CNV-voorzitter René Paas had geen zin om nog vier jaar te pogen zijn aangesloten bonden mee te krijgen
Ria Cats
Amsterdam
Vorig jaar, 'ergens in de zomertijd', nam voorzitter René Paas van de christelijke vakcentrale CNV zijn evenknie Agnes Jongerius van de vakcentrale FNV een keer in vertrouwen. Ze spraken met elkaar over zijn problemen met de aangesloten CNV-bonden. Over hoeveel tijd het hem kostte om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en om tot één besluit te komen.
'Maar had ik toen gedacht dat hij in 2009 niet meer beschikbaar zou zijn voor een tweede termijn als vakcentralevoorzitter? Nee!', zegt Jongerius in een reactie op het gisteren aangekondigde vertrek van Paas. Ze was dan ook erg verrast, toen ze dinsdagavond laat een sms'je van hem kreeg met het verzoek om hem voor middernacht te bellen. 'Ik dacht dat er weer gedoe was rond de deeltijd-WW.'
Paas vertelde haar echter dat hij was voorgedragen als nieuwe voorzitter van Divosa, de vereniging van directeuren van gemeentelijke sociale diensten. In een zelfgeschreven persbericht liet hij de wereld woensdag weten hoe zwaar hij het vond om in een vereniging van autonome bonden een inspirerende koers te bereiken: 'Ik merk dat ik daarin de grenzen van mijn effectiviteit heb bereikt.'
Die opmerking is 'buitengewoon dapper' en 'een teken van zelfinzicht', aldus Jongerius. Ze verklaart dat Paas in tegenstelling tot haar bij zijn aantreden, vier jaar geleden, geen wortels had in de vakbeweging en wethouder van Groningen was. 'Als je zelf niet decentraal sociale plannen en cao's hebt afgesloten, dan is het gesprek met de bonden lastiger. Voor René is het moeilijker te weten hoe de hazen lopen, hoe de emoties decentraal werken, hoe het is om als regiobestuurder voor leden te staan die jou aanspreken op wat de voorzitter zei. Terwijl je denkt: die voorzitter heeft mij ook niets gevraagd.'
Paas erkent dat zijn onervarenheid in vakbondsverband hem 'ongetwijfeld' parten heeft gespeeld. Naar eigen zeggen heeft hij zich het meest verkeken op de cultuur binnen de vakbeweging. 'Daarop kun je iemand van buiten niet voorbereiden.'
Hij zegt blij te zijn dat alle hoofdrolspelers in het vaderlandse polderoverleg stomverbaasd waren, toen hij hen dinsdagavond belde en zijn afscheid aankondigde. 'Dat betekent dat ik naar buiten toe niet heb uitgestraald dat ik het aan de binnenkant een heel taai proces vond. Dat ik het zwaar vond om de vakbeweging steeds weer opnieuw uit te vinden. Die moet, denk ik, radicaal de keuze maken om voor alle generaties te spreken ook al zijn de meeste kaderleden al in de vijftig.'
Paas doelt vooral op de discussie over het mogelijke optrekken van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Hij is daarover intern de afgelopen maanden flink onder handen genomen, zeggen ingewijden. Weliswaar was al weken publiekelijk bekend dat het CNV op aandringen van zijn jongerenbond met leden sprak over de voors en de tegens van een AOW-ophoging. Maar toen Paas in een interview met dagblad De Telegraaf herhaalde waarom een gesprek over de AOW-leeftijd voor het CNV geen taboe was, kwam het hem toch op hoon van sommige leden te staan. Niet omdat hij niet keurig het CNV-standpunt verwoordde - dat wel - maar vanwege de suggestie die de kop boven het artikel wekte: 'AOW kan naar 67'.
Doekle Terpstra, de voorganger van Paas bij het CNV, zegt dat hij 'teleurgesteld' is dat Paas over het Telegraaf-artikel is 'gecorrigeerd'. Volgens hem past het juist in de CNV-traditie dat onderwerpen niet meteen met een 'njet' worden afgeserveerd, maar dat over alles kan worden gesproken. Niet dat het achteraf niet alsnog een njet kan worden, maar dan liggen er in elk geval wél allerlei argumenten aan ten grondslag, aldus Terpstra.
'Het CNV moet altijd gedurfd het voortouw nemen wat betreft de hervorming van arbeidsverhoudingen. Maar de afgelopen tijd heb ik weinig vernieuwende ideeën meer gehoord. Dat komt mede, doordat de CNV-bonden niet snel zijn mee te krijgen. Toen ik René op de radio over de AOW hoorde, was ik weer even trots op hem en op het CNV', verklaart hij
Terpstra, die uit eigen ervaring weet hoe moeilijk het is om 'alle kikkers in de kruiwagen te houden', vindt het voornamelijk 'sneu' dat Paas intern enorm veel heeft moeten knokken en nu daaraan zijn conclusies verbindt. 'Het is balanceren op een dun koordje tussen bonden en vakcentrale en dat vreet energie. Het is vermoedelijk gemakkelijker voor een vakbondsbestuurder om wethouder te worden dan omgekeerd.'
Jaap Jongejan, voorzitter van de grootste CNV-bond, de CNV Bedrijvenbond, vindt ook dat Paas een lastige positie had. 'Maar René is een kundig, communicatief bestuurder, die heeft gepoogd een groep autonome bonden bij elkaar te krijgen. De selectiecommissie van het CNV heeft hem destijds juist ook aangenomen om interne verbindingen te leggen.'
Zelf zegt Paas dat hij daarvoor niet nog vier jaar de 'passie, energie en inspiratie' kon opbrengen. Hij heeft zin in zijn nieuwe baan op het snijvlak van lokaal bestuur ('mijn reflexen zijn nog steeds die van een wethouder') en de sociaal-economische polder, waaraan hij ondanks alles zijn hart verloor. 'De nieuwe bijstandswet van 2004 is nog nooit in crisistijd getest. Het wordt nu cruciaal om zo veel mogelijk mensen aan werk te helpen.'
Cv
René Paas
1966
Geboren in Dordrecht
1991
Doctoraal Nederlands recht en Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen
1992
Organisatieadviseur bij BDO Management Consultants in Groningen
1996
Wethouder in Groningen
2005
Voorzitter van christelijke vakcentrale CNV
2009
Voorzitter van Divosa (per 1 september)
René Paas trad aan bij vakcentrale CNV zonder wortels in de vakbeweging. 'Dan is het gesprek met de bonden lastiger.'