Henk Engelenburg
Enschede
Dit is staande praktijk van laboratoria in de wereld, goed voor een markt van $ 50 mrd. Het werk is ondanks toenemende robotisering omvangrijk, arbeidsintensief en inefficiënt. Want de laboranten doen de proeven afzonderlijk en als de gemeten bloedwaarden eenmaal bij de huisarts komen, zijn die al enkele dagen oud.
Deze werkwijze gaat op de schop, als het ligt aan Gerard Engbers en Richard Schasfoort, oprichters van Ibis Technologies in Enschede. Hun bedrijfje is een ‘spin-out’ van Mira Instituut voor Biomedische Technologie en Technische Geneeskunde, onderdeel van de Universiteit Twente. Beide wetenschappers hebben in de afgelopen twaalf jaar in alle stilte het ‘Instrument for Biomolecular Interaction Sensing’ ontwikkeld, kortweg Ibis MX96. Dit apparaat geeft aan de hand van slechts één drupje bloed, urine of ander lichaamsvocht ‘real time’ het profiel van een scala aan antistoffen in één keer.
Schasfoort: ‘Deze nieuwe technologie, gebaseerd op het zogenoemde surface plasmon resonance SPR, zal net zo’n verandering geven als in de fotografie is gebeurd. Vroeger had je een filmrolletje met een beperkt aantal opnames en pas na het chemische proces van ontwikkelen en afdrukken zag je of de foto geslaagd was. Bij digitale fotografie maak je onbeperkt opnames en terwijl je die maakt, zie je de kwaliteit. Zo is het ook met de Ibis. Je ziet in één oogopslag de interactie tussen tientallen verschillende antistoffen en eiwitten van de patiënt. Dat bestaat nog nergens.’
Engbers: ‘Uiteindelijk zal de huisarts voor belangrijke aandoeningen chips in huis hebben. Komt er een patiënt met klachten die lijken op bijvoorbeeld reuma, dan neemt de assistente wat bloed af en de Ibis kijkt of de eiwitconcentraties van de patiënt matchen met reuma-antistoffen op de chip. Binnen een halfuur kan de dokter constateren of de patiënt al dan niet reuma heeft.’
Schasfoort: ‘De Ibis zal in het ziekenhuis laten zien hoe een patiënt op een medicijn reageert direct na inname. Dan kun je meteen vaststellen of de dosis wat hoger kan om het effect te versterken of juist wat lager om de kans op bijwerkingen te verminderen.’
De markt van huisartsen en ziekenhuizen is dermate omvangrijk en complex, dat Ibis die niet zonder grote partner wil betreden. Schasfoort noemt een bedrijf als Philips een eventuele interessante toekomstige partner voor deze markt. Maar voorlopig is dat toekomstmuziek omdat Ibis voorrang wil geven aan de markt van wetenschappelijk en toegepast onderzoek naar nieuwe medicijnen.
Het gaat om farma- en biotechbedrijven die voor het maken van nieuwe antistoffen grote behoefte hebben aan machines die razendsnel de geneeskrachtige werking van stoffen kunnen meten of de uitwerking van nieuwe medicijnen op proefpatiënten. Ze moeten daartoe de bindingssterkte van de moleculen testen en dat gebeurt in het meten van de interactie van antilichamen en eiwitten. De Ibis MX96 kan dit eenduidiger, nauwkeuriger en tot dertig keer zo snel als bestaande technologieën. Onderzoekers kunnen kandidaat-medicijnen daardoor sneller en efficiënter selecteren en de dosering van een medicijn preciezer afstemmen. De Ibis kan dus sterk bijdragen aan lagere kosten van onderzoek en medicijnen. Schasfoort: ‘In feite leveren wij de bedrijven een technologieplatform waarmee zij voor hun antistoffen kunnen vaststellen welk profiel bij een ziektestadium hoort. Op die manier krijg je voor vele aandoeningen een specifieke chip om ze aan te tonen.’
Het Universitair Medisch Centrum van de Radboud Universiteit Nijmegen ontwikkelt met Ibis Technology een chip met antistoffen om reuma in een vroeg stadium te kunnen aantonen. De Ibis meet reumaspecifieke antistoffen in bloedmonsters van reuma-patiënten. Ook Hans Clevers, de met internationale prijzen overladen stamcelonderzoeker van het Hubrecht Instituut in Utrecht, werkt met de Ibis. Clevers zegt desgevraagd: ‘Deze technologie is een enorme verbetering.’
Ton Logtenberg, ceo van biotechbedrijf Merus en medeoprichter van Crucell: ‘De Ibis is een grote stap voorwaarts. Er is nu eindelijk een apparaat dat betrouwbaar, toegankelijk en snel biomoleculaire interacties kan meten. We zijn er zeer blij mee.’
Engbers en Schasfoort hadden tot medio vorig jaar weinig ruchtbaarheid gegeven aan hun vinding. Toen Hans Clevers vorig jaar zomer in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature liet blijken dat hij de Ibis voor zijn onderzoeken gebruikt, kwam de vraag op gang. Engbers en Schasfoort vliegen nu de wereld over om orders binnen te halen.
De Amerikaanse farmaconcerns Johnson & Johnson en Pfizer hebben inmiddels enkele exemplaren à raison van € 200.000 afgenomen om geneeskrachtige stoffen te testen. Schasfoort: ‘Binnen een maand volgen orders van nog twee grote farmaconcerns.’
Ibis Technologies zal de productie van onderdelen grotendeels uitbesteden aan regionale toeleveranciers en de assemblage zelf uitvoeren in het bedrijfje, dat onder de rook van Universiteit Twente is gevestigd. Ibis telt momenteel acht werknemers en over drie jaar naar verwachting 25 à 30.
Engbers en Schasfoort, die via private ondernemingen de aandelen van het bedrijf en de patenten van de technologieën in handen hebben, verwachten in de markt voor onderzoek en ontwikkeling op langere termijn een aandeel van 10-20% te verwerven. Die markt bedraagt momenteel circa $ 500 mln, maar met de ontwikkeling van de markt voor de vinding van nieuwe kandidaat-medicijnen zal de omvang op termijn groeien naar zo’n $ 3 mrd. ‘En dit zijn eigenlijk conservatieve schattingen.’
Zie ook video op www.FD.nl/Ibis
‘Je ziet meteen de interactie tussen antistoffen en eiwitten. Dat bestaat nergens’
Richard Schasfoort (1950) en Gerard Engbers (1960) hebben de afgelopen twaalf jaar in alle stilte in de schaduw van de Universiteit Twente aan de Ibis MX96 gewerkt. Intussen bracht het Amerikaanse HTS (dat werd overgenomen door Applied Biosystems, dat op zijn beurt weer werd gekocht door Biacore van GE Healthcare) een vergelijkbaar apparaat op de Amerikaanse markt. Biacore haalde het echter in 2009 van de markt wegens tegenvallende prestaties. Momenteel werken drie concurrenten aan een soortgelijk apparaat. Schasfoort en Engbers zijn ervan overtuigd dat de Ibis een grote voorsprong heeft. ‘Het instrument is door het samenspel van cameratechniek, vloeistoftechnologie, sensoren, software en optiek aanzienlijk gevoeliger, sneller en nauwkeuriger. Het levert de hoogste prestatie van alle apparaten doordat we een lange ontwikkelingsweg hebben doorlopen. We hielden daarbij steeds in het oog dat de markt grote behoefte heeft aan snelheid bij het ontwikkelen van medicijnen. In de VS werd met een groter team en met veel meer kapitaal en pressie gewerkt, zonder het gewenste resultaat.’