omzet euro 4 mrd). Nederlandse toeleveranciers als Dutch Aero, Sulzer Eldim en Atkins wisten met ontwerpkennis en fabricagetechnologieën van componenten (integrale schoepraderen, afdichtingssystemen, innovatieve mechanieken) de aandacht te trekken van de Fransen.
Maar met de tragedie rond het vertrek van MSD/Organon staat de toekomst van de Nederlandse kenniseconomie op het spel. In het Frankrijk van Sarkozy zou zoiets onmogelijk zijn. De Fransen kunnen de Nederlandse kenniseconomie nu een nieuwe impuls geven.
Het Dutch Aero Engine Cluster (DAEC) sloot in 2007 een 'memorandum of understanding' met het Franse Snecma. De Nederlandse minister van EZ Maria van der Hoeven en haar Franse evenknie betuigden hun waardering voor de overeenkomst. Van der Hoeven stelde destijds dat zij aan strategische partnerships tussen de Nederlandse industrie en buitenlandse partners groot belang hecht. Of een nieuw kabinet dat ook doet, moet nu blijken.
Volgens Rob de Wit (57) van DutchAero is het vliegtuigmotorencluster het meest gebaat bij een kabinet van VVD en CDA. Hij put hoop uit de conclusie van een recente evaluatie van het huidige luchtvaartbeleid: de Nederlandse overheid moet betrokken blijven en luchtvaartbeleid blijven voeren.
De eerste fase van het Snecma-motorenprogramma kostte euro 2 mln aan ontwikkelingskosten en werd voor de helft gefinancierd door Economische Zaken. Deelname aan een nieuwe fase kost euro 10 mln in vijf jaar - deels te financieren door EZ. Het project moet vanaf 2014 'business genereren'.
Het DAEC hanteert een eenvoudige formule: samenwerken, waarde toe voegen en meedenken met opdrachtgevers. Dit betekent niet alleen componenten leveren, maar ook meegroeien naar ontwerp en fabricage van complete subsystemen voor vliegtuigmotoren. Het DAEC poogt zo een voorsprong te houden op producenten uit lagelonenlanden.
'Door van elkaars netwerken gebruik te maken, vergroten we de kans op nieuwe opdrachten', zegt directeur Wim van Beinum van Atkins Nederland. In de Nederlandse vliegtuigmotorenindustrie genereren 4000 medewerkers een omzet van euro 1,1 mrd.
Sterkten/zwakten
Veelbelovende groep techbedrijven heeft nog een lange en moeizame weg te gaan
Een groep hightech-mkb-bedrijven maakte een vliegende start als toeleveranciers van motorenbouwer Snecma. Nu het echte werk begint, doemen bedreigingen op.
Sterkten:
1 Samen sterk.
Onderdelenleveranciers van vliegtuigmotoren - Sulzer Eldim, DutchAero, Atkins - besloten in 2001 samen op te trekken om sterker te staan en scherper in beeld te komen bij opdrachtgevers als General Electric, Pratt & amp; Whitney en Rolls- Royce. Eind 2007 sloten ze een overeenkomst met vliegtuigmotorenfabrikant Snecma.
2 Werk aan de winkel.
Het zogenoemde Dutch Aero Engine Cluster (DAEC) heeft bij Snecma een ontwikkelingsprogramma lopen waarmee in de komende vijf jaar euro 10 mln is gemoeid. De bedrijven richten zich op innovatieve mechanieken en componenten in vliegtuigmotoren en spelen in op gebruik van lichte materialen. Dit moet de komende jaren orders tot tientallen miljoenen opleveren.
3 Kennis is macht.
& nbsp;Het vliegtuigmotorencluster wordt ondersteund door een aantal kennisinstituten zoals het Nederlands Ruimtevaart Laboratorium, de Vereniging Gasturbine, de Technische Universiteit Delft en heeft via het Agentschap ML aansluiting met de overheid. Ook is het cluster betrokken bij doelstellingen van de Nederlandse Kennis en Innovatie Agenda. Het geeft mede invulling aan internationale milieudoelstellingen.
Zwakten:
1 Meer druk van opdrachtgevers.
De luchtvaartindustrie vraagt forse investeringen en kent een lange terugverdientijd. Er staat veel druk op toeleveranciers. Een nieuwe generatie motoren is in ontwikkeling voor de opvolgers van de A320 en de Boeing 737. De motoren zijn gepland omstreeks 2020, maar producenten willen rond 2015 de nieuwe motoren inbouwen in bestaande vliegtuigen om testen uit te voeren.
2 Haagse molens traag.
Het Nederlandse luchtvaartbeleid - een instrumentarium van subsidies en kredietfaciliteiten - gaat op de schop. Het wachten is op een nieuw kabinet. Het gaat om de keuzen van een nieuwe coalitie. De luchtvaartindustrie is het meest gediend met een kabinet, waarin VVD en CDA vertegenwoordigd zijn. Echter: ieder nieuw kabinet zal fors moeten bezuinigen.
3 R& amp;D lekt weg.
In de afgelopen jaren hebben veel Nederlandse concerns hun R& amp;D-activiteiten, of delen daarvan, overgebracht naar het buitenland. Voorbeelden zijn Akzo Nobel, DSM, Océ en Philips. Nederland heeft - in tegenstelling tot een land als Frankrijk - geen traditie om te vechten voor een stevige kenniseconomie. Geen gunstig voorteken voor nieuwe initiatieven.
Banenmotor
Toeleveranciers
Bij het Dutch Aero Engine Cluster zijn diverse industriële bedrijven betrokken, waaronder DutchAero in Eindhoven en Woensdrecht (120 medewerkers, omzet euro 25 mln) en Atkins in Hoofddorp (60 medewerkers, omzet euro 5 mln).